Conclusie
1.Inleiding
2.De beperking van het cassatieberoep
3.De beschikking van de rechtbank
beslissing van de meervoudige raadkamer op de klaagschriften op grond van artikel 98 lid 4 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv) en artikel 552a Sv van:
zo veel mogelijkte voorkomen, zodra het redelijk vermoeden bestaat dat het (deels) geprivilegieerde gegevens betreft (ECLI:NL:HR:2024:375, r.o. 7.1.2). Voor zover in een strafprocedure zal blijken dat er desondanks gebruik is gemaakt van geprivilegieerde gegevens voor het onderzoek of het vormen van het procesdossier, zijn de rechtmatigheid en de eventuele gevolgen daarvan, een discussie die in het kader van de inhoudelijke procedure dient te worden gevoerd.
AG: ik begrijp: lid 3] bepaalt dat de opsporing alleen na het onherroepelijk worden van de beslissing van de rechter-commissaris kennis mag nemen van in beslag genomen data.
4.Juridisch kader
5.Het cassatiemiddel
AG: ik begrijp: lid 3] bepaalt dat de opsporing alleen na het onherroepelijk worden van de beslissing van de rechter-commissaris kennis mag nemen van in beslag genomen data.
nadatde rechter-commissaris de stukken opnieuw heeft gefilterd, kan de rechtbank oordelen over de gegrondheid van het door de verschoningsgerechtigden ingediende beklag. Gedurende die procedure geldt – in ieder geval voor de inbeslaggenomen en vastgelegde gegevens – het bepaalde in art. 98 lid 3 Sv Pro dat van de geselecteerde stukken geen kennis mag worden genomen totdat onherroepelijk op het beklag is beslist.