Conclusie
1.Inleiding
2.Het eerste middel
1. Het proces-verbaal getuigenverhoor d.d. 27 mei 2015, dossierpagina’s 93-99, voor zover inhoudende de verklaring van [slachtoffer] :
Afpersing [slachtoffer] (zaakdossier 5, feit 3)
3.Het tweede middel
Witwassen [A] V.O.F. (zaakdossier 12A, feit 8)
375.448,05euro over de jaren 2010 tot en met 2014.
13. Een proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting in eerste aanleg van de rechtbank Limburg d.d. 26 mei 2021, voor zover inhoudende als verklaring van [verdachte]:
herkomstvan het geld, waaronder de gestelde incassowerkzaamheden, niet volgt en niet aanmerkt als een verklaring, die concreet, min of meer verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk. Dat oordeel, en het hierop volgende oordeel van het hof dat het bewezenverklaarde bedrag afkomstig is uit misdrijf, is niet in strijd met het gebruik van bewijsmiddel 13.
beroepshalvebezighield met incassowerkzaamheden. Daar komt bij dat de enkele vaststelling van het hof dat de verdachte, eenmalig, een openstaande (en overigens door hemzelf verstrekte) lening heeft vereffend (en daarbij nota bene een strafbaar feit pleegde) niet strijdig is met het oordeel van het hof dat bij politieonderzoek geen aanwijzingen zijn gevonden dat daadwerkelijk sprake was van dergelijke hoeveelheden contante omzet uit verhuizingen of incassowerkzaamheden dat daarmee een bedrag van € 375.448,05 kan worden verantwoord en ook niet met het oordeel van het hof dat de door de verdachte afgelegde verklaring niet kan worden aangemerkt als een verklaring, die concreet, min of meer verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk is en nader onderzoek door het Openbaar Ministerie rechtvaardigt. Deze deelklacht treft geen doel.
Algemeen.
betrekkelijk lage vorderingniet kan voldoen.
DIT LIEP AL ZO VANAF 1999. Zo staat het in de boeken en zo wordt ook door de accountants verklaard.