Conclusie
GAC)
1.Verano B.V. (hierna: Verano)
Alcre)
Verano c.s., in vrouwelijk enkelvoud)
1.Feiten
arrest) van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch (hierna:
hof). [1]
CvA). Hierin zijn door Verano c.s. vereisten uiteengezet waaraan de software zou moeten voldoen. GAC heeft deze RFI ingevuld en in juni 2016 aan Verano c.s. gestuurd.
Verano POC, productie 4 bij de CvA). Een Proof of Concept is in de definitie van Verano c.s. een methode om door middel van een werkend product te demonstreren of een bepaalde IT-oplossing geschikt is voor een bepaald doel.
overeenkomst).
POC).
1.Inleiding
2.Uitgangspunten orderbevestiging
Deze orderbevestiging is gebaseerd op het uitgangspunt dat de applicatie standaard ingezet gaat worden.
2.Procesverloop
In eerste aanleg
rechtbank).
vonnis). [3] Daarin heeft zij GAC veroordeeld om aan Verano c.s. een bedrag van € 3.509 te betalen, te vermeerderen met wettelijke rente, met veroordeling van Verano c.s. in de proces- en nakosten.
MvG). Daarin heeft zij gevorderd dat het hof het vonnis vernietigt en, opnieuw rechtdoende, de vorderingen in eerste aanleg alsnog toewijst.
MvA).
gebruiker. De aard en inhoud van de deskundigheid die in verband met de aanschaf en implementatie van een nieuw ERP-softwaresysteem vereist was, is vooral die van een IT-leverancier en -dienstverlener. (rov. 3.6.5)
IPL) waarnaar Verano c.s. verwijst, kan niet van die bevinden worden uitgegaan. (rov. 3.12.4)
3.Bespreking van het cassatiemiddel
waaraan Verano c.s. haar organisatie en bedrijfsprocessen niet zou hoeven aanpassen, [9] de stelplicht en bewijslast van die “stelling” op Verano c.s. rusten. Het hof heeft in rov. 3.8.1-3.8.4 echter het tegengestelde standpunt van GAC opgevat als een bevrijdend verweer, en geoordeeld dat GAC dat verweer onvoldoende heeft onderbouwd. Aldus heeft het hof miskend dat het hier niet ging om een bevrijdend verweer van GAC, maar om een betwisting van de door Verano c.s. aan te tonen (uitleg van de) inhoud van de overeenkomst, ten aanzien waarvan Verano c.s. de stelplicht en bewijslast had.
nietkon vasthouden aan (al) haar procedures en werkwijzen, maar dat zij zich zou aanpassen aan de werking van de standaardsoftware. Door aan deze stellingen geen kenbare aandacht te besteden, heeft het hof zijn oordeel dan ook onvoldoende gemotiveerd.
gewezendat zij haar organisatie en haar processen zou dienen aan te passen aan de standaardapplicaties en dat Verano c.s. heeft
toegezegddit te doen. Genoemde citaten schieten daaraan voorbij. Het geciteerde projectrisico refereert aan “bepaalde procedures en werkwijzes”. Het subonderdeel legt niet uit hoe dit valt te relateren aan het bestreden oordeel. Uit de geciteerde ‘tegenmaatregel’ volgt evenmin dat GAC Verano c.s. erop heeft
gewezendat Verano c.s. haar organisatie en processen zou dienen aan te passen aan de standaardapplicaties en dat Verano c.s. heeft
toegezegddit te doen. Het subonderdeel doet aldus geen afbreuk aan de dragende overwegingen van het hier bestreden oordeel. Ik zie niet in hoe de stellingen die het subonderdeel te berde brengt de uitleg van de overeenkomst een andere richting zouden kunnen opsturen.
klacht (i).
klacht (ii).
klacht (iii).
nietop normale wijze het voltrekken van de processen mogelijk maakte, en niet (voor het tegendeel) op GAC.
verbintenissenzijn die voor GAC uit de overeenkomst voortvloeien, althans dat het oordeel zonder nadere motivering (die ontbreekt) onbegrijpelijk is.
naastde (mede door de gewekte verwachtingen bepaalde) overeengekomen verbintenissen niet ook nog ‘losse’ “verwachtingen” voort waarvan het daaraan niet voldoen een tekortschieten in de overeenkomst meebracht. Het hof had slechts een tekortschieten kunnen vaststellen als was vastgesteld dat de geïmplementeerde software niet de overeengekomen eigenschappen had en/of als was vastgesteld dat Verano c.s. niet gehouden was méér te betalen dan overeengekomen. Het hof heeft dan ook in rov. 3.11.6-3.11.7 ten onrechte geoordeeld dat het tekortschieten gelegen is in het niet voldoen aan de door GAC gewekte
verwachtingen.
precontractuelezorgplichtschending aangenomen. Ook voor zover die schending zou zijn doorgewerkt in de inhoud van de overeenkomst, had het hof moeten beoordelen of sprake is van een tekortkoming in de uit die overeenkomst voortvloeiende
verbintenissen.
punt (i).
op grond van de overeenkomst. Het gaat hier aldus nog altijd om de niet-nakoming van een overeenkomst, hetgeen concreet erin heeft geresulteerd dat Verano c.s. veel meer kosten voor meer-/maatwerk heeft moeten maken dan zij op grond van de overeenkomst mocht verwachten (rov. 3.11.6). Dit aspect heeft het onderhavige punt niet onderkend. Het subonderdeel gaat daarmee uit van een onjuiste lezing van het arrest. Daarop loopt zij vast.
punt (ii).
verwachten(de Haviltex-maatstaf, zie rov. 3.5.1). Daar komt bij dat het hof (onbestreden in cassatie) overweegt dat de zorgplicht van een opdrachtnemer mede de inhoud van de overeenkomst bepaalt (rov. 3.5.3). Zo bezien kan een schending van de zorgplicht in het voortraject (of zoals het subonderdeel het noemt: precontractuele zorgplicht) doorwerken in hetgeen Verano c.s. mocht verwachten op grond van de overeenkomst, zoals het hof ook overweegt in rov. 3.11.6. Daarmee ontvalt de bodem aan dit punt.
punt (iii).
feitelijkgeen andere keuze was dan dat extra werkzaamheden (meer-/maatwerk)
moesten worden verrichtom alsnog te zorgen dat de software de gewenste eigenschappen zou krijgen. Dit betekent immers nog niet dat Verano c.s. geen andere keuze had dan de extra kosten te accepteren; zij had GAC in gebreke kunnen stellen.
om niethad moeten uitvoeren, het op haar weg had gelegen om GAC op dat moment de wacht aan te zetten en een ingebrekestelling te sturen en op dat moment te vorderen dat de werkzaamheden die nog afgesproken waren
om nietzouden worden uitgevoerd. Dat heeft Verano c.s. nooit gedaan. In plaats daarvan zijn enkele jaren verstreken en zijn de werkzaamheden uitgevoerd en gedeclareerd waartoe Verano c.s. opdracht heeft gegeven. Ook die handelwijze en expliciete toestemming staan eraan in de weg dat Verano c.s. “nu” - geruime tijd na dato - opeens een beroep doet op blijvende onmogelijkheid van nakoming en verzuim, aldus de stellingen van GAC. [53]
om nietzouden worden uitgevoerd; [56]
Subonderdeel 6.1stelt dat het arrest onvoldoende is gemotiveerd, omdat het hof het essentiële verweer dat een deel van het geschil al door een afspraak tussen partijen definitief was afgedaan niet heeft behandeld. Voor zover in het arrest een verwerping besloten ligt van het hier bedoelde verweer van GAC heeft het hof onvoldoende inzicht gegeven in zijn gedachtegang, nu uit de motivering van het hof niet blijkt waarom het hof het verweer dan heeft verworpen.
Subonderdeel 6.2stelt dat voor zover in rov. 3.1.16 een verwerping van het verweer van GAC moet worden gelezen wegens onvoldoende onderbouwing door GAC en/of voldoende betwisting door Verano c.s. (hetgeen er volgens GAC niet staat), dat oordeel zonder nadere toelichting (die ontbreekt) onbegrijpelijk is. De e-mailcorrespondentie uit productie 14 bij de CvA die in de inleiding van het onderdeel wordt aangehaald, kan niet anders worden begrepen dan dat Verano c.s. ter beëindiging van het geschil over de tot dat moment gemaakte meerkosten een voorstel heeft gedaan voor - kort gezegd - zes jaar gratis onderhoud, en dat GAC dat voorstel heeft aanvaard. De betwisting daarvan door Verano c.s. [71] is in het licht daarvan - kort gezegd - onvoldoende. Voor zover de betwisting van Verano c.s. wel als voldoende zou kunnen worden gezien, heeft het hof miskend dat het GAC, conform haar bewijsaanbiedingen in eerste aanleg en appel, tot (getuigen)bewijs had moeten toelaten.
Subonderdeel 6.3stelt, samengevat, dat voor zover een verwerping van het verweer besloten zou liggen in rov. 3.11.3, eerste drie zinnen (hetgeen daarin volgens GAC niet valt te lezen), dat oordeel blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting of zonder nadere motivering (die ontbreekt) onbegrijpelijk is.
geen onjuiste verwachtingenzou hebben gewekt over de te verwachten kosten, en dan zou Verano c.s. ook geen schade hebben geleden bestaande uit een overschrijding van de
te verwachtenkosten voor de vervanging van het IT-traject. Dit betekent niet dat Verano c.s. dan diezelfde kosten voor het meer-/maatwerk niet zou hebben gemaakt, maar alleen dat zij juiste verwachtingen omtrent die kosten zou hebben gehad. De door Verano c.s. gestelde kosten voor meer-/maatwerk kunnen dan ook niet zonder meer als schade worden aangemerkt, zoals het hof in zoverre terecht had overwogen in rov. 3.15.5. De enkele overschrijding van de te verwachten kosten kan dan ook niet dienen als onderbouwing van de aannemelijkheid van mogelijke schade, zoals vereist is voor verwijzing naar de schadestaatprocedure. Dit geldt te meer, althans in elk geval, nu het hof in rov. 3.17.3 het standpunt van Verano c.s. heeft
verworpendat Verano c.s. de overeenkomst met GAC niet of niet op dezelfde voorwaarden zou hebben gesloten als zij juist door GAC was ingelicht.