Conclusie
1.Inleiding
2.De zaak
3.Het tweede middel van de verdachte
Het middel
onderzodanige omstandigheden dat hij, verdachte, en zijn mededader redelijkerwijs moesten aannemen dat die [medeverdachte 1] deze giften in strijd met de goede trouw zou verzwijgen tegenover zijn lastgever.”
De verklaring van de verdachte.De [verdachte] heeft ter terechtzitting in eerste aanleg van 29 mei 2018 verklaard – zakelijk weergegeven – (proces-verbaal ter zitting in eerste aanleg pagina 51):
verklaring van [medeverdachte 2] :
een overeenkomst, nummer D-088, ordner 3 dossier Egelantier met nummer 5428, inhoudende:
1.Overeengekomen specifieke werkzaamheden
een overeenkomst, nummer D-151, ordner 3 dossier Egelantier met nummer 5428, inhoudende:
1.Overeengekomen specifieke werkzaamheden
aangifte ter zake van omkoping en witwassen namens De Woonplaatsd.d. 17 augustus 2015, nummer D-291, ordner 5, dossier Egelantier met nummer 54218, inhoudende:
de verklaring van de [medeverdachte 1] :
verklaring van de [medeverdachte 1] :
verklaring van de [medeverdachte 1] :
:
verklaring van [getuige 4] :
:
:
verklaring van [getuige 2] :
:
verklaring van [getuige 1] :
:
:
het concept Treasury Statuut van De Woonplaatsd.d. 31 oktober 2011, nummer D-205, ordner 3, onderzoek Egelantier met nummer 54218, inhoudende:
het Treasury Statuut van Portaald.d. juli 2007, nummer D-062, ordner 3, onderzoek Egelantier met nummer 54218, inhoudende:
e-mail, nummer D-224, ordner 4, onderzoek Egelantier met nummer 54218, inhoudende:
relaas van de betreffende verbalisant:
Beoordeling van de tenlastelegging
Hij die, anders dan als ambtenaar, werkzaam zijnde in dienstbetrekking of optredend als lasthebber, naar aanleiding van hetgeen hij in zijn betrekking of bij de uitvoering van zijn last heeft gedaan of nagelaten dan wel zal doen of nalaten, een gift, belofte of dienst aanneemt dan wel vraagt, en dit aannemen of vragen in strijd met de goede trouw verzwijgt tegenover zijn werkgever of lastgever, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vijfde categorie.”
Voor de (...) prognose, dat bij het voortschrijden van de maatschappelijke ontwikkeling – waarbij met name te denken is aan de steeds meer noodzakelijke delegatie en specialisatie in het bedrijfsleven – aan het verschijnsel der omkoping bijzondere aandacht moet worden besteed, bestaat ook naar de mening van ondergetekende gerede aanleiding.
Vele andere leden verklaarden vervolgens, dat ook zij het in dit wetsontwerp gekozen uitgangspunt, waarbij niet de oneerlijke mededinging doch de schending van de vertrouwensrelatie tussen opdrachtgever en ondergeschikte of lasthebber op de voorgrond is geplaatst, konden aanvaarden.” (Kamerstukken I 1965/66, 8437, nr. 65, p. 1)
In artikel 328ter ligt aldus een algemene (wettelijke) plicht besloten om telkens binnen de onderneming of in het kader van de uitvoering van een opdracht openheid te betrachten waar het gaat om gelden of voordelen die worden aangeboden tijdens de uitoefening van een functie. Wanneer nu in strijd met deze openheid wordt gehandeld of wanneer verwacht wordt (door de aanbieder van de gelden) dat deze openheid niet wordt betracht, ontstaat strafbaarheid.” (Kamerstukken II 2000/01, 27 509 (R 1671), nr. 3, p. 16)
2.3.2 ‘Lasthebber’
Het doetonsgenoegen door middel van deze briefde aanvaarding van de opdracht te bevestigen en de uitkomsten van voornoemd gesprek vast te leggen. In deze brief worden de voorwaarden en de doelstelling van de aanonsverstrekte opdracht en de aard van beperking vanonzedienstverlening uiteengezet.”
Onshonorarium”, dat “
onze” rekeningen binnen de gestelde termijnen dient te geschieden en dat
“[o]p de dooronsverrichte werkzaamheden in het kader van deze opdracht”algemene voorwaarden van toepassing zijn.
bijvoorbeeld niet vereist [is] dat er een overeenkomst van lastgeving is gesloten. Er kan al sprake zijn van lastgeving wanneer iemand verantwoordingschuldig is voor zijn werkzaamheden tegenover zijn opdrachtgever. [medeverdachte 1] , die op grond van overeenkomsten van opdracht namens [A] advieswerkzaamheden verrichtte voor beide woningcorporaties, kan dan ook worden aangemerkt als lasthebber in de zin van het artikel 328ter Sr(...)”.
rechtstreekse zeggenschaphad, invloed kon uitoefenen en/of beslissingsbevoegd was bij een bedrijf.
beslissingsbevoegdhedenis bekleed dan wel
belangrijke invloed op te nemen beslissingenkan uitoefenen.
ruime bevoegdhedenvan [medeverdachte 1] op de besluitvorming bij Portaal en/of De Woonplaats was geen sprake. De FIOD heeft in 1-AH-014 opgetekend: “
Bevoegdheden om te beslissen had hij niet.” Dit vindt bevestiging in de overeenkomst die hij met zowel Portaal als De Woonplaats heeft gesloten. Hij had geen formele bevoegdheden en heeft nooit rechtshandelingen verricht.
invloedvan [medeverdachte 1] wijs ik u allereerst op het treasurystatuut van Portaal. Dat vermeldde als werkzaamheden van de externe adviseur dat hij kennis aanreikt van financiële markten, instrumenten, hun werking en risico's. Verder adviseerde hij over de treasury
strategieen ondersteunde en adviseerde de leden van de treasurycommissie over allerlei treasury zaken.
Ik was niet in de gelegenheid om invloed uit te oefenen op het transactieproces.”
causaal verbandvereist; de gift moet in relatie staan tot een verrichte of te verrichten prestatie. De wetgever drukt deze causaliteit uit door het bestanddeel ‘naar aanleiding van’. Uw hof sprak dit jaar nog een verdachte vrij ter zake van omkoping, omdat het hof niet de overtuiging had bekomen dat de bedragen waren betaald met de bedoeling om opdrachten te verkrijgen. Toegepast op deze zaak betekent dat dat cliënt geldbedragen aan [medeverdachte 1] moet hebben betaald,
zodat[B] werkzaamheden werden gegund bij Portaal en De Woonplaats.
“Het enige wat ik heb gedaan is hen introduceren, in die zin dat als je een partij zoekt, dan zou dat [B] kunnen zijn. Ik heb daarna [B] hooit meer aanbevolen. [B] heeft zich gemanifesteerd en werd toegelaten. Zij is aan de gang gegaan en hebben dat uitstekend gedaan. Ze waren vernieuwend. Ik heb niets gedaan of gestimuleerd of wat dan ook om die relatie in stand te houden of uit te breiden of wat dan ook.”
nieuweklant.
nietsontvangen voor bestaande, gezamenlijke klanten, waaronder overigens woningcorporaties.
[a]ls wij echt te kwader trouw waren geweest dan zou de verdeling van de omzet ook daar zijn meegenomen.”
4.Het middel van de benadeelde partijen
Het middel
Welke schade wordt gevorderd?
Ontvankelijkheid
Geen onevenredige belasting en rechtstreekse schade
doorbetaaldaan [medeverdachte 1] / [A] .
Vorderingen tot schadevergoeding
NJ2019/379, m.nt. W.H. Vellinga. Van rechtstreekse schade, zo vervolgt de Hoge Raad in dit overzichtsarrest, is sprake wanneer tussen het bewezenverklaarde handelen van de verdachte en de schade voldoende verband bestaat. Dit dient te worden beoordeeld aan de hand van de concrete omstandigheden van het geval. Voor het aannemen van zodanig verband is niet vereist dat de schade betrekking heeft op voorwerpen die in de bewezenverklaring zijn vermeld. Evenmin is vereist dat de benadeelde partij is getroffen in een belang dat door de overtreden strafbepaling rechtstreeks wordt beschermd. [23]
kanworden geschat (art. 6:97 BW Pro). Daarnaast heeft het hof – zoals hiervoor reeds overwogen – zijn oordeel dat de behandeling van de vorderingen een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert niet doen steunen op de grond dat de omvang van de schade zonder nader onderzoek niet nauwkeurig kan worden vastgesteld, maar op de grond dat zonder nader onderzoek niet duidelijk is óf daadwerkelijk rechtstreekse schade is geleden. Schatting van de schade is in zo’n geval niet aan de orde.