Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
28 november 2025.
Hoge Raad
Betrokkene, geboren in Afghanistan, was onder een zorgmachtiging geplaatst die liep tot 14 mei 2025. De officier van justitie verzocht op 4 april 2025 om een aansluitende zorgmachtiging voor twaalf maanden. De rechtbank verleende deze op 7 mei 2025, maar met een verkorte duur vanwege termijnoverschrijding.
De advocaat van betrokkene stelde dat de medische verklaring ondeugdelijk was omdat het psychiatrisch onderzoek plaatsvond met een Somalisch sprekende tolk, terwijl betrokkene Dari spreekt. De rechtbank oordeelde dat de verklaring wel voldeed, wijzend op gedesorganiseerd denken van betrokkene en bevestiging door een GZ-psycholoog.
De Hoge Raad constateerde echter dat de rechtbank niet tijdig had beslist, waardoor de eerdere machtiging verviel en er geen aansluitende machtiging was. Tevens was onvoldoende onderzocht of het onderzoek in een voor betrokkene begrijpelijke taal had plaatsgevonden, wat een vereiste is. Daarom vernietigde de Hoge Raad de beschikking en verwees de zaak terug naar de rechtbank voor verdere behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en wijst de zaak terug naar de rechtbank voor verdere behandeling.