ECLI:NL:PHR:2026:730

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
14 juli 2026
Publicatiedatum
13 juli 2026
Zaaknummer
24/02289
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 240b SrArt. 359a SvArt. 6 EVRMArt. 8 EVRMArt. 110 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens onttrekking aan het verkeer en strafvermindering in kinderpornozaak

De verdachte werd door het hof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor het bezit van kinderporno en het maken van een gewoonte daarvan, met een taakstraf en voorwaardelijke gevangenisstraf. De verdediging stelde cassatiemiddelen in tegen de rechtmatigheid van de doorzoeking, de exclusieve toerekening van USB-sticks aan de verdachte en de onttrekking aan het verkeer van bepaalde inbeslaggenomen voorwerpen.

De Hoge Raad oordeelt dat de klachten over de rechtmatigheid van de doorzoeking en de bewijsvoering falen. Het hof heeft voldoende vastgesteld dat er een redelijk vermoeden van schuld was en dat de USB-sticks exclusief aan de verdachte toebehoorden. De verwerping van verzoeken tot nader onderzoek is begrijpelijk gemotiveerd.

Wel slaagt het middel tegen de beslissing tot onttrekking aan het verkeer van bepaalde voorwerpen, omdat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang. De Hoge Raad vernietigt dit deel van het arrest, vermindert de straf wegens overschrijding van de redelijke termijn en wijst de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beslissing over de inbeslaggenomen voorwerpen.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt deels het arrest, vermindert de straf wegens termijnoverschrijding en wijst de zaak terug voor nieuwe beslissing over inbeslaggenomen voorwerpen.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer24/02289
Zitting14 juli 2026
CONCLUSIE
D.J.M.W. Paridaens
In de zaak
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964,
hierna: de verdachte.

1.Inleiding

1.1
De verdachte is bij arrest van 11 juni 2024 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden [1] wegens “een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben, terwijl van het plegen van dit misdrijf een beroep of gewoonte wordt gemaakt” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 241 dagen, waarvan 240 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, en een taakstraf voor de duur van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis. Verder heeft het hof beslist op het beslag, een en ander zoals nader in het arrest is omschreven.
1.2
Namens de verdachte heeft J.Y. Taekema, advocaat in Den Haag , drie middelen van cassatie voorgesteld.

2.Het eerste middel

2.1
Het eerste middel, gelezen in samenhang met de toelichting, klaagt over de verwerping van het verweer dat de resultaten van de doorzoeking van de woning van de verdachte onrechtmatig zijn verkregen wegens het ontbreken van een redelijk vermoeden van schuld aan enig strafbaar feit, hetgeen dient te leiden tot bewijsuitsluiting op grond van art. 359a Sv. In het verlengde hiervan wordt verder geklaagd over de afwijzing door het hof van de in dat kader gedane voorwaardelijke verzoeken. Deze afwijzende beslissingen zijn volgens de steller van het middel niet zonder meer begrijpelijk gemotiveerd en met die verwerping is tevens afbreuk gedaan aan het recht van de verdachte op een eerlijk proces in de zin van art. 6 EVRM Pro.
2.2
Volgens het proces-verbaal van de terechtzitting van 28 mei 2024 is door de raadsman van de verdachte het woord gevoerd overeenkomstig de door hem overgelegde pleitnota. Deze pleitnota houdt, voor zover voor de beoordeling van het middel van belang, het volgende in:

1. De verdediging verzoekt uw gerechtshof de aangetroffen usb-sticks uit te sluiten van het bewijs en cliënt vrij te spreken van het tenlastegelegde.
Voor cliënt gaat de zaak een paar lagen dieper dan het ten laste gelegde.
Met een beroep op art. 6 en Pro 8 EVRM en art. 359a Sv bepleit de verdediging bewijsuitsluiting van hetgeen bij de doorzoeking in cliënts woning (art. 110 Sv Pro) op 19 april 2017 aan de [a-straat 1] te [plaats] werd aangetroffen.
In uw tussenarrest van 28 juli 2023 overweegt uw hof onder meer dat:
"Het hof heeft geen reden om te twijfelen aan de juistheid van de inhoud van voornoemd proces-verbaal. Uit de daarin vermelde gang van zaken volgt dat de Nederlandse politie de betreffende informatie heeft ontvangen van de bevoegde nationale autoriteiten van Cambodja over een aldaar verricht strafrechtelijk onderzoek. Voor zover aan de verzoeken ten grondslag is gelegd dat APLE
[deze afkorting staat voor: Action Pour Les Enfants, D.P.]bij deze informatieoverdracht een rol heeft gespeeld, constateert het hof dat daarvan niet is gebleken."
Anders dan het hof, stelt de verdediging dat uit het verslag van APLE van 19 april 2017 (p. 25 dossier) blijkt van intensieve samenwerking tussen APLE en de Cambodjaanse politie.
"Last year, APLE Cambodia received a report of the alledged abuse by this Dutchman from a partner organisation and helped police to investigate the crime and identify victims."
Hieruit volgt dat APLE al sinds het jaar ervoor over informatie beschikte die belastend was voor cliënt en dat zij hebben samengewerkt in dit onderzoek met de Cambodjaanse politie.
Het krantenbericht waarover wordt gesproken is afgebeeld op p. 37 van het proces-verbaal.
De informatie waarop de pers (19 april 2017) zich baseert komt kennelijk weer van APLE.
"The suspect convinced the boys to follow him to a quiet place and then asked them to perform erotic poses for between $1 and $4, according to Action Pour Les Enfants (APLE), an NGO that hunts paedophiles".
Deze organisatie wordt uitdrukkelijk als bron genoemd van zeer specifieke - vermoedelijk volstrekt onjuiste - informatie.
In het Cambodjaanse vonnis komt over die vermeende betalingen niets terug.
Of er geposeerd zou zijn is het vonnis niet duidelijk.
Wat het meeste opvalt is dat APLE dus kennelijk al het jaar voorafgaande aan de arrestatie van cliënt beschikte over voor hem beweerdelijk belastende informatie.
De vraag is wat er in de tussentijd is gebeurd en of de liaison en het TBKK[deze afkorting staat voor: Team Bestrijding Kinderporno en Kindersekstoerisme, D.P.]
en de officieren hierover al waren geïnformeerd. Wat namelijk opvalt is de zeer voorspoedige informatieuitwisseling na de aanhouding in Cambodja en daarop volgende huiszoeking in [plaats] .
Van een spontane verstrekking aan de Nederlandse autoriteiten van informatie is dan ook vermoedelijk helemaal geen sprake.
En omdat Cambodja niet kan doorgaan voor een rechtsstaat en door internationale mensenrechtenorganisaties als corrupt land wordt aangemerkt, mocht de verdenking aldaar niet zonder meer tot een verdenking in Nederland leiden.
Het opsporingsonderzoek in Nederland is te lichtvaardig opgestart en met name de rechter-commissaris had op basis van deze summiere onbetrouwbare informatie nooit tot een huiszoeking (art. 110 Sv Pro jo. art. 8 EVRM Pro) mogen overgaan. De start van het Nederlandse onderzoek is besmet met de activiteiten van een organisatie van pedojagers (APLE) en de input uit een corrupt rechtssysteem.
Het interstatelijk vertrouwensbeginsel maakt dit niet anders. Het vertrouwensbeginsel is in de internationale strafrechtelijke samenwerking vooral van belang tussen staten met enerzijds een ander rechtssysteem, maar anderzijds met voldoende rechtswaarborgen voor waar het betreft de mensenrechten.
Nederland sluit in de regel ook geen rechtshulpverdragen met staten in welk rechtssysteem men onvoldoende vertrouwen heeft voor wat betreft de rechtsstatelijkheid.
Verwezen kan hierbij worden naar Aranyosi en Caldararu
HvJ 5-4-2016, C-404/15 en C-659/15 bij een dreigende onmenselijke behandeling in een andere EU-lidstaat kan de rechtshulp worden uitgesteld.
Zelfs binnen de Europese Unie met ruim gedeelde erkenning van grondrechten, moet een Nederlandse rechter ondanks het uitgangspunt van wederzijds vertrouwen, waken voor medeplichtigheid aan schending van die grondrechten.
Het spreekt welhaast voor zich dat slechts met grote terughoudendheid gebruik kan worden gemaakt van informatie uit een land waar het volgens vele publicaties slecht gesteld is met de mensenrechten en het corruptieniveau van haar ambtenaren.
Ook het vonnis uit Cambodja (p. 38 dossier en verder) is - dat geldt ook voor de in het Engels vertaalde versie - is niet bruikbaar. Het is niet in het Nederlands en in de vertaling naar het Engels is bijna onleesbaar naar vorm en inhoud. Het stuk kan niet tot bewijs dienen van enige omstandigheid.
Bij de mededeling van cliënts arrestatie in Cambodja is geen sprake van informatie uit twee verschillende bronnen. APLE en de Cambodjaanse politie hebben nauw samengewerkt en informeren de pers en de autoriteiten afzonderlijk. Zo lijkt sprake van twee bronnen, maar het betreft één gezamenlijke.
Van een redelijk vermoeden van schuld art. 27 Sv Pro aan enig feit in Nederland kon op basis van de Cambodjaanse informatie geen sprake zijn. Dat was misschien anders geweest op het moment dat hij contact zou hebben gehad met de Nederlandse diplomatieke post (Verdrag van Wenen) en deze vertegenwoordiging enige vorm van wederhoor had toegepast. Daarvan blijkt in dat stadium echter in het geheel niet.
Het huisrecht is één van de best gewaarborgde rechten in ons dwangmiddelen systeem. Niet voor niets is buiten heterdaad/ spoedeisendheid doorgaans een rechter-commissaris vereist. Van deze rechterlijk ambtenaar wordt een afweging verwacht, geen klakkeloze uitvoering van een verzoek.
Ook verdragsrechtelijk ligt de lat hoog voor wat betreft inbreuken op het ongestoord privéleven in de eigen woning.
De inbreuk is gemaakt in het vooronderzoek en is onherstelbaar.
Met een andere sanctie dan bewijsuitsluiting in de zin van art. 359a Sv kan niet worden volstaan. Nu het de rechter-commissaris betreft is de niet-ontvankelijkheid van het OM niet passend en strafvermindering te licht.
Het voorgaande dient tot vrijspraak te leiden.
[…]
Voorwaardelijke verzoeken
Mocht uw gerechtshof overwegen cliënt te veroordelen op basis van het dossier dan verzoekt de verdediging u opnieuw om de getuigen te horen als opgegeven bij appelschriftuur. Hetzelfde verzoek wordt herhaald waar het betreft het berichtenverkeer. Met name ten aanzien van de samenwerking tussen APLE, de zogenaamde zusterorganisatie, de Cambodjaanse en de Nederlandse politie/TBKK/ OM/ RC is meer transparantie nodig. In het bijzonder over wat er is gebeurd naar aanleiding van het in beeld komen van cliënt "een jaar eerder".
Het is voor de beoordeling van de vragen van art. 348 en Pro 350 Sv en de betrouwbaarheid van het bewijsmateriaal noodzakelijk dat er volledige transparantie komt in het proces van het aanleveren van de informatie bij de Nederlandse autoriteiten en de huiszoeking kort daarop.
2.3
Bij arrest van 11 juni 2024 heeft het hof dit verweer verworpen en de voorwaardelijke verzoeken als volgt afgewezen:

Oordeel van het hof
Feiten en omstandigheden
Aan de hand van de inhoud van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting stelt het hof de volgende feiten en omstandigheden vast. Op 19 april 2017 ontving het Team Bestrijding Kinderporno en Kindersekstoerisme (TBKK) Midden-Nederland van een politieattachée uit Zuidoost Azië een bericht waarin werd aangegeven dat op 18 april 2017 een Nederlandse man was aangehouden in [plaats] (Cambodja) die in het bezit was van een laptop met daarop een grote hoeveelheid kinderpornografisch materiaal. Hij werd daarnaast verdacht van seksueel misbruik van minderjarige jongens. Dit bericht werd door de betreffende Inspecteur van Politie in dienst van dit TBKK telefonisch gedaan. Vervolgens is de Liaison Officer van de Nederlandse politie van dit bericht telefonisch in kennis gesteld, teneinde de informatie te verifiëren. Dit leverde bevestiging van de melding op. Uit geleverde foto’s (waaronder van zijn paspoort) bleek dat verdachte de persoon was waar het omging. Hij verbleef op dat moment inderdaad in Cambodja. Er werden twee afbeeldingen meegestuurd, waarmee de in Cambodja tegen de verdachte gerezen verdenking nader werd geconcretiseerd. Het betrof twee afbeeldingen waarop naakte Aziatische jongens waren te zien. Een en ander is allemaal op die 18e april 2017 gerealiseerd. Diezelfde dag ontving dit TBKK van het Landelijk Parket van het Openbaar Ministerie een in de Engelse taal opgestelde rapportage van de non-gouvernementele organisatie APLE (Action Pour Les Enfants) Cambodia. In die rapportage werd beschreven dat op 18 april 2017 een 53-jarige Nederlander was gearresteerd. De politie zou tijdens de arrestatie een digitale camera en een iPad in beslag hebben genomen, waarop een groot aantal expliciet seksueel getinte afbeeldingen werd aangetroffen.
Naar aanleiding van deze informatie is op 19 april 2017 de woning van verdachte doorzocht, evenals het luchthavenpastoraat te Schiphol waar verdachte werkzaam was. Op beide locaties zijn gegevensdragers in beslag genomen. Op het luchthavenpastoraat betrof dat zeventien Cd-roms, een desktop, een simkaarthouder, een simkaart, een micro SD kaart, een digitale camera met SD kaart en twee USB-sticks. In de woning van verdachte zijn een computer, zeven USB-sticks, een telefoon en dertien geheugenkaarten in beslag genomen. Op vier van de zeven in de woning van verdachte in beslag genomen USB-sticks zijn de afbeeldingen aangetroffen waarvan het bezit verdachte in deze zaak ten laste is gelegd. In totaal werden op deze USB-sticks 904 afbeeldingen aangetroffen die in het proces-verbaal als kinderpornografisch zijn aangemerkt. Vijftig afbeeldingen stonden in de prullenbak. Deze afbeeldingen zijn door de verbalisanten aangemerkt als voor de gebruiker gemakkelijk te benaderen. De overige afbeeldingen, in totaal 854, bevonden zich op de ‘unallocated clusters’ of waren ‘thumbnails’ en niet zonder specifieke kennis benaderbaar.
Rechtmatigheid doorzoeking woning
Met betrekking tot de door de verdediging bestreden rechtmatigheid van de doorzoeking van de woning van verdachte is het hof van oordeel dat de door de Nederlandse opsporingsautoriteiten uit Cambodja ontvangen informatie voldoende geverifieerd is. Bovendien was, gelet op de wijze waarop verdachte kennelijk in bezit was van de afbeeldingen, namelijk digitaal, de verweten gedraging naar zijn aard niet verbonden aan het verblijf van verdachte in Cambodja. Het hof is op grond van het voorgaande van oordeel dat de rechter-commissaris terecht tot de bevinding is gekomen dat er jegens de verdachte een redelijk vermoeden van schuld is gerezen en heeft aldus op goede gronden een machtiging tot huiszoeking verleend, teneinde te onderzoeken of op in Nederland achtergebleven gegevensdragers vergelijkbaar materiaal kon worden aangetroffen.
[…]
Voorwaardelijke verzoeken
De raadsman heeft ter terechtzitting verzocht dat, indien het hof tot een bewezenverklaring mocht komen, alsnog de getuigen en deskundigen te horen die zijn opgegeven bij appelschriftuur. Ook wenst de verdediging het berichtenverkeer te ontvangen tussen het TBKK, het openbaar ministerie, de Laison Officers en APLE. Deze verzoeken zijn door het hof reeds bij tussenarrest afgewezen. Ook heeft de raadsman verzocht dat het hof, voorafgaand aan de beslissing, de USB-sticks in raadkamer in zal zien, nu de selectie in de toonmap niet representatief is voor het geheel.
Ten aanzien van de ter terechtzitting van 28 mei 2024 herhaalde verzoeken overweegt het hof dat de raadsman ten opzichte van de beslissing op de verzoeken in het tussenarrest van het hof van 28 juli 2023, waarbij deze verzoeken zijn afgewezen, geen nieuwe feiten en omstandigheden aan die verzoeken ten grondslag heeft gelegd en deze evenmin nader heeft onderbouwd. Op grond daarvan zal het hof deze verzoeken afwijzen. Het hof is voor het overige van oordeel dat de raadsman niet aannemelijk heeft gemaakt dat de selectie aan afbeeldingen niet representatief zou zijn. Het hof acht het mitsdien niet noodzakelijk de USB-sticks in raadkamer in te zien. Dat er zich ook niet-kinderpornografische afbeeldingen op de gegevensdragers bevinden maakt dat niet anders. Het hof acht nader onderzoek aldus niet noodzakelijk en acht zich ook overigens in voldoende mate voorgelicht om een oordeel te kunnen vellen.
2.4
Zoals uit het arrest volgt, heeft het hof deze bij tijdig ingediende appelschriftuur gedane verzoeken bij tussenarrest van 28 juli 2023 afgewezen. Dit tussenarrest houdt – voor zover van belang en met weglating van voetnoten – in:

Verzoeken en standpunten van de verdediging
De verdediging heeft bij appelschriftuur van 20 mei 2022, aanvulling op deze schriftuur bij schrijve van 13 juli 2023 en nadere toelichting op de verzoeken ter terechtzitting van 13 juli 2023, zakelijk weergegeven, verzocht om:
1. toegang tot alle data op de USB-sticks waarop kinderpornografisch materiaal is aangetroffen;
2. te beschikken over alle e-mailberichten uitgewisseld tussen het TBKK, het openbaar ministerie (o.l.v. ntr. [betrokkene 1] ), de Liaison-officieren, ABLE omtrent de aanhouding van cliënt in Cambodja, alsmede die tussen de officier van justitie en de rechter-commissaris (mr. [betrokkene 2] en/of mr. [betrokkene 3] ) in het kader van de huiszoeking in de woning van verdachte en op het luchthavenpastoraat;
de volgende getuigen en deskundigen te horen:
3. [verbalisant 1] , thematisch Liaison Officier voor Cambodja;
4. [betrokkene 4] , De liaison-officier van Cambodja;
5. [betrokkene 5] , brigadier Senior Tactische Opsporing, werkzaam bij het team Bestrijding Kinderporno en kindersekstoerisme;
6. [betrokkene 6] , regionaal politie attachée Zuid-Oost Azië
7. [betrokkene 7] , TBKK Midden-Nederland, operationeel specialist B, TBKK Landelijke eenheid.
8. [betrokkene 8] , Executive Director APLE op 19 april 2017;
9. Mr. [betrokkene 9] , APLE CAMBODIA;
10. [betrokkene 10] (teamleider van de unit Anti Human Traficking van de Cambodjaanse politie te [plaats] ;
11-1. [betrokkene 11] (unit Anti Human Traficking te Seam Reap);
11-2. Deskundige [betrokkene 12] , Hunt & Hackett [plaats] ;
12. [betrokkene 13] , advocaat te [plaats] ;
13. [betrokkene 14] , geestelijk verzorger Stichting Epafras en/of een vertegenwoordiger van Amnesty International Zuid-Oost Azië;
14. [betrokkene 15] ;
15. [betrokkene 16] ;
16. Pastoor [betrokkene 17] ;
17. Getuige-deskundige [betrokkene 18] , GZ-psycholoog.
[…]
Oordeel van het hof
Verzoek 1
Het hof zal geen beslissing nemen op verzoek 1, nu de advocaat-generaal zich tegen dat verzoek niet heeft verzet en ter terechtzitting heeft medegedeeld dat de verdediging toegang tot de data op de USB-sticks kan krijgen.
Verzoeken 2 tot en met 11-1
De verzoeken 2 tot en met 11-1 hebben betrekking op informatie die vanuit het strafrechtelijke traject in Cambodja door de nationale autoriteiten is verschaft en die aanleiding heeft gevormd voor het strafrechtelijk onderzoek in Nederland. Aan de verzoeken ligt telkens ten grondslag dat zich in dat traject onregelmatigheden kunnen hebben voorgedaan en dat dit traject daarom getoetst dient te worden.
Het dossier bevat een proces-verbaal van bevindingen van 24 april 2017, opgemaakt door [verbalisant 1] , Inspecteur van Politie, in dienst van het Team Bestrijding Kindersekstoerisme van de Dienst Landelijke Recherche van de Landelijke Eenheid, waarin de aanleiding van het onderzoek is gerelateerd. Daaruit blijkt, zakelijk weergegeven, dat [verbalisant 1] op 18 april 2017 een telefonische melding heeft gekregen van de hem ambtshalve bekende politiefunctionarissen [betrokkene 10] en [betrokkene 11] , inhoudende dat zij een man met de Nederlandse nationaliteit hadden aangehouden terzake van (vertaald) kinderpornografie en verkrachting. Ter verificatie heeft [verbalisant 1] de Liaison Officer van de Nederlandse politie te Thailand in kennis gesteld van de melding. Later die dag zijn door de politie [plaats] , zonder vraag vanuit de Nederlandse autoriteiten, aanvullende gegevens betreffende de aangehouden man – zijnde verdachte verstrekt aan de Nederlandse politie. Op 19 april 2017 ontving [verbalisant 1] bevestiging van de Liaison Officer dat verdachte was aangehouden in verband met het vervaardigen van kinderporno.
Het hof heeft geen reden om te twijfelen aan de juistheid van de inhoud van voornoemd proces-verbaal. Uit de daarin vermelde gang van zaken volgt dat de Nederlandse politie de betreffende informatie heeft ontvangen van de bevoegde nationale autoriteiten van Cambodja over een aldaar verricht strafrechtelijk onderzoek. Voor zover aan de verzoeken ten grondslag is gelegd dat “APLE” bij deze informatieoverdracht een rol heeft gespeeld, constateert het hof dat daarvan niet is gebleken.
Het interstatelijk vertrouwensbeginsel brengt voorts mee dat de aard en de omvang van de rechterlijke toetsing van de rechtmatigheid van onderzoekshandelingen die hebben plaatsgevonden in het buitenland onder verantwoordelijkheid van de buitenlandse autoriteiten, ertoe is beperkt te waarborgen dat de wijze waarop van de resultaten van dit onderzoek in de strafzaak tegen de verdachte in Nederland gebruik wordt gemaakt, geen inbreuk maakt op zijn recht op een eerlijk proces, zoals bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM. Het behoort niet tot de taak van de Nederlandse strafrechter om te toetsen of de wijze waarop dit onderzoek is uitgevoerd, strookt met de dienaangaande in het desbetreffende buitenland geldende rechtsregels.
Nu er naar het oordeel van het hof geen aanknopingspunten zijn aangevoerd of gebleken voor het aannemen van onrechtmatigheden in het strafrechtelijk traject in Cambodja zal het hof de verzoeken 2 tot en met 11-1 afwijzen, nu het belang van de verdediging in het licht van het hiervoor overwogene niet is gebleken.
Verzoek 11-2
Het dossier bevat een proces-verbaal Beschrijving kinderpornografisch materiaal van 26 augustus 2020, waarin onder meer wordt uitgelegd wat de begrippen ‘thumbnail’ en ‘unallocated’ inhouden. Gelet daarop is het belang van de verdediging met betrekking tot verzoek 11-2 niet gebleken. Het hof zal dit verzoek daarom afwijzen.
Verzoeken 12 tot en met 17
Het hof overweegt dat de verzoeken 12 tot en met 17 betrekking hebben op het horen van getuigen(-deskundigen) die over de persoonlijke omstandigheden van verdachte zouden kunnen verklaren. Het hof acht het horen van deze getuigen niet van belang in het kader van de op grond van de artikelen 348 en 350 van het Wetboek van Strafvordering te beantwoorden vragen, nu verdachte ter terechtzitting in de gelegenheid zal worden gesteld om zelf over zijn persoonlijke omstandigheden te (laten) verklaren.
BESLISSING
Het hof:
Constateert dat de advocaat-generaal heeft toegezegd de verdediging toegang te verschaffen tot de data op de in verzoek 1 bedoelde USB-sticks;
Stelt de stukken in handen van de advocaat-generaal met voormeld doel;
Wijst af de verzoeken 2 tot en met 17”.
2.5
Volgens de steller van het middel is de verwerping door het hof van het verweer dat de doorzoeking van de woning van de verdachte onrechtmatig was wegens het ontbreken van een redelijk vermoeden van schuld aan enig strafbaar feit niet (zonder meer) begrijpelijk. In de toelichting op het middel wordt daartoe aangevoerd dat de Nederlandse opsporingsautoriteiten niet veel meer hebben gedaan dan de identiteit van de verdachte vast te stellen. Volgens de steller van het middel zeggen “de twee door de politie meegestuurde afbeeldingen van naakte Aziatische jongens uit een warm land […] niets over het kinderpornografisch karakter van deze afbeeldingen.” Bovendien is niet gebleken dat de in de rapportage van APLE verstrekte informatie is geverifieerd.
2.6
Het hof heeft blijkens de onder randnummer 2.3 weergegeven overwegingen vastgesteld dat:
i)het Team Bestrijding Kinderporno en Kindersekstoerisme (TBKK) Midden-Nederland op 19 april 2017 van een politieattachée uit Zuidoost Azië een bericht heeft ontvangen waarin werd aangegeven dat op 18 april 2017 een Nederlandse man was aangehouden in [plaats] (Cambodja) die in het bezit was van een laptop met daarop een grote hoeveelheid kinderpornografisch materiaal en tevens werd verdacht van seksueel misbruik van minderjarige jongens;
ii)de Liaison Officer van de Nederlandse politie van dit bericht telefonisch in kennis is gesteld, teneinde de informatie te verifiëren, hetgeen een bevestiging van de melding opleverde;
iii)uit geleverde foto’s (waaronder van zijn paspoort) bleek dat de verdachte de persoon was waar het om ging;
iv)daarnaast twee afbeeldingen van naakte Aziatische jongens waren meegestuurd waarmee de in Cambodja tegen de verdachte gerezen verdenking nader werd geconcretiseerd;
v)het TBKK van het Landelijk Parket van het Openbaar Ministerie een in de Engelse taal opgestelde rapportage van de non-gouvernementele APLE (Action Pour Les Enfants) Cambodia ontving waarin werd beschreven dat op 18 april 2017 een 53-jarige Nederlander was gearresteerd en de politie daarbij een digitale camera en een iPad in beslag zou hebben genomen waarop een groot aantal expliciet seksueel getinte afbeeldingen werd aangetroffen.
2.7
Blijkens de overwegingen van het hof is “naar aanleiding van deze informatie […] op 19 april 2017 de woning van verdachte doorzocht, evenals het luchthavenpastoraat te Schiphol waar verdachte werkzaam was.” Het hof heeft vervolgens met betrekking tot de rechtmatigheid van deze doorzoeking geoordeeld dat “de door de Nederlandse opsporingsautoriteiten uit Cambodja ontvangen informatie voldoende geverifieerd is” en dat “gelet op de wijze waarop verdachte kennelijk in bezit was van de afbeeldingen, namelijk digitaal, de verweten gedraging naar zijn aard niet verbonden [was] aan het verblijf van verdachte in Cambodja.” Het hof is dan ook van oordeel “dat de rechter-commissaris terecht tot de bevinding is gekomen dat er jegens de verdachte een redelijk vermoeden van schuld is gerezen en […] op goede gronden een machtiging tot huiszoeking [heeft] verleend, teneinde te onderzoeken of op in Nederland achtergebleven gegevensdragers vergelijkbaar materiaal kon worden aangetroffen.”
2.8
Anders dan de steller van het middel acht ik dit oordeel van het hof niet onbegrijpelijk. Uit de vaststellingen van het hof volgt immers dat bij de Cambodjaanse autoriteiten meer informatie is geverifieerd dan alleen de identiteit van de in Cambodja aangehouden verdachte. Daaruit blijkt verder dat vanuit verschillende bronnen informatie is ontvangen dat de verdachte in Cambodja is gearresteerd, omdat bij hem een groot aantal seksueel getinte afbeeldingen in digitale vorm zijn aangetroffen, waaronder ook een grote hoeveelheid kinderpornografisch materiaal. Daarnaast volgt uit ’s hofs vaststellingen dat er twee afbeeldingen van naakte Aziatische jongens waren meegestuurd ter concretisering van de in Cambodja tegen de verdachte gerezen verdenking. Daarbij merk ik op dat aan de juridische vaststelling van een redelijk vermoeden van schuld en het daarmee corresponderende verdenkingsbegrip in art. 27 lid 1 Sv Pro geen zware eisen worden gesteld. [2] Ook het feit dat de informatie was verkregen van buitenlandse autoriteiten staat niet aan het doen ontstaan van een redelijk vermoeden van schuld aan enig strafbaar feit in de weg. [3] In zoverre faalt het middel.
2.9
Het middel klaagt verder dat het hof de verzoeken die strekten tot nader onderzoek naar de rechtmatigheid van de doorzoeking, ten onrechte althans onvoldoende gemotiveerd heeft afgewezen. Volgens de steller van het middel dwingt ‘
the overall fairness’van de procedure ertoe dat de verdediging de gelegenheid krijgt aan te tonen dat de voorstelling van zaken in het dossier niet juist en/of onvolledig is. Daarnaast meent de steller van het middel dat wel degelijk sprake is “geweest van een nadere onderbouwing en nieuwe feiten en omstandigheden. Al was het maar door de verklaring van [verdachte] ter zitting, alsmede de inhoud van het pleidooi.”
2.1
Uit de ter terechtzitting overgelegde pleitnota volgt dat de raadsman de eerder bij appelschriftuur gedane getuigenverzoeken en het verzoek met betrekking tot de e-mailberichten bij gelegenheid van de inhoudelijke behandeling in hoger beroep op 28 mei 2024 in voorwaardelijke vorm heeft herhaald. Aan dit voorwaardelijk verzoek is door de verdediging ten grondslag gelegd dat het “voor de beoordeling van de vragen van art. 348 en Pro 350 Sv en de betrouwbaarheid van het bewijsmateriaal noodzakelijk [is] dat er volledige transparantie komt in het proces van het aanleveren van de informatie bij de Nederlandse autoriteiten en de huiszoeking kort daarop.” Het hof heeft deze herhaalde verzoeken afgewezen, omdat de raadsman “geen nieuwe feiten en omstandigheden aan die verzoeken ten grondslag heeft gelegd en deze evenmin nader heeft onderbouwd.” Het hof overweegt verder dat het nader onderzoek niet noodzakelijk acht en zich ook overigens in voldoende mate voorgelicht acht om een oordeel te kunnen vellen.
2.11
De ter terechtzitting in voorwaardelijke vorm herhaalde verzoeken strekken ertoe de rechtmatigheid van het voorbereidend onderzoek aan de orde te stellen. Uit de rechtspraak van de Hoge Raad volgt dat, indien het verzoek tot het horen van een getuige wordt gedaan met het oog op de onderbouwing van een verweer dat betrekking heeft op de rechtmatigheid van het voorbereidend onderzoek en strekt tot toepassing van art. 359a Sv, van de verdediging (nog steeds) wordt verlangd dat dat verzoek wordt gemotiveerd. [4] In cassatie gaat het vervolgens bij de beoordeling van de afwijzing van een verzoek tot het horen van getuigen in de kern om de vraag of de beslissing begrijpelijk is in het licht – als waren het communicerende vaten – enerzijds hetgeen aan het verzoek ten grondslag is gelegd en anderzijds de gronden waarop het is afgewezen. [5]
2.12
In het licht van hetgeen de verdediging aan het verzoek ten grondslag heeft gelegd, acht ik het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. Met het hof meen ik dat van een nadere onderbouwing van de door de verdediging herhaalde voorwaardelijke verzoeken – gelet op hetgeen door de verdediging in dit kader is aangevoerd – inderdaad geen sprake is. Daaraan doet niet af dat tijdens de behandeling van de zaak ter terechtzitting op andere momenten eventuele argumenten daarvoor aan de orde zijn gekomen. Voor zover de steller van het middel meent dat de “
overall fairness” van de procedure in het licht van art. 6 EVRM Pro steeds meebrengt dat de verdediging in de gelegenheid moet worden gesteld om aan te tonen dat de voorstelling van zaken in het dossier niet juist of onvolledig is, kan ik dit – in de schriftuur niet nader toegelichte – punt niet volgen. Overigens is dit evenmin aangevoerd in het kader van de door de verdediging ter terechtzitting gedane voorwaardelijke verzoeken.
2.13
Het eerste middel faalt in al zijn onderdelen.

3.Het tweede middel

3.1
Het tweede middel klaagt dat het bewezenverklaarde opzettelijk bezit van kinderporno en daarvan een gewoonte maken niet naar de eis der wet met redenen is omkleed en de bewijsmiddelen daartoe onvoldoende redengevend zijn. Meer specifiek wordt geklaagd dat het hof niet heeft gemotiveerd “althans niet zonder meer op begrijpelijke wijze, waarom de USB-sticks exclusief aan de verdachte zouden hebben toebehoord, althans hij degene is die daar exclusief de toegang toe zou hebben gehad.”
3.2
Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:

hij in de periode van 2 maart 2012 tot en met 18 april 2017 te [plaats] meermalen - afbeeldingen, te USB Sticks, beslagcode AAGC2529NL en/of AAGC2535NL en/of AAGC2536NL en/of AAGC2514NL van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken heeft verworven en in bezit gehad en zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:
het met de hand betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of (FileName: [bestandsnaam 1] ) en/of
het geheel of gedeeltelijk naakt laten poseren door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon poseert in een (erotisch getinte) houding en/of door het camerastandpunt en/of de pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de foto’s/films nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, en/of billen van die persoon in beeld gebracht worden, (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en strekt tot seksuele prikkeling (FileName: [bestandsnaam 2] en/of [bestandsnaam 3] en/of [bestandsnaam 4] en/of [bestandsnaam 5] en/of [bestandsnaam 6] en/of [bestandsnaam 7] en/of [bestandsnaam 8] en/of [bestandsnaam 9] en/of [bestandsnaam 10]
en hij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt;
3.3
Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:

1. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen d.d. 7 mei 2024 (los proces-verbaal) voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven –als relaas van verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] :
Op woensdag 19 april 2017 werden bij een doorzoeking in perceel [a-straat 1] in [plaats] , eigendom van de [verdachte] , diverse gegevensdragers in beslag genomen.
Door de afdeling digitale expertise van de politie Midden-Nederland werden alle digitale gegevensdragers voorzien van een SIN-nummer.
Bij de inbeslaggenomen digitale gegevensdragers waren onder andere vier USB-sticks. Uit onderzoek bleek dat er alleen op deze vier USB-sticks kinderpornografische afbeeldingen staan.
Deze USB-sticks werden voorzien van de volgende goednummers:
- USB-stick; SIN AAGC2529NL : goednummer 17-4492-003
- USB-stick; SIN AAGC2535NL : goednummer 17-4492-004
- USB-stick; SIN AAGC2536NL : goednummer 17-4492-005
- USB-stick; SIN AAGC2514NL : goednummer 17-4492-008 .
In totaal werden 904 kinderpornografische afbeeldingen aangetroffen op de vier USB-sticks. Van de 904 kinderpronografische afbeeldingen waren er 854 niet benaderbaar en 50 wel benaderbaar voor de gebruiker.
In de toonmap zijn 10 afbeeldingen opgenomen die beschreven zijn met foto. Deze beschreven afbeeldingen zijn zonder afbeeldingen opgenomen op pagina 98 van het dossier. Onder de beschrijving van de afbeelding staat achter EvidenceDescription het goednummer van de USB-stick. Achter het Filepath staat het path waarin het bestand op de desbetreffende USB-stick is opgeslagen.
2. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van doorzoeking d.d. 20 april 2017 voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven –als relaas van [verbalisant 4] :
Op woensdag 19 april 2017 ben ik naar het Luchthavenpastoraat, kamer B631 gegaan, gelegen op de luchthaven Schiphol, […] . Ik heb gevraagd naar de werkplek van [verdachte] , alsmede naar de kasten en/of goederen die door [verdachte] in gebruik zijn geweest.
Hierbij werden de navolgende goederen in beslag genomen:
3. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen d.d. 27 oktober 2020 voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven –als relaas van [verbalisant 5]:
Op 19 april 2017 heeft een doorzoeking plaats gevonden in het luchtvaart pastoraat te Schiphol. Van deze doorzoeking is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt. Bij dat proces-verbaal is ook een goederenlijst gevoegd. Ik heb de inbeslaggenomen gegevensdragers en de daarop aangetroffen afbeeldingen via een speciaal daarvoor bestemd software programma onderzocht.
Op de inbeslaggenomen gegevensdragers zijn over het algemeen privé foto's aangetroffen, foto's van bijeenkomsten met volwassenen, afbeeldingen van Bijbelse aard. Vakantie foto’s waarop volwassenen te zien zijn.
4. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen (pagina 84 tot en met 100) voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven –als relaas van [verbalisant 2] :
Op 19 april 2017 werd binnengetreden op het adres [a-straat 1] in [plaats] en werden goederen in beslag genomen. De in deze gegevensdragers aanwezige bestanden zijn ter beoordeling aan mij aangeboden. Alle in het onderzoek betrokken goederen heb ik gecontroleerd op de kennelijke aanwezigheid van kinderpornografisch materiaal.
Ik heb vastgesteld dat hierop in totaal 904 afbeeldingen voorkwamen die kinderpornografisch waren. Daarvan stonden er 50 in de prullenbak en in een map die aangeduid was met images\ [naam 1] \ [naam 2] \ met daaronder een submap. Deze afbeeldingen zijn voor de gebruiker makkelijk te benaderen. De andere 854 kinderpornografische afbeeldingen waren Unallocated en Thumbnails.
Uit het totaal van kinderpornografische afbeeldingen heb ik een representatieve doorsnede van 10 afbeeldingen samengesteld. Van deze afbeeldingen heb ik een toonmap samengesteld.
Algemene beschrijving aangetroffen kinderpornografische afbeeldingen
Het betrof 904 kinderpornografische foto's van minderjarige jongens, vaak poserend. Het betrof o.a. jongens uit een Aziatisch land poserend met hun geslachtsdeel of anus naar de camera gekeerd.
Een enkele foto is te zien dat een jongen zichzelf betast aan zijn geslachtsdeel of dat een minderjarige jongen een andere minderjarige jongen aan zijn geslachtsdeel betast. Op verschillende foto's is te zien dat twee jongens elkaar zoenen.
Het betroffen jongens in de geschatte leeftijd tussen de 8 en 12 jaar oud, een enkele afbeelding is van een jongen in de geschatte leeftijd tussen de 12 en 16 jaar oud.
Op de 50 kinderpornografische foto's die in de prullenbak zitten of in de map [naam 1] / [naam 2] is te zien dat de eerste foto op 2 maart 2012 op de USB-stick is geplaatst.
Thumbnail
Een Thumbnail is een kleinere versie van een afbeelding dat door een programma of een besturingssysteem automatisch is gegenereerd. Deze afbeeldingen worden door programma's gebruikt om een overzicht te tonen. Thumbnails staan meestal opgeslagen in een speciaal bestandsformaat dat door een gebruiker zonder specifieke kennis niet is te benaderen. Een thumbnail kan achterblijven ook nadat de originele afbeelding is verwijderd.
Unallocated
Een stukje data dat niet meer aan het bestandssysteem toegekend kan worden. Deze data is afkomstig uit de vrije ruimte van een schijf, de zogenaamde unallocated space of slacks pace. Dit kan bijvoorbeeld zijn een (fragment van een) plaatje dat ooit op die plek heeft gestaan of zelfs een restant van een bestandssysteem die er eerder op gestaan heeft.
Bij dit proces-verbaal zijn, onder meer, de volgende documenten gevoegd:
- Bijlage IV: Omschrijving kinderpornografische afbeeldingen.
Bijlage IV(p. 98 tot en met 100)
Accessibility: Accessible
EvidenceDescription: 17-4492-008
FilePath: [bestandsnaam 11]
FileName:[bestandsnaam 2]
Op de afbeelding (foto) is een jongen te zien in de geschatte leeftijd tussen de 10 en 12 jaar oud. De jongen staat voor een muur. De jongen is naakt. Het geslachtsdeel van de jongen is zichtbaar.
Accessibility: Accessible
EvidenceDescription: 17-4492-008
FilePath: [bestandsnaam 12]
FileName:[bestandsnaam 3]
Op de afbeelding zijn een aantal jongens te zien in de geschatte leeftijd tussen de 8 en 11 jaar oud. De jongens zijn naakt en hangen aan een touw die over een rivier is gespannen. De jongens hangen alleen aan hun handen. Een van de jongens heeft zijn benen omhoog en probeert met zijn voeten tegen het touw aan te komen. De jongen heeft zijn benen gespreid. De billen van de jongen zijn in de richting van de camera gekeerd. De geopende billen en het geslachtsdeel van de jongen is zichtbaar.
Accessibility: Accessible
EvidenceDescription: 17-4492-003
FilePath: [bestandsnaam 13]
FileName:[bestandsnaam 14]
Op de afbeelding (foto) is een Aziatische jongen te zien in de geschatte leeftijd tussen de 8 en 12 jaar oud. De jongen ligt op zijn rug op een luchtbed in het water. De jongen is naakt. De jongen heeft zijn benen opgetrokken en gespreid. Doordat de jongen zijn benen heeft opgetrokken staat de anus van de jongen open. De foto is gericht op de geopende anus en het geslachtsdeel van de jongen.
Accessibility: Accessible
EvidenceDescription: 17-4492-003
FilePath: [bestandsnaam 13]
FileName:[bestandsnaam 5]
Op de afbeelding (foto) is een Aziatische jongen gezien in de geschatte leeftijd tussen de 8 en 12 jaar oud. De jongen is naakt en staat met zijn rug naar de camera. De jongen staat voorover gebogen en heeft zijn benen gespreid. De jongen kijkt door zijn benen in de richting van de camera. Door deze houding is de foto gericht op de geopende anus en het geslachtsdeel van de jongen.
Accessibility: Accessible
EvidenceDescription: 17-4492-003
FilePath: [bestandsnaam 13]
FileName:[bestandsnaam 6]
Op de afbeelding (foto) is een Aziatische jongen te zien in de leeftijd tussen 8 en 12 jaar. De jongen ligt met zijn benen wijd en opgetrokken op zijn rug half in het water. De jongen is geheel naakt en kijkt lachend recht in de camera. De jongen heeft zijn benen opgetrokken en gespreid. De nadruk van de foto ligt op de anus en geslachtsdelen van de jongen.
Accessibility: Unallocated
EvidenceDescription: 17-4492-008
FilePath: [bestandsnaam 15]
FileName:[bestandsnaam 7]
Op de afbeelding is een jongen te zien in de geschatte leeftijd tussen de 8 en 12 jaar oud. De jongen is naakt. Het is een donker gekleurde jongen. De jongen is op het strand. De jongen maakt een bruggetje van zijn lichaam op het strand. De jongen staat op handen en voeten met zijn rug naar het zand. De billen en het geslachtsdeel van de jongen is zichtbaar. De foto is gemaakt vanaf de voeten van de jongen hierdoor is de foto gericht op de billen en het geslachtdeel van de jongen.
Accessibility: Thumbnail
EvidenceDescription: 17-4492-008
FilePath: [bestandsnaam 16]
FileName:[bestandsnaam 8]
Op de afbeelding zijn twee jongens zichtbaar in de geschatte leeftijd tussen de 8 en 12 jaar oud. Alleen de hoofden van de jongens is zichtbaar. Jongen 1 heeft zijn ogen gesloten en heeft zijn tong uit zijn mond. De tong van jongen 1 is ter hoogte van de mond van jongen 2. Jongen 2 heeft eveneens zijn ogen gesloten en de onderarm van jongen 2 is ter hoogte van de nek van jongen 1. Jongen 2 heeft zijn mond geopend. De tong van jongen 1 is tegen de lip van jongen 2.
Accessibility: Thumbnail
EvidenceDescription: 17-4492-008
FilePath: [bestandsnaam 17]
FileName:[bestandsnaam 9]
Op de foto is een jongen zichtbaar in de geschatte leeftijd tussen de 10 en 12 jaar oud. De jongen is naakt de jongen zit op een bank en leunt tegen een houten wand. De jongen heeft zijn linker been opgetrokken zodat zijn knie omhoog staat. De rechterknie van de jongen ligt op de bank. Hierdoor zijn de benen van de jongen gespreid. De foto is genomen vanaf de voeten van de jongen. Het geslachtsdeel van de jongen is zichtbaar. De foto is gericht op het blote geslachtsdeel van de jongen.
Accessibility: Thumbnail
EvidenceDescription: 17-4492-008
FilePath: [bestandsnaam 16]
FileName:[bestandsnaam 1]
Op de afbeelding zijn twee jongens zichtbaar in de geschatte leeftijd tussen de 10 en 14 jaar oud. De jongens hebben ontbloot boven lijf en dragen alle twee een blauwe broek. Jongen 1 ligt op zijn rug in het gras. Jongen 2 ligt half op zijn rechter zij. Jongen 2 ligt met zijn kin op de borst van jongen 1. Jongen 2 heeft zijn rechterhand in de broek van jongen twee ter hoogte van het geslachtsdeel van jongen 1.
Accessibility: Thumbnail
EvidenceDescription: 17-4492-008
FilePath: [bestandsnaam 19]
FileName:[bestandsnaam 20]
Op de afbeelding zijn twee jongens zichtbaar in de geschatte leeftijd tussen de 7 en 10 jaar oud. De jongens zijn naakt. Jongen 1 zit op zijn knieën en zit schuin achter jongen 2. Jongen 1 heeft zijn handen op de schouders van jongen 2. Jongen twee zit op zijn billen en heeft zijn benen opgetrokken en iets gespreid. Achter de jongens hangt een goudkleurig gordijn. De jongens zitten op een bruin kleed. De foto is genomen vanaf de voeten van jongen 2. De geslachtsdelen van beide jongens zijn te zien.
5. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor verdachte (pagina 158 tot en met 164) voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven –als verklaring van [verdachte] :
Ik woonde alleen in de woning aan de [a-straat 1] te [plaats] .
6. Het proces-verbaal van de terechtzitting van het hof van 28 mei 2024, voor zover inhoudende dewaarneming van de voorzitterkijkende naar de door de advocaat-generaal overgelegde toonmap met een selectie van de afbeeldingen die op de bij verdachte thuis aangetroffen USB-sticks zijn aangetroffen en door de politie als kinderpornografisch zijn beoordeeld:
Het zijn thumbnails van foto’s. In de toonmap zitten een aantal pagina's met daarop kleinere kleurenfoto’s van jongens. De meeste jongens zijn – zo lijkt het – onder de twaalf jaar oud. Een aantal jongens zijn van Aziatische afkomst en een aantal lijken West-Europees, in ieder geval wit van kleur. Het zijn vier pagina’s met thumbnails van foto’s en twee grotere kleurenfoto’s. Van de twee grotere kleurenfoto’s gaat het bij één foto om een groepje jongens die van Aziatische afkomst lijken te zijn. De jongens zijn vrijwel allemaal bloot en er is een goed zicht op de anus van een deel van de jongens, dan wel is er goed zicht op het geslachtsdeel van de jongens. Ik zie één thumbnail van twee kinderen die mij ook voorkomen als jongens die aan het begin van een tongzoen lijken te zitten. Het gaat om één witte jongen die iets ouder lijkt te zijn, waarbij er vol zicht is op zijn geslachtsdeel. Ze zitten in de sauna. Dan zijn er twee witte jongens te zien die in de aanvang van seks lijken te zitten. De ene jongen heeft de hand in de broek van de andere jongen en likt aan zijn tepel. Ik zie één foto met witte jongetjes waarvan één op de knieën achter de andere zit en van beide jongetjes is het geslachtsdeel zichtbaar.
7. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van dit gerechtshof, meervoudige kamer voor strafzaken, op 28 mei 2024 voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven –als verklaring van [verdachte]:
Van de aangetroffen USB-sticks heb ik vier stuks mogen zien. Deze USB-sticks zijn afkomstig van mijn werk.
Ik ging op vakantie en ik had op mijn kantoor bij het luchthavenpastoraat opgeruimd. Er ligt van alles en ook veel USB-sticks,..... Ik heb....... de rest mee naar huis genomen.
3.4
Bij gelegenheid van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep op 28 mei 2024 is door de verdediging een pleitnota overgelegd. Deze pleitnota houdt – voor zover van belang – het volgende in:

2. Vrijspraak omdat niet vaststaat dat cliënt opzettelijk (met wetenschap) het beweerdelijk kinderpornografisch materiaal in bezit had
Wetenschap van de data op de USB-sticks is van wezenlijk belang om te kunnen aannemen dat sprake was van het opzettelijk bezit van kinderporno.
Verwezen kan worden naarECLI:NL:GHDHA:2021:2830 e.a.
Strekking:
"Vrijspraak. De enkele bevinding dat kinderpornografisch materiaal is aangetroffen in de zogenaamde unallocated clusters of gewiste bestanden van een gegevensdrager is in zijn algemeenheid onvoldoende voor het aannemen van bezit in de zin van art. 240b van het Wetboek van strafrecht."
Van belang is het volgende.
De op de USB-sticks aangetroffen foto’s betreft slechts een kleine selectie uit79.186 afbeeldingen(p. 86 dossier bovenaan).
Op p. 88 staat vermeld dat ook volwassene porno op de sticks is aangetroffen. Het betreft met name seksuele handelingen met vrouwen.
In bijlage 4. staan een aantal tekstuele uitwerkingen van wat er op het beweerdelijk kinderpornografisch materiaal te zien is (p. 98 en verder).
Waar wordt gesproken van een"geopende anus"
of"geopende billen"
wordt kennelijk wijdbeens bedoeld. Hetgeen naar de verdediging meent, toch echt iets anders is.
Op p. 89 wordt duidelijk aangegeven dat thumbnails en unallocated clusters niet (zonder specifieke kennis of programmatuur) benaderbaar zijn.
Van het overzicht met de beschrijvingen p. 98 (en verder) is dus een deel niet accessible (benaderbaar).
Er zijn vier USB-sticks van belang voor dit onderzoek. Zie ook aanvullend proces-verbaal van 7 mei 2024.
Twee van deze vier sticks 17-4492-3(PNY) 17-4492-8(Transcend) bevatten een relatief beperkt aantal toegankelijke afbeeldingen die door de politie als kinderpornografisch worden gekwalificeerd (daarover hierna meer).
Van een groot aantal afbeeldingen wordt aangenomen dat deze niet toegankelijk waren (thumbnails en unallocated clusters). Van het wel toegankelijk materiaal bevindt zich een groot gedeelte in de afvalbak (trashes).
Eerder met de A-G en onlangs met cliënt hebben wij de sticks en de meeste data in een overgezet bestand kunnen bekijken.
Cliënt heeft al eerder aangegeven dat hij in het luchthavenpastoraat werkzaam was. In het kantoortje werd gewerkt met USB-sticks en cliënt nam deze sticks ook wel mee naar huis en vice versa.
Het fotomateriaal op de sticks 17-4492-3(PNY) 17-4492-8(Transcend) en onder meer onder [naam 1] / [naam 2] opgeslagen komt hem niet bekend voor. Het zijn ook geen bestanden die meteen in beeld verschijnen als de USB-stick wordt geopend. De mapjes moeten worden aangeklikt om te worden geopend.
Van belang is dat op het luchthavenpastoraat mensen – soms dagenlang – werden opgevangen indien zij het beveiligde gebied niet uit mochten. Ook zijn er over de jaren verschillende medewerkers actief geweest bij het luchthavenpastoraat.
Cliënt ontkent het opzettelijk bezit van dit fotografisch materiaal, bewijs dat hij van de bestanden geweten en heeft bekeken, ontbreekt.
Reden waarom cliënt moet worden vrijgesproken van het bezit.
3.5
Uit het proces-verbaal volgt dat de raadsman van de verdachte in aanvulling daarop onder meer nog heeft aangevoerd:

Punt 1
Een opmerking vooraf. Er wordt steeds gezegd dat mijn cliënt op ander fotomateriaal zou staan. Wij hebben op het politiebureau een foto gezien waar hij op staat met 20 tot 30 anderen. Dat is op de USB-stick met nummer 003 op het eind. Verder nergens. Daarom zou het ook goed zijn als het hof zelf de foto's op de USB sticks zou kunnen bekijken. Er zitten ook foto's bij van Mariah Carey en van Doutzen Kroes. Die USB-sticks zijn bij verschillende mensen in gebruik geweest. In raadkamer zou het hof de USB-sticks kunnen bekijken.”
3.6
Ten aanzien van het bewijs heeft het hof – naast hetgeen reeds is weergegeven onder randnummer 2.3 van deze conclusie – overwogen:
“Kinderpornografische aard of strekking van de afbeeldingen
Op grond van het onderzoek ter terechtzitting stelt het hof vast dat op de onder verdachte in beslag genomen gegevensdragers een groot aantal afbeeldingen met (naakte) kinderen is aangetroffen op vier USB-sticks. Deze USB-sticks lagen in de woning van verdachte, waarvan hij de enige bewoner was. In totaal zijn 904 afbeeldingen door de politie als kinderpornografisch beoordeeld. Door de politie is een representatieve selectie van afbeeldingen gemaakt die deels door het Openbaar Ministerie in de tenlastelegging zijn opgenomen. Ter terechtzitting heeft het hof op verzoek van de verdediging een selectie van deze afbeeldingen ingezien, te weten vier pagina’s met thumbnail-foto’s en een tweetal grotere foto’s. Het hof heeft vastgesteld dat deze selectie onder meer afbeeldingen betroffen van jongens, grotendeels van Aziatische afkomst, waarvan de geschatte leeftijd onder de twaalf jaar ligt. De jongens zijn naakt en de geslachtsdelen, dan wel de anus van de jongens zijn telkens goed zichtbaar. Onder de afbeeldingen bevinden zich onder meer een afbeelding van twee kinderen aan de aanvang van een tongzoen, een afbeelding van twee jongens waarvan de hand van de ene jongen zich in de broek van de andere jongen bevindt terwijl de ene jongen aan de tepel van de andere likt, als ook een afbeelding van twee jongens, waarvan één op zijn knieën achter de andere jongen zit, terwijl van beide jongens het geslachtsdeel duidelijk zichtbaar is.
Het hof dient te beoordelen of de afbeeldingen daadwerkelijk afbeeldingen van een gedraging van expliciet seksuele aard betreffen, als bedoeld in artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr). Of daarvan sprake is kan aan de hand van de afbeelding zelf worden vastgesteld, waarbij onder meer de vraag dient te worden beantwoord of de geslachtsdelen of de schaamstreek, dan wel de anus op zinnenprikkelende wijze worden getoond. Het gaat hierbij dus om een gedraging die reeds door haar karakter strekt tot het opwekken van seksuele prikkeling. Voorts ziet artikel 240b Sr op een afbeelding die weliswaar niet een gedraging van expliciet seksuele aard in de hiervoor aangegeven zin toont, maar die, gelet op de wijze waarop zij is tot stand gekomen, eveneens strekt tot het opwekken van seksuele prikkeling. Hierbij kan het gaan om een afbeelding van iemand in een houding of omgeving die weliswaar op zichzelf of in andere omstandigheden "onschuldig" zou kunnen zijn, maar die in het concrete geval een onmiskenbaar seksuele strekking heeft.
De gedragingen op de afbeeldingen hebben naar het oordeel van het hof buiten enige twijfel een onmiskenbare seksuele aard of strekking, waaronder het op zinnenprikkelende wijze tonen van de geslachtsdelen. Dat die afbeeldingen zich bevonden tussen een grote hoeveelheid afbeeldingen die niet als kinderpornografisch zijn aangemerkt, doet niet af aan de onmiskenbare seksuele aard of strekking van de afbeeldingen.
Opzet
Ten aanzien van het opzet op het verwerven en in bezit hebben van de kinderpornografische afbeeldingen overweegt het hof als volgt. Het hof acht de verklaring van verdachte, die erop neerkomt dat de USB-sticks tussen hem en een groot aantal vrijwilligers die op het pastoraat werkzaam waren, rouleerden en de afbeeldingen dus van eenieder afkomstig konden zijn, niet aannemelijk. Immers, zo wel in de woning van verdachte als op het luchthavenpastoraat zijn gegevensdragers in beslag genomen. Uitsluitend op vier van de bij verdachte thuis aangetroffen gegevensdragers – die verdachte zelf mee naar huis heeft genomen, waar hij mee werkte en die zich in zijn beschikkingsmacht bevonden – zijn kinderpornografische afbeeldingen aangetroffen. Dit geldt niet voor de op de op het pastoraat in beslag genomen gegevensdragers. Het hof acht niet aannemelijk dat dat op toeval berust. Verdachte heeft bovendien zijn stelling op geen enkele wijze nader onderbouwd of geconcretiseerd. Het betreft dus slechts een suggestie.
Ten aanzien van de 854 thumbnails of afbeeldingen op de ‘unallocated clusters’ overweegt het hof dat zij daar terechtgekomen zijn doordat zij door de gebruiker – verdachte – zijn verwijderd. Dat betekent dat de afbeeldingen eerder op de gegevensdrager zijn gezet en hij deze gedurende enige tijd ter beschikking heeft gehad. Daaruit leidt het hof ten aanzien van die afbeeldingen af dat het opzet van de verdachte erop was gericht de kinderpornografische afbeeldingen in elk geval gedurende enige tijd ter beschikking – en dus in bezit – te hebben. Het hof is derhalve van oordeel dat verdachte opzet heeft gehad op het verwerven en het bezit van kinderporno en verwerpt de verweren.
Conclusie
Het hof acht het tenlastegelegde feit wettig en overtuigend bewezen, op de wijze zoals in de bewezenverklaring is vermeld en op grond van de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen. Gelet op de grote hoeveelheid afbeeldingen, waaronder de afbeeldingen aangetroffen op de ‘unallocated clusters’ en de bewezenverklaarde periode van 2 maart 2012 tot en met 18 april 2017 acht het hof ook bewezen dat de verdachte hiervan een gewoonte heeft gemaakt.”
3.7
In de toelichting op het middel wordt in de kern aangevoerd dat door de verdediging is betwist dat de verdachte enige wetenschap had van de afbeeldingen op de USB-sticks. Volgens de steller van het middel is het oordeel van het hof dat “het gezamenlijk gebruik van de sticks niet meer is dan een suggestie, […] onbegrijpelijk, althans is deze niet zonder meer begrijpelijk. Met name omdat het hof zelf de data op de sticks niet heeft willen bekijken.” De steller van het middel acht het op basis van de inhoud van de USB-sticks zeer onwaarschijnlijk dat de verdachte de exclusieve gebruiker van de USB-stick is geweest. Volgens de steller van het middel heeft het hof “die voor de hand liggende waarneming aan zich voorbij laten gaan. Die werkwijze is onzorgvuldig en tast de gegeven beslissingen in de kern aan.” Daarnaast is de overweging van het hof dat het “niet op toeval berust dat de vier USB-sticks bij [verdachte] in de pastorie in [plaats] aangetroffen kinderpornografisch materiaal bevatten en de bij het luchthavenpastoraat in beslaggenomen USB-sticks niet, […] niet begrijpelijk en niet dragend voor de verwerping van het verweer.”
3.8
Het hof heeft overwogen dat het de verklaring van de verdachte “die erop neerkomt dat de USB-sticks tussen hem en een groot aantal vrijwilligers die op het pastoraat werkzaam waren, rouleerden en de afbeeldingen dus van eenieder afkomstig konden zijn, niet aannemelijk” acht. Het hof hecht in dit kader belang aan het gegeven dat zowel in de woning van de verdachte als op het luchthavenpastoraat gegevensdragers in beslag zijn genomen (bewijsmiddelen 2 en 3), maar dat uitsluitend op de vier van de bij de verdachte thuis aangetroffen gegevensdragers – die verdachte zelf mee naar huis heeft genomen, waar hij mee werkte en die zich in zijn beschikkingsmacht bevonden (bewijsmiddelen 5 en 7) – kinderpornografische afbeeldingen zijn aangetroffen (bewijsmiddelen 1, 4 en 6). Het hof acht het – wat mij betreft niet onbegrijpelijk – niet aannemelijk dat dat op toeval berust. Bovendien heeft het hof in dit kader overwogen dat de verdachte zijn stelling op geen enkele wijze nader heeft onderbouwd of geconcretiseerd, zodat het dus slechts een suggestie betreft. Het hof komt vervolgens tot de conclusie dat het geen reden heeft om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de bewijsmiddelen te twijfelen.
3.9
Ik kan niet inzien waarom de bewezenverklaring niet naar de eis der wet met redenen is omkleed en de bewijsmiddelen daartoe onvoldoende redengevend zijn. Ook ’s hofs verwerping van het verweer dat de USB-sticks niet exclusief aan de verdachte zouden hebben toebehoord, acht ik niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. Ik merk daarbij op dat het hof meer heeft overwogen dan dat het niet aannemelijk is dat het op toeval berust dat enkel op de aangetroffen USB-sticks in de woning van de verdachte kinderpornografische afbeeldingen zijn aangetroffen. Zo volgt uit ’s hofs overwegingen ook dat de verdachte zijn stelling op geen enkele wijze nader heeft onderbouwd of geconcretiseerd en het om die reden slechts een suggestie betreft. In dat oordeel ligt besloten dat de verdachte wetenschap had van de kinderpornografische afbeeldingen die zich op de USB-sticks bevonden die in de woning van de verdachte zijn aangetroffen. In dit kader wijs ik erop dat het hof heeft vastgesteld dat op deze USB-sticks in totaal 904 afbeeldingen zijn aangetroffen die als kinderpornografisch zijn aangemerkt, waarvan er 50 gemakkelijk waren te benaderen.
3.1
Voor zover de steller van het middel nog aanvoert dat het oordeel van het hof niet begrijpelijk is, nu het hof het door de verdediging ter terechtzitting gedane verzoek om alle USB-sticks in raadkamer te bekijken heeft afgewezen, merk ik het navolgende op. Blijkens het proces-verbaal ter terechtzitting heeft de raadsman dit verzoek gedaan, omdat de selectie in de toonmap niet representatief zou zijn voor het geheel. Het hof heeft in dit verband overwogen dat de raadsman dit niet aannemelijk heeft gemaakt, zodat het hof het niet noodzakelijk heeft geacht om de USB-sticks in raadkamer in te zien. Dat er zich ook niet kinderpornografisch afbeeldingen op de gegevensdragers bevinden, maakt dat volgens het hof niet anders. Ook dat oordeel acht ik niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. Bovendien wijs ik erop dat het de raadsman is geweest die ter terechtzitting heeft voorgesteld dat het hof de toonmap zou bekijken met de selectie van de foto’s die de verdachte ten laste zijn gelegd, [6] hetgeen uiteindelijk via de eigen waarneming van de rechter als bewijsmiddel (6) is gebezigd. Daarbij kan nog worden opgemerkt dat de selectie en waardering van het bewijs is voorbehouden aan de feitenrechter. De waardering van het bewijs kan in cassatie slechts beperkt worden getoetst. Dat de verdediging in deze zaak tot een andere selectie en waardering van het bewijs komt, maakt de keuze van de feitenrechter echter niet onbegrijpelijk.
3.11
Het tweede middel faalt.

4.Het derde middel

4.1
Het derde middel richt zich tegen de beslissing van het hof tot onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen voorwerpen voor zover de verdachte daar geen afstand van heeft gedaan. [7] In het bijzonder wordt geklaagd dat het oordeel van het hof niet (zonder meer) begrijpelijk is, nu al die gegevensdragers grondig door de politie zijn onderzocht en daarop geen verboden afbeeldingen werden aangetroffen. Evenmin heeft het hof gemotiveerd “waarom het aannemelijk zou zijn dat daarmee strafbare feiten werden of zullen worden voorbereid.” Bovendien bestaan “geen bezwaren tegen het ongecontroleerde bezit van computers, geheugenkaarten, USB-sticks en een telefoon” en kan dit bezit “niet als in strijd met de wet of het algemeen belang worden aangemerkt”.
4.2
Het hof heeft met betrekking tot de inbeslaggenomen voorwerpen het volgende overwogen:

Beslag
Onder verdachte en op de luchthavenparochie zijn onder meer gegevensdragers in beslag genomen, te weten geheugenkaarten, USB-sticks (en kabel), CD-roms/DVD’s, een desktop, een simkaarthouder, een simkaart, een micro SD kaart, een digitale camera met SD kaart, een computer en een telefoon. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof – net als de rechtbank – de in beslag genomen goederen deels aan het verkeer zal onttrekken en deels zal teruggeven aan de rechthebbende. De verdediging heeft verzocht de inbeslaggenomen voorwerpen terug te geven aan de rechthebbenden, met uitzondering van de vier inbeslaggenomen USB-sticks waarop het kinderpornografisch materiaal is aangetroffen. Verdachte heeft ter terechtzitting van het hof afstand gedaan van die vier inbeslaggenomen USB-sticks.
Het hof zal – net als de rechtbank – ten aanzien van de goederen met nummers 1 tot en met 14, 16, 17, 20 en 21 de onttrekking aan het verkeer bevelen. Deze in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen zijn vatbaar voor onttrekking aan het verkeer, nu deze bij gelegenheid van het onderzoek naar het door de verdachte begane misdrijf werden aangetroffen en het voorwerpen betreft met betrekking tot welke het feit is begaan of welke voorwerpen kunnen dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke misdrijven, terwijl zij van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang en de wet. Van de nummers 15, 18, 19 en 22 heeft verdachte afstand gedaan.
Hoewel de goederen die op het Luchthavenpastoraat Schiphol in beslag zijn genomen niet op de beslaglijst zijn opgenomen, zijn deze wel in het dossier genoemd op pagina’s 176 tot en met 179. Evenals de rechtbank zal het hof bepalen dat deze goederen aan het Luchthaven pastoraat dienen te worden teruggegeven.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Het hof heeft gelet op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 240b van het Wetboek van Strafrecht.
[…]
BESLISSING
Het hof:
[…]
Beveelt deonttrekking aan het verkeervan de in beslag genomen, nog niet teruggeven voorwerpen, te weten:
1. 1 STK Kaart geheugen (Omschrijving: […] , SANDISK)
2. 1 STK Kaart Geheugen (Omschrijving: […] )
3. 1 STK Kaart Geheugen (Omschrijving: […] , SANDISK)
4. 1 STK Computer (Omschrijving: […] , SANDISK)
5. 1 STK Kaart Geheugen (Omschrijving: […] , SANDISK)
6. 1 STK Kaart Geheugen (Omschrijving: […] , SANDISK)
7. 1 STK Kaart geheugen (Omschrijving: […] )
8. 1 STK Kaart Geheugen (Omschrijving: […] , SANDISK)
9. 1 STK Kaart Geheugen (Omschrijving: […] , SANDISK)
10. 1 STK Kaart Geheugen (Omschrijving: […] , SANDISK)
11. 1 STK Kaart Geheugen (Omschrijving: […] )
12. 1 STK Kaart Geheugen (Omschrijving: […] )
13. 1 STK Kaart Geheugen (Omschrijving: […] , SANDISK)
14. 1 STK USB-stick (memorykaart) (Omschrijving: […] , Blauw, merk: KINGSTON)
16. 1 STK USB-stick (memorykaart) (Omschrijving: […] )
17. 1 STK USB-stick (memorykaart) (Omschrijving: […] )
20. 1 STK Desktop (Omschrijving: […] desktop. Zwart, merk: PACKARD BELL)
21. 1 STK Telefoontoestel (Omschrijving: […] toestel kapot. Zwart, merk: Apple)
Gelast deteruggaveaan Luchthavenpastoraat Schiphol van de in beslag genomen, nog niet teruggeven voorwerpen, te weten:
1. 14 STK DVD (Goednummer: PL0900-2017198269-1992653 )
2. 1 STK Randapparatuur (USB-stick) (Goednummer: PL0900-2017198269-1992659 )
3. 1 STK Kabel (USB) (Goednummer: PL0900-2017198269-1992662 )
4. 1 STK Communicatieap (Simkaart KPN) (Goednummer: PL0900-2017198269-1992664 )
5. 1 STK Randapparatuur (Gegevensdrager Sandisk) (Goednummer: PL0900-2017198269- 1992665 )
6. 1 STK Document KPN (Goednummer: PL0900-2017198269-1992667 )
7. 1 STK CD (Goednummer: PL0900-2017198269-1992668 )
8. 1 STK CD (Goednummer: PL0900-2017198269-1992670 )
9. 1 STK CD (Goednummer: PL0900-2017198269-1992681 )
10. 1 STK Computer (Personal) (Goednummer: PL0900-2017198269-1992683 )
11. 1 STK Fotocamera (Compact) (Goednummer: PL0900-2017198269-1992686 )
4.3
Bij de beoordeling van het middel zijn de volgende wettelijke bepalingen van belang:
- Art. 36b lid 1 onder 1° Sr:
“1. Onttrekking aan het verkeer van in beslag genomen voorwerpen kan worden opgelegd:
1
°.bij de rechterlijke uitspraak waarbij iemand wegens een strafbaar feit wordt veroordeeld;”
- Art. 36c Sr:
“Vatbaar voor onttrekking aan het verkeer zijn alle voorwerpen:
1°.die geheel of grotendeels door middel van of uit de baten van het feit zijn verkregen;
2°.met betrekking tot welke het feit is begaan;
3°.met behulp van welke het feit is begaan of voorbereid;
4°.met behulp van welke de opsporing van het feit is belemmerd;
5°.die tot het begaan van het feit zijn vervaardigd of bestemd;
een en ander voor zover zij van zodanige aard zijn, dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang.”
- Art. 36d Sr:
“Vatbaar voor onttrekking aan het verkeer zijn bovendien de aan de dader of verdachte toebehorende voorwerpen van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang, welke bij gelegenheid van het onderzoek naar het door hem begane feit, dan wel het feit waarvan hij wordt verdacht, zijn aangetroffen, doch alleen indien de voorwerpen kunnen dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke feiten, dan wel tot de belemmering van de opsporing daarvan.”
4.4
In art. 36b lid 1 Sr is bepaald dat bij de rechterlijke uitspraak waarbij iemand wegens een strafbaar feit wordt veroordeeld, de maatregel tot onttrekking aan het verkeer van in beslag genomen voorwerpen kan worden opgelegd. Daarbij geldt als voorwaarde dat het voorwerp op grond van art. 36c of art. 36d Sr vatbaar is voor toepassing van die maatregel. Beide artikelen vereisen dat het voorwerp van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang. Daaruit volgt “dat het moet gaan om een voorwerp waarvan de aard relevant is in die zin dat het ongecontroleerde bezit, al dan niet in samenhang met het redelijkerwijs te verwachten gebruik daarvan, juist in verband met die aard, in strijd is met de wet of het algemeen belang.” [8] De Hoge Raad overwoog eerder dat als een inbeslaggenomen gegevensdrager één of meer bestanden bevat waarop bijvoorbeeld ‘kinderporno’ is afgebeeld, dat kan leiden tot de onttrekking aan het verkeer van die gegevensdrager op de grond dat het ongecontroleerde bezit van de gegevensdrager als zodanig in strijd is met de wet en het algemeen belang. [9]
4.5
Art. 36c Sr vereist daarnaast nog een bepaalde relatie tussen het voorwerp en het begane feit. [10] Het voorwerp moet (1°) geheel of grotendeels de opbrengst van het feit betreffen, (2°) het onderwerp van het feit zijn, (3°) als instrument tot het feit hebben gediend, (4°) de opsporing van het feit hebben belemmerd, dan wel (5°) zijn vervaardigd of bestemd zijn tot het begaan van het feit.
4.6
Anders dan art. 36c Sr, vereist art. 36d Sr geen relatie tussen het voorwerp en het begane feit. Wel moet het voorwerp (1) toebehoren aan de dader of de verdachte, [11] (2) zijn aangetroffen bij gelegenheid van het onderzoek naar het door de dader begane feit of het feit waarvan de verdachte wordt verdacht en (3) kunnen dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke feiten of tot de belemmering van de opsporing daarvan. Onder soortgelijke feiten in de zin van art. 36d Sr moeten worden verstaan feiten die tot dezelfde categorie behoren als de door de verdachte begane feiten dan wel de feiten waarvan hij wordt verdacht. [12]
4.7
Op de strafrechter rust in dit verband een motiveringsplicht. Een en ander brengt mee dat uit de rechterlijke beslissing moet blijken waarom het onttrokken voorwerp van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang en dat aan de overige in art. 36c Sr of art. 36d Sr gestelde eisen is voldaan. [13]
4.8
Het hof heeft de onttrekking aan het verkeer bevolen ten aanzien van de goederen met nummers 1 tot en met 14, 16, 17, 20 en 21, omdat “deze bij gelegenheid van het onderzoek naar het door de verdachte begane misdrijf werden aangetroffen en het voorwerpen betreft met betrekking tot welke het feit is begaan of welke voorwerpen kunnen dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke misdrijven, terwijl zij van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang en de wet.” Het hof volgt daarmee geheel de motivering van de rechtbank, terwijl de rechtbank ook nog heeft beslist over de inbeslaggenomen voorwerpen waarvan de verdachte in hoger beroep afstand heeft gedaan.
4.9
Voor zover het hof, gelet op de verwijzing in de motivering naar voorwerpen “met betrekking tot welke het feit is begaan” de oplegging van de maatregel tot onttrekking aan het verkeer heeft gestoeld op art. 36c lid 1 onder 2° Sr, is die beslissing niet begrijpelijk en ontoereikend gemotiveerd. Noch uit de processen-verbaal ter terechtzitting noch uit het arrest valt af te leiden dat de inbeslaggenomen voorwerpen waarover het hof nog diende te beslissen, voorwerpen betreffen met betrekking tot welke het feit is begaan. Daarbij wijs ik erop dat uit de door het hof gebezigde bewijsmiddelen volgt dat bij de inbeslaggenomen digitale gegevensdragers onder andere vier USB-sticks waren en dat uit onderzoek bleek dat “alleen op deze vier USB-sticks kinderpornografische afbeeldingen staan.” [14] Uit ’s hofs overwegingen leid ik af dat dit gaat om de voorwerpen met nummers 15, 18, 19 en 22. Het hof heeft echter – zo volgt uit het arrest – met betrekking tot deze voorwerpen niet de maatregel tot onttrekking aan het verkeer opgelegd, nu de verdachte bij gelegenheid van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep afstand van deze vier USB-sticks heeft gedaan. [15]
4.1
Voor zover het hof de oplegging van de maatregel tot onttrekking aan het verkeer heeft gestoeld op art. 36d Sr, is zonder nadere motivering, die in de bestreden uitspraak ontbreekt, niet zonder meer begrijpelijk het oordeel van het hof dat de aan het verkeer onttrokken verklaarde voorwerpen van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang. Van die voorwerpen kan immers, bij normaal gebruik, niet gezegd worden dat hun aard zodanig is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang.
4.11
Het middel is daarmee terecht voorgesteld.

5.Slotsom

5.1
Het eerste en het tweede middel falen en kunnen worden afgedaan met de aan art. 81 lid 1 RO Pro ontleende motivering. Het derde middel slaagt.
5.2
Ambtshalve merk ik op dat de Hoge Raad uitspraak gaat doen meer dan twee jaren na het instellen van het cassatieberoep op 14 juni 2024. Daarom is de redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6 lid 1 EVRM Pro in de cassatiefase overschreden. Dat moet leiden tot strafvermindering. [16] Verder heb ik ambtshalve geen grond voor vernietiging van de uitspraak van het hof aangetroffen.
5.3
Deze conclusie strekt tot:
- vernietiging van de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft het aantal uren te verrichten taakstraf, de duur van de vervangende hechtenis en de beslissing tot onttrekking aan het verkeer van inbeslaggenomen voorwerpen;
- tot vermindering van het aantal uren taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis naar de gebruikelijke maatstaf;
- tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, [17] opdat de zaak wat betreft die inbeslaggenomen voorwerpen opnieuw wordt berecht en afgedaan;
- tot verwerping van het beroep voor het overige.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG

Voetnoten

1.Met parketnummer 21-001918-22. Het arrest is op rechtspraak gepubliceerd onder ECLI:NL:GHARL:2024:7014.
2.B.F. Keulen en G. Knigge,
3.HR 31 januari 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU3426.
4.HR 28 september 2021, ECLI:NL:HR:2021:1279,
5.HR 4 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1015,
6.Het proces-verbaal ter terechtzitting in hoger beroep vermeldt met betrekking tot deze door de advocaat-generaal meegebrachte toonmap onder meer: “De raadsman stelt voor dat de voorzitter de afbeeldingen bekijkt en de bevindingen en waarnemingen op zitting mededeelt. De voorzitter stemt hiermee in.”
7.De verdachte heeft ter terechtzitting van het hof afstand gedaan van de vier inbeslaggenomen USB-sticks waarop kinderpornografisch materiaal is aangetroffen.
8.HR 8 maart 2005, ECLI:NL:HR:2005:AR7626, r.o. 3.5.1; HR 17 januari 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU9728, r.o. 4.3; HR 14 februari 2023, ECLI:NL:HR:2023:225, r.o. 2.3.2; HR 2 december 2025, ECLI:NL:HR:2025:1716, r.o. 3.5.1 en HR 17 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:349, r.o. 3.4.3.
9.HR 2 december 2025, ECLI:NL:HR:2025:1716, r.o. 3.5.2.
10.Met ‘feit’ in art. 36c (en art. 36d) Sr wordt begaan strafbaar feit bedoeld. Zie: HR 25 januari 2022, ECLI:NL:HR:2022:37, r.o. 3.4.1 en HR 14 februari 2023, ECLI:NL:HR:2023:223, r.o. 2.4.1.
11.Volledigheidshalve merk ik op dat art. 36c Sr een dergelijk vereiste niet kent.
12.HR 20 september 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ5709, r.o. 5.3.1 en HR 30 januari 2024, ECLI:NL:HR:2024:119,
13.Zie: E.J. Hofstee, in:
14.Zie het onder randnummer 3.3 weergegeven bewijsmiddel 1.
15.Het hof lijkt er – ten onrechte – vanuit te gaan dat het openbaar ministerie vervolgens een last zal kunnen afgeven als bedoeld in art. 116 lid 2 onder Pro c Sv.
16.HR 26 maart 2024, ECLI:NL:HR:2024:492, r.o. 3.1.2. HR 17 juni 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD2578,
17.De steller van het middel verzoekt om verwijzing van de zaak naar een ander gerechtshof. Los van het feit dat dit verzoek niet nader is onderbouwd, zie ik ook geen aanleiding om de zaak te verwijzen naar een ander gerechtshof. Regel is dat de zaak wordt teruggewezen. Verwijzing ligt slechts in de reden indien bij de verdachte de indruk zou kunnen ontstaan dat een nieuwe berechting door hetzelfde hof botst met de eis van onbevooroordeelde rechtspraak of in voorkomende gevallen als de zaak al eerder is teruggewezen. Dat is hier niet aan de orde. Zie in dit verband: A.J.A. Van Dorst en M.J. Borgers,