Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.Het middel
4 WAARDERING VAN HET BEWIJS
de rechtbank begrijpt gelet op de datum van de aangifte: 9 december 2019) zat er in mijn brievenbus één envelop zonder adressering. Ik zag dat in de brief de volgende tekst stond: “Dit is de eerste en laatste waarschuwing je pa moet aan zijn verplichtingen voldoen, zo niet volgen er ergere consequenties. Dit is pas het begin! Met vriendelijke groet, kusjes.”
van verdachte, toevoeging rechtbank) werd uitgelezen. Daaruit bleek dat op die telefoon op 10 december 2019 op het internet gezocht was met de zoekterm "Action". Tevens was gezocht met de zoekterm "stadionfakkels".
d)e bewijsmiddelen niet de verklaring/het verweer van verdachte (weerleggen) dat hij slechts op verzoek van medeverdachte de door [medeverdachte 1] opgegeven tekst heeft getypt en dat verdachte geen opzet heeft gehad op het in feit 1 bewezenverklaarde feit”. De stellers van het middel benadrukken daarbij dat de rechtbank (en in navolging daarvan: het hof) kennelijk niet heeft kunnen vaststellen dat verdachte tezamen en in vereniging met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] de brief heeft getypt en aan [benadeelde] heeft doen toekomen.
meer aannemelijk” is. “
Dat scenario 1 (slechts) meer aannemelijk is betekent niet dat brandstichting wettig en overtuigend bewezen is,” aldus de stellers van het middel.
konontstaan dat het misdrijf waarmee werd gedreigd ook zou worden gepleegd en dat het (voorwaardelijk) opzet van de verdachte ook op het wekken van die vrees daarop was gericht (ik kom daar hieronder nog op terug). [3] De bedreiging moet in het algemeen geschikt zijn om de vrijheid van de aangesprokene te belemmeren. [4] Nietis vereist dat de bedreiging op de bedreigde een zodanige indruk heeft gemaakt dat daardoor daadwerkelijk vrees
isopgewekt en de aangesprokene zich in zijn vrijheid belemmerd achtte. [5] Het delict bedreiging heeft zo bezien ‘trekken van een abstract gevaarzettingsdelict’: strafbaarheid wordt niet gerealiseerd omdat de persoonlijke vrijheid werkelijk
isingeperkt of belemmerd, maar omdat deze
kan wordeningeperkt of belemmerd. [6]
Dit is de eerste en laatste waarschuwing. Je pa moet aan zijn verplichtingen voldoen. Zo niet volgen er ergere consequenties. Dit is pas het begin. Met vriendelijke groet, kusjes” heeft getypt, alsmede dat het typen c.q. in de brievenbus doen van een dreigbrief een relevant onderdeel is van de modus operandi ten aanzien van de tenlastegelegde strafbare feiten. Op grond daarvan heeft het hof geoordeeld dat sprake is van strafbare bedreiging. In dit oordeel ligt (eveneens) besloten dat het hof van oordeel is dat door de gedragingen van de verdachte bij het slachtoffer in redelijkheid de vrees kon ontstaan dat (een) in art. 285 Sr Pro genoemd(e) delict(en) worden (of: wordt) gepleegd, terwijl daarin voorts als diens oordeel ligt besloten dat hij in algemene zin heeft beseft dat zijn uitlating betrekking heeft op een gedraging met een ernstig strafbaar karakter, en dat (aldus) de gedragingen van de verdachte naar hun uiterlijke verschijningsvorm dermate zijn gericht op het doen ontstaan van bedoelde vrees, dat het opzet van de verdachte daarop was gericht. Van een contra-indicatie is niet gebleken; evenmin wordt hierover (in dergelijke bewoordingen) door de stellers van het middel geklaagd.
Bewijsmiddelen
Brandstichting op 9 december 2019 (feit 2)
niet slechts ‘een zekere bewijswaarde’ aan de door een verbalisant getrokken conclusie heeft toegekend”, maar die conclusie zelfs “
doorslaggevend”heeft geacht voor het bewijs van brandstichting. “
Dat scenario 1 (slechts) meer aannemelijk is betekent evenwel niet dat brandstichting – door (open vuur in aanraking te brengen met brandbare stof(fen) – is aangetoond en wettig en overtuigend is bewezen”,aldus de stellers van het middel.
een combinatievan feiten en omstandigheden brandstichting bewezen heeft geacht en de verdachte heeft aangemerkt als degene die de brand heeft gesticht. Uit de bewijsoverweging blijkt niet dat het hof de aangehaalde feiten en omstandigheden in onderling verband op bewijskracht heeft gewaardeerd.
dat sprake is van brandstichting en dat verdachte degene is geweest die de brand heeft gesticht”. Dat oordeel is toereikend gemotiveerd. Dat het hof de deelnemingsvorm medeplegen niet heeft bewezen verklaard doet hieraan niet af.