Conclusie
Nummer24/00110
Inleiding
in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod", 2. “
diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking” en 3. “
diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking” veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van één maand en een taakstraf voor de duur van honderdzestig uren, te vervangen door tachtig dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest.
De bewezenverklaring en de bewijsmotivering
1. hij in de periode van 21 januari 2020 tot en met 4 februari 2020 te [geboorteplaats] in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk heeft geteeld in een pand aan de [a-straat 1] een grote hoeveelheid van ongeveer 628 hennepplanten, zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;
1. Het proces-verbaal ‘aantreffen hennepkwekerij’ d.d. 9 maart 2020 (pg. 50-55), voor zover inhoudende als relaas van [verbalisant 1] :
Bewijsoverwegingen
Een nadere omschrijving van de klachten
Het juridisch kader
De bespreking van het middel
“dat op geen enkele wijze is gebleken van de betrokkenheid van (een) (of meer) ander(e) perso(o)n(en) bij het tenlastegelegde”.