Conclusie
1.Inleiding
2.Waar het in cassatie om gaat
3.Het eerste middel
4.Het tweede en het derde middel
Vaststaande feiten in rechte
van de wereld af helpen”. Zij had dit [medeverdachte] beloofd.
NJ2014/156 m.nt. Keulen heeft de Hoge Raad het volgende vooropgesteld: [4]
NJ2012/518).
2. De confrontatie met de aangever” een kopje “
Voorbedachte raad” opgenomen, maar de motivering van de voorbedachte raad is uitgebreider dan hetgeen onder dit kopje staat. Ook onder “
1. Voornemen van de verdachte” stelt het hof feiten vast die redengevend zijn voor de bewezenverklaring van de voorbedachte raad. Dit in aanmerking genomen en tegen de achtergrond van wat in 4.8 is vooropgesteld heeft het hof zijn oordeel dat de verdachte de voorbedachte raad had om de aangever van het leven te brengen toereikend gemotiveerd. Dit licht ik toe.
Voorbedachte raad” blijkt dat het hof uitgaat van een plan met een concrete voorbereiding en een uiteindelijk begin van uitvoering. Het hof heeft vastgesteld dat de verdachte blijkens de chatgesprekken minimaal 45 minuten voordat zij bij het huis van de aangever was, het plan heeft opgevat om hem van het leven te beroven. Waar het hof onder het kopje “
Voorbedachte raad” niet specificeert uit welke in die chatgesprekken gedane uitlating(en) blijkt dat de verdachte het plan heeft opgevat om de aangever te doden, stelt het hof onder het kopje “
1. Voornemen van de verdachte” over die chatgesprekken wel vast dat de verdachte in een spraakbericht naar getuige [betrokkene 1] op 20 januari om 23.44, dus ongeveer drie kwartier voordat zij bij de aangever aan de deur stond, heeft gezegd: “ [medeverdachte] die komt net met een heel verhaal ehhh.. Over zijn oom, blablabla. En daarna kwam ie met ‘mijn vader is vrij’. En ik weet waar z’n vader is. En als hij vrij is dan heb ik hem beloofd dat ik hem van deze wereld af help. (...) ik heb al vervoer geregeld. En de rest heb ik ook geregeld. (...) Ik had [betrokkene 2] (fonetisch) gevraagd om voor m’n hond en m’n kind te zorgen, het nummer van mijn moeder en ehh.. De rest zien we dan wel.” (bewijsmiddel 7). Het hof concludeert dan dat de verdachte naar de woning van de aangever is gegaan met het voornemen om hem van het leven te beroven, omdat zij hem naar eigen zeggen van de wereld af zou helpen. Dat het hof kennelijk uit deze uitlating heeft afgeleid dat de verdachte in elk geval 45 minuten van tevoren het plan had om de aangever te doden acht ik niet onbegrijpelijk, nu de uitlating – op zichzelf bezien − gericht is op levensberoving. Daartoe telt ook het volgende.
Voorbedachte raad” overweegt, draagt bovendien niet onbegrijpelijk bij aan het beeld dat zij daadwerkelijk gelegenheid heeft gehad tot beraad.
Voorbedachte raad” vastgesteld dat de verdachte vooraf vervoer en zorg voor haar kind, honden en woning heeft geregeld en dat daaruit blijkt dat de verdachte zich bewust is geweest van de gevolgen van haar voorgenomen handelen en dat zij zelfs maatregelen heeft getroffen om die gevolgen in goede banen te leiden. Deze vaststelling berust op bewijsmiddel 7 (contact met [betrokkene 1] ) en bewijsmiddel 8 (verklaring [getuige 3] ). Het hof overweegt dat het gegeven dat de verdachte vooraf heeft geregeld dat er iemand op haar autistische oudste zoon, honden en huis zou passen, erop duidt dat de verdachte er rekening mee hield dat zij in de gevangenis zou kunnen komen als gevolg van wat zij voornemens was te doen. Hoewel het hof niet ook uitdrukkelijk heeft vastgesteld dat de verdachte het mes waarmee zij de aangever heeft verwond mee naar de woning van de aangever had gebracht, impliceert het voorgaande reeds dat de verdachte voorbereidingen heeft getroffen die voor haar van belang waren om tot de voorgenomen daad te kunnen overgaan. Overigens hoeft voor een bewezenverklaring van voorbedachte raad geen sprake van voorbereidingshandelingen te zijn, maar wanneer zodanige handelingen wel zijn verricht, kunnen die ondersteuning geven aan het oordeel dat met voorbedachte raad is gehandeld. [5] In de onderhavige zaak is zulks het geval.