ECLI:NL:PHR:2026:405
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens ontbreken grieven
De verdachte werd in eerste aanleg door de politierechter veroordeeld tot zes weken gevangenisstraf wegens poging tot diefstal met braak. Tegen dit vonnis werd hoger beroep ingesteld door een griffiemedewerker namens de verdachte, met een volmacht waarin stond dat het appel zich richtte op de strafmaat. Het hof verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk omdat geen schriftuur met grieven was ingediend en er ter zitting geen mondelinge bezwaren waren opgegeven.
De advocaat-generaal bij de Hoge Raad stelde in zijn conclusie dat de mededeling in de volmacht dat het appel ziet op de strafmaat voldoende duidelijk maakt wat de inzet van het hoger beroep is en daarom als grief moet worden aangemerkt. De Hoge Raad bevestigt dat aan de formulering van grieven geen hoge eisen worden gesteld en dat ook een volmacht grieven kan bevatten.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en wijst de zaak terug naar het gerechtshof Den Haag voor een inhoudelijke behandeling van het hoger beroep. Er zijn geen andere gronden voor vernietiging gevonden. De procedure toont het belang van een ruime interpretatie van grieven in hoger beroep en bevestigt dat een volmacht met een duidelijke inzet voldoende is.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en wijst de zaak terug voor inhoudelijke behandeling van het hoger beroep.