ECLI:NL:PHR:2025:1275
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens ontbreken proces-verbaal raadkamerprocedure bij beklag beslag
In deze zaak hebben klagers beklag gedaan tegen beslaglegging op grond van artikel 94 Sv Pro, waarbij zij onder meer de disproportionaliteit en onrechtmatigheid van het beslag aanvoerden. De rechtbank Overijssel verklaarde het beklag niet-ontvankelijk, omdat het beslag was teruggegeven of klaar lag voor teruggave en de strafzaak ver gevorderd was. Klagers stelden in cassatie dat het proces-verbaal van de raadkamerzitting van 24 maart 2023 ontbrak, wat in strijd is met artikel 25 lid 1 Sv Pro.
De Procureur-Generaal concludeert dat het ontbreken van dit proces-verbaal een wezenlijk vormverzuim inhoudt dat leidt tot nietigheid van het onderzoek en de daarop gebaseerde beschikking. Dit proces-verbaal is cruciaal om te kunnen beoordelen welke standpunten tijdens de zitting zijn uitgewisseld, met name over de reikwijdte van de terugwijzingsopdracht van de Hoge Raad. Daarnaast is de rechtbank te beperkt omgegaan met de terugwijzingsopdracht door niet het gehele beslag opnieuw te beoordelen.
De conclusie van de Procureur-Generaal is dat de bestreden beschikking moet worden vernietigd en de zaak moet worden terugverwezen naar de rechtbank Overijssel voor een volledige en correcte behandeling. De overige middelen behoeven geen bespreking. De procedure na terugwijzing dient zorgvuldig te worden gevoerd met inachtneming van de juiste processtukken en de rol van de rechter-commissaris bij filtering van geheimhouderstukken.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking van de rechtbank wegens ontbreken proces-verbaal en wijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling.