Conclusie
hierna: betrokkene,
advocaat: mr. G.E.M. Later,
verweerder in cassatie,
hierna: de officier van justitie.
1.Inleiding en samenvatting
onderdeel 1wordt geklaagd dat het gebruik van de medische verklaring door de rechtbank niet juist, althans onbegrijpelijk dan wel onvoldoende gemotiveerd is. Het onderdeel voert aan dat een setting is bedacht om betrokkene voor een gesprek met zijn behandelaar naar een ruimte te krijgen waar de behandelaar aanwezig was met nog vijf andere personen en de psychiater die de medische verklaring heeft opgesteld. De medische verklaring is niet gebaseerd op persoonlijk onderzoek door een onafhankelijke psychiater, maar op hetgeen de psychiater al genoteerd had voor zijn contact met betrokkene op basis van informatie van de behandelaar en derden, aldus de klachten.
onderdeel 2wordt geklaagd dat de rechtbank is uitgegaan van allerlei stellingen waarvoor ieder bewijs ontbreekt. Ook wordt geklaagd over het ontbreken van een crisissituatie. Ik begrijp de klachten van dit onderdeel zo dat deze zien op de situatie dat de Hoge Raad van oordeel zou zijn dat de klachten van onderdeel 1 falen en de rechtbank de medische verklaring dus aan haar beslissing ten grondslag mocht leggen. Met de klachten van onderdeel 2 wordt een poging gewaagd tot een herbeoordeling van de feiten, en daarvoor leent de beoordeling in cassatie zich niet. Deze klachten falen dus.
3.Bespreking van het cassatiemiddel
onderdeel 1wordt geklaagd dat de rechtbank de medische verklaring van 29 april 2025 heeft gebruikt, ondanks de uitgebreide kritiek die namens verzoeker op die medische verklaring is geuit in zowel de e-mail van de advocaat van betrokkene van 1 mei 2025 als ter zitting. Het gebruik van die medische verklaring door de rechtbank is niet juist althans onbegrijpelijk dan wel onvoldoende gemotiveerd, aldus de klacht. Deze klachten worden in de procesinleiding toegelicht onder 1.1-1.4.
onder 1.2uit het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 2 mei 2025. Naar ik begrijp daarop voortbouwend, wordt
onder 1.3(onder het kopje “Totstandkoming medische verklaring”) toegelicht waarom de medische verklaring volgens betrokkene gebrekkig is. In de kern komt het betoog erop neer dat de medische verklaring haar basis niet vindt in wat uit persoonlijk onderzoek door een onafhankelijke psychiater is gebleken, maar uit wat de betrokken psychiater al genoteerd had voor zijn contact met betrokkene op basis van informatie van derden. Daartoe wordt aangevoerd dat betrokkene naar een ruimte is gebracht voor contact met zijn behandelaar. In die ruimte – waarvan de deur zelfs open bleef staan – waren echter nog vijf andere personen aanwezig en de psychiater die de medische verklaring heeft opgesteld. Nergens in de verklaring is iets te vinden van informatie die verzoeker persoonlijk zou hebben gegeven, aldus het onderdeel. Ook wordt betoogd dat in de medische verklaring wordt verwezen naar het verleden van betrokkene met voorbijgaan aan de langdurige behandeling van betrokkene, welke langdurige behandeling ertoe leidde dat een eerder verzochte zorgmachtiging door de rechtbank is afgewezen. Daarbij wordt gewezen op de beschikking van de rechtbank van 20 januari 2025 (zie hierboven onder 2.1).
Onder 1.4wordt geklaagd dat de rechtbank zich niet heeft uitgelaten over de vraag of de medische verklaring is opgesteld door een onafhankelijke, niet bevooroordeelde psychiater, zodat de beschikking voor vernietiging in aanmerking komt.
De aanwezigheid van beveiligers bij het onderzoek vormt dan ook een inbreuk op de privacy van de betrokkene. Daarnaast kan de aanwezigheid van beveiligers bij het onderzoek de verklaringen en het gedrag van de betrokkene beïnvloeden, wat gevolgen kan hebben voor de betrouwbaarheid van het onderzoek. Om deze redenen dient het onderzoek alleen dan met beveiliging plaats te vinden indien daartoe uit veiligheidsoogpunt een noodzaak bestaat.
Indien de betrokkene zich in de daarop volgende procedure over de aanwezigheid van beveiliging bij het onderzoek beklaagt, dient de rechter aan de hand van de stukken en het verhandelde ter zitting te beoordelen of de psychiater voldoende grond had om de noodzaak tot beveiliging aanwezig te achten, en zijn oordeel daarover te motiveren. Dat geldt ook indien de betrokkene bij gelegenheid van het onderzoek geen bezwaar heeft gemaakt tegen de aanwezigheid van beveiliging.”
JGz-noot onder deze uitspraak pleit Beintema ervoor dat de psychiater in de medische verklaring de reden vermeldt voor de aanwezigheid van beveiliging (onderstreping van mij; A-G): [13]
Het lijkt me overigens aan te bevelen om de reden hiervoor te vermelden, juist bij het kiezen voor de aanwezigheid van derden zoals politie, PIW of andere beveiliging. Dat geeft zowel helderheid over de context waarin betrokkene onderzocht kon worden als extra helderheid over de mate waarin gevaar wordt verondersteld in de actuele situatie.”
Totstandkoming MV
De MV is tot stand gekomen door een bevooroordeeld psychiater.”
Bovendien is de medische verklaring niet op de juiste manier tot stand gekomen omdat die niet is opgesteld door een onafhankelijke psychiater. De psychiater was bevooroordeeld en van een daadwerkelijk onderzoek is geen sprake geweest.
Er is geen gesprek met betrokkene gevoerd en alle informatie komt vanuit de behandelaren.
subonderdeel 2.1wordt geklaagd dat rechtbank in de bestreden beschikking uitgaat van allerlei beweringen, waarvoor ieder bewijs ontbreekt.
kanagressie oproepen bij een ander, maar
kanook bij anderen een trauma veroorzaken.”
Ik merk ten overvloede op dat de rechtbank in de bestreden beschikking het verzoek terecht
ex nuncheeft beoordeeld, dus (mede) op basis van de actuele situatie ten tijde van haar beslissing. [20] Dat de rechtbank in r.o. 4.5 en r.o. 4.7 aan het staken van medicatie-inname door betrokkene, in samenhang met en naast andere feiten en omstandigheden, gewicht toekent, is niet onbegrijpelijk.
Verpleegkundig specialist:
subonderdeel 2.2richt betrokkene zich
ten eerstetegen het oordeel dat sprake is van een crisissituatie.