Conclusie
1.Inleiding
2.De zaak
Staat van South Carolina versus [opgeëiste persoon]heeft het kantoor van de procureur van het 7th Circuit het bewijsmateriaal doorgenomen en bevestigt dat, als [opgeëiste persoon] wordt uitgeleverd aan de Verenigde Staten, het kantoor van de procureur van het 7th Circuit een tenlastelegging zal nastreven op basis van de beschuldigingen die het voorwerp vormen van de aanhoudingsbevelen
State v. Bixby [1] , besloot het hooggerechtshof van South Carolina dat een persoon die is veroordeeld van medeplichtige door aansporing van moord niet in aanmerking komt voor de doodstraf. Bixby is op dit moment het overheersende precedent in South Carolina . In elk geval zal het kantoor van de procureur van het 7th Circuit geen afzonderlijke procedure initiëren om de doodstraf in deze zaak na te streven.
3.De cassatiemiddelen die namens de opgeëiste persoon zijn voorgesteld
1.1 Het verzoek tot uitlevering
2.Het onderzoek ter zitting
3.Beoordeling van de toelaatbaarheid van de gevraagde uitlevering
opgelegd. In dat verband merk ik allereerst op dat art. 7 Uitleveringsverdrag Pro niet de eis stelt dat bij voorbaat zekerheid wordt gegeven dat de doodstraf niet zal worden opgelegd, maar wel dat gegarandeerd wordt dat deze – indien opgelegd – niet ten uitvoer zal worden gelegd. [13] In zoverre voldoet de gegeven garantie dus aan de tekst van art. 7 Uitleveringsverdrag Pro. Belangrijker is echter, en daar stuit de klacht op af, dat uit art. 8 Uw Pro volgt dat het aan de minister is om te beoordelen of in de onderhavige zaak voldoende waarborgen bestaan dat de doodstraf niet zal worden opgelegd of niet ten uitvoer zal worden gelegd. Dat betekent dat, zoals de rechtbank ook heeft onderkend, deze kwestie niet ter beoordeling staat van de uitleveringsrechter en ook in cassatie niet met succes over de door de Amerikaanse autoriteiten gegeven garanties kan worden geklaagd. [14]
4.Het cassatiemiddel dat namens het openbaar ministerie is voorgesteld
3.5 Dubbele strafbaarheid