Conclusie
1.Inleiding
2.Het eerste middel
Verklaring van de verdachte ter terechtzitting
de rechtbank begrijpt: [betrokkene 2]) komt af en toe langs.
de rechtbank begrijpt: een keycard). Ik, [verbalisant 4] , kreeg vervolgens de opdracht te gaan naar dit hotel en een onderzoek in te stellen naar de herkomst van dit pasje en of de verdachte in het hotel ook een kamer had geboekt.
de rechtbank begrijpt: de verdachte). De bijrijder van de bus is [medeverdachte 2] .
Opmerking rechtbank: op de bijbehorende afbeelding is te zien dat de verdachte een oranje werkbroek aan heeft).
Opmerking rechtbank: afbeelding op dossierpagina 364) is te zien dat de achterzijde van de Mercedes-Benz dicht tegen de achterliggende auto staat. Het verkeerspaaltje staat hier dus nog tussen. Het is hierdoor onmogelijk om de achterdeuren te openen en de laadruimte van de Mercedes-Benz te betreden. [medeverdachte 2] zet de dozen tegen de Mercedes-Benz aan, stapt in en rijdt een stukje naar voren. De Mercedes-Benz is ver genoeg naar voren gereden. [medeverdachte 2] kan nu wel de achterdeuren openen en in de laadruimte van de Mercedes-Benz komen.
De rechtbank begrijpt: Bevestiging van de informatie dat de oranje werkplunje en de werkboots die de betrokkenen [medeverdachte 1] , [verdachte] en [medeverdachte 2] op 29 augustus 2020 op de [c-straat] in regio [plaats] droegen, gelijkend zijn op de werkkleding van de havenarbeiders in de haven van [plaats] en dat ambtshalve bekend is dat middels deze methode drugs wordt uitgehaald),
Opmerking rechtbank: zie afbeelding van het kennelijk door de verdachte gepresenteerde identiteitsdocument). Betrokkene is op dezelfde wijze gekleed (ook oranje werkplunje en grijze hoge werkboots alsof ze uit de verpakking komen). Op de vraag of zij elkaar kennen, ontkennen zij, waarop de opstellers zeggen dat ze wel gezien hebben dat ze elkaar daarjuist ontmoet hebben, waarop ze vervolgens antwoorden dat dit dan zou kunnen dat ze mogelijks elkaar kennen.
ende noodzaak tot het horen van deze getuige onvoldoende is gebleken. Het hof heeft het voorwaardelijke verzoek tot het horen van [verbalisant 1] dan ook afgewezen.
ende noodzaak tot het horen van deze getuige onvoldoende is gebleken. Bij die lezing berust de deelklacht op een onjuiste lezing van het arrest, zodat deze feitelijke grondslag mist.
3.Het derde middel
(i.) de verdachte en medeverdachte eerder op de dag van het parkeren bij het hotel in [plaats] , op 29 augustus 2020, met diezelfde bestelbus op en neer naar [plaats] zijn gereisd;
(ii.) zij in [plaats] waren in aanwezigheid van een familielid, die gebruik maakte van een grijze Mazda, welke Mazda ook te zien is op de camerabeelden van het hotel van 29 en 30 augustus 2020;
(iii.) de verdachte ook in België de bestuurder van de bestelbus was;
(iv.) door de politie in België is gezien dat de verdachte handelingen heeft verricht bij de kofferbak van de Mazda, nadat beide voertuigen 56 minuten lang stilstonden zonder dat er verder iets gebeurde;
(v.) in de kofferbak van de Mazda onder meer een mes en dozen aangetroffen zijn en op de bestelbus een magneetbord zat bevestigd met daarop vermeld “wegverkeer”;
(vi.) de drie mannen allen nieuwe (alsof deze uit de verpakking kwamen) oranje werkkleding en grijze hoge werkschoenen aan hadden, gelijkend op de kleding die wordt gedragen door havenarbeiders in de haven van [plaats] ;
(vii.) het een feit van algemene bekendheid is dat in de haven van [plaats] op grote schaal cocaïne wordt ingevoerd;
(viii.) de drie mannen zich bovendien zeer zenuwachtig gedroegen, verklaarden elkaar niet (goed) te kennen, weigerden zij antwoord te geven op nadere vragen van de politie en op vragen naar hun bestemming ontwijkend werd geantwoord;
(ix.) op camerabeelden van het hotel te zien is dat de medeverdachte op 30 augustus 2020 (de dag na de reis naar België en de dag van het aantreffen van de cocaïne) lege plat opgevouwen dozen uit de Mazda meeneemt naar de witte bestelbus, alwaar hij later die dag tussen dozen met cocaïne is aangehouden;
(x.) de verdachte en zijn medeverdachte voorafgaand aan het aantreffen van de cocaïne bij het hotel maandenlang in twee afzonderlijke kamers van het hotel zijn verbleven, welke kamers sinds mei 2020 werden gehuurd door de verdachte en
(xi.) in de hotelkamer van de verdachte verborgen in een bank onder meer een geldtelmachine is aangetroffen, terwijl het een feit van algemene bekendheid is dat dergelijke machines worden gebruikt bij het tellen van contant geld bij onder meer drugstransacties.