Conclusie
1.Inleiding
2.Waar het in cassatie om gaat
3.Het middel
Ontvankelijkheid van het hoger beroep
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte stelde op 18 juli 2022 hoger beroep in en gaf daarbij een nieuw adres op. Het hof Arnhem-Leeuwarden probeerde de oproeping voor de nadere terechtzitting te betekenen aan het laatst in de Basisregistratie Personen (BRP) geregistreerde adres, dat ouder was dan het door verdachte opgegeven adres. Omdat de oproeping niet persoonlijk kon worden uitgereikt, werd deze aan een medewerker van het openbaar ministerie gegeven en een afschrift verzonden naar het oude adres.
Het hof verklaarde de verdachte niet-ontvankelijk in hoger beroep wegens verstek. In cassatie klaagt de verdachte dat de oproeping niet rechtsgeldig is betekend, omdat geen poging is gedaan om de oproeping op het door hem bij het instellen van het hoger beroep opgegeven adres te betekenen. De advocaat-generaal stelt dat de uitreiking van de oproeping op het oudere BRP-adres onjuist was, omdat het nieuwe adres niet was achterhaald of genegeerd mocht worden.
De Hoge Raad oordeelt dat de oproeping op het nieuwe adres had moeten plaatsvinden, omdat de verdachte niet was ingeschreven in de BRP en het nieuwe adres dus als feitelijke woon- of verblijfplaats moest worden aangemerkt. Het hof heeft dit onbegrijpelijk gemotiveerd en daarom wordt het arrest vernietigd en de betekening van de oproeping nietig verklaard.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onjuiste betekening van de oproeping, die nietig wordt verklaard.