Conclusie
1.Inleiding en samenvatting
2.Feiten en procesverloop
de rechtbank) op 5 augustus 2025, heeft de officier van justitie verzocht om een zorgmachtiging ten aanzien van betrokkene voor een periode van zes maanden. Zij was toen 77 jaar oud.
na ampele afwegingen met inachtneming van de bestaande risico’s [heeft] besloten ervan uit te gaan dat betrokkene niet bereid was zich te doen horen.”
3.Bespreking van het cassatiemiddel
klacht 1)
klacht 2.1)
klacht 2.2)
klacht 2.3)
moetde rechter de betrokkene horen,
tenzijde rechter vaststelt dat betrokkene daartoe niet in staat is of niet bereid is. De hoorplicht is dus niet absoluut.
kan worden afgeleid uit de wijze waarop de betrokkene zich heeft gedragen, in het bijzonder ook bij de door de rechter aangewende pogingen om de betrokkene in zijn verblijfplaats te horen op de voet van art. 6:1 lid 2 Wvggz. [5]
pogingen om met betrokkene in contact te komen steeds op niets zijn uitgelopen” en dat betrokkene heeft verteld “
dat zij een groot slagersmes bij de voordeur heeft liggen.” Deze overwegingen kunnen niet het oordeel dragen dat gelet op de wijze waarop de betrokkene zich heeft gedragen, de rechtbank ervan kon afzien haar te horen.
klacht 2.2slaagt. Het is vaste rechtspraak dat uit het systeem van de Wvggz, in het bijzonder uit art. 5:8 lid 1 Wvggz in verbinding met art. 5:17 lid 3 Wvggz en art. 6:4 Wvggz, mede gelet op art. 5 lid 1, aanhef en onder e, EVRM, volgt dat geen zorgmachtiging mag worden verleend indien de medische verklaring die ten grondslag ligt aan het daartoe strekkende verzoek niet voldoet aan de uit de wet voortvloeiende eisen. [6] In dat verband is ook bepaald dat de – op het eerste gezicht mogelijk praktische – oplossing om (i) in geval van een niet verschenen betrokkene al vast voor een korte periode een zorgmachtiging te verlenen, (ii) de behandeling van het verzoek om een zorgmachtiging voor het overige aan te houden tot een nieuwe zittingsdatum, zodat (iii) voor die datum een nieuwe medische verklaring kan worden overgelegd, niet door de beugel kan.
klacht 2.3.
klacht 2.1, waarin wordt aangevoerd dat de op 26 mei 2025 ingevulde medische verklaring niet kan worden aangemerkt als verklaring over de
actuelegezondheidstoestand van betrokkene, merk ik op dat het afhangt van alle omstandigheden van het geval of een medische verklaring niet meer geacht kan worden de actuele gezondheidstoestand van de betrokkene weer te geven. Er geldt daarvoor niet een vaste wettelijke termijn en evenmin een vuistregel volgens welke na verloop van een bepaalde periode vanaf de datum waarop een betrokkene door een onafhankelijk psychiater is onderzocht, de verklaring geacht moet worden niet langer te zien op de actuele gezondheidstoestand van de betrokkene.