Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.De zaak en het procesverloop
3.De bewijsvoering van het hof
4.Het middel
Ik heb [betrokkene 1] toen direct gebeld en hem gezegd dat hij het magazijn weg moest halen. [betrokkene 1] woonde toentertijd in [plaats] . Hij zei dat hij het zou ophalen. Het weekend van 17 op 18 maart 2018 ben ik niet in het pand geweest.Er zijn wel andere mensen geweest, want er zijn altijd wel mensen. Mijn vrouw is wel in het pand geweest in het weekend van 17 op 18 maart 2018, maar ik heb haar niet gevraagd of het magazijn weg was. Zelf heb ik ook niet gecontroleerd of [betrokkene 1] het magazijn had opgehaald.
Ik heb er verder niet meer bij stilgestaan.”
NJ2020/251, m.nt. H.J.B. Sackers, heeft de Hoge Raad met betrekking tot het voorhanden hebben van een wapen of munitie het volgende overwogen:
bewustaanwezig had. Aan dat vereiste is (ook) voldaan indien komt vast te staan dat het niet anders kan dan dat de verdachte zulke bewustheid heeft gehad. De omstandigheid dat de verdachte actief onderzoek naar de aan- of afwezigheid van wapens of munitie achterwege heeft gelaten, brengt op zichzelf niet mee dat de verdachte zich ook in meerdere of mindere mate bewust is geweest van de (waarschijnlijke) aanwezigheid daarvan en daarmee die wapens of munitie voorhanden heeft gehad.
zonder meerworden geconcludeerd dat de verdachte op vrijdag 16 maart 2018 de munitie voorhanden heeft gehad; dit is echter niet de ten laste gelegde datum; [3]
hoogstensworden geconcludeerd dat de verdachte, door niet te controleren dat de munitie is opgehaald, zich op maandag 19 maart 2018 bewust is geweest van de
mogelijke(en dus niet de
waarschijnlijke)
aanwezigheidvan de munitie.