ECLI:NL:PHR:2025:15
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep in zaak medeplegen en voorhanden hebben van vuurwapens en deelname criminele organisatie
De zaak betreft een verdachte die door het gerechtshof ’s-Hertogenbosch is veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf wegens medeplegen van diverse feiten, waaronder het voorbereiden en bevorderen van misdrijven onder de Opiumwet, handelen in strijd met de Wet wapens en munitie, witwassen en deelname aan een criminele organisatie. Het cassatieberoep richt zich onder meer op het doorlaatverbod (art. 126ff Sv) en de bewezenverklaring van het voorhanden hebben van vuurwapens en munitie in een Mercedes-Benz Sprinter.
De advocaat-generaal concludeert tot verwerping van het cassatieberoep. Ten aanzien van het doorlaatverbod oordeelt het hof dat dit niet is geschonden, omdat er geen sprake was van wetenschap in de zin van art. 126ff Sv dat verboden goederen aanwezig waren zonder inbeslagname. Het hof overweegt uitgebreid dat het verweer van niet-ontvankelijkheid, bewijsuitsluiting en strafvermindering faalt, mede vanwege het relativiteitsvereiste en het ontbreken van een causaal verband tussen vermeende schending en nadeel voor de verdachte.
Verder behandelt het hof het verzoek tot het horen van getuigen, dat werd afgewezen wegens gebrek aan noodzaak. Ten aanzien van het voorhanden hebben van vuurwapens en munitie in de stashlocaties, waaronder de Mercedes-Benz Sprinter, oordeelt het hof dat de verdachte zich bewust was van de aanwezigheid en dat sprake was van medeplegen. Het hof motiveert dit met DNA-sporen, OVC-gesprekken en camerabeelden die de betrokkenheid en beschikkingsmacht van de verdachte aantonen.
De advocaat-generaal stelt dat de motivering van het hof toereikend is en dat het cassatieberoep moet worden verworpen. Er zijn geen gronden voor vernietiging van het arrest. De conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
Uitkomst: Cassatieberoep verworpen; veroordeling tot tien jaar gevangenisstraf blijft in stand.