ECLI:NL:RBALK:2012:BX3712
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn in belastinggeschillen
Eiser verzocht de rechtbank om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn in twee belastinggerelateerde procedures (zaaknummers 09/2408 en 09/3094). De rechtbank beoordeelde zowel de bestuurlijke als rechterlijke fases en stelde vast dat de redelijke termijn in beide zaken was overschreden, respectievelijk met ruim vier en zes maanden.
De rechtbank oordeelde dat de vertraging deels te wijten was aan wrakingsverzoeken van eiser, waardoor de overschrijding in de tweede zaak naar beneden werd afgerond. De Raad voor de Rechtspraak werd als vertegenwoordiger van de Staat erkend, ondanks bezwaren van eiser over mandaat en advisering.
De rechtbank volgde de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en de Hoge Raad dat belastinggeschillen buiten het bereik van artikel 6 EVRM Pro vallen, maar dat het rechtszekerheidsbeginsel een redelijke termijn vereist. De immateriële schadevergoeding werd vastgesteld op €500 per half jaar overschrijding, resulterend in een totaal van €1000.
Eiser kreeg geen hogere vergoeding toegekend en proceskosten werden niet vergoed. De uitspraak bevestigt dat overschrijding van de redelijke termijn in belastingzaken leidt tot een beperkte schadevergoeding, waarbij procesvertraging door eiser zelf in mindering wordt gebracht.
Uitkomst: De rechtbank kent eiser in beide zaken een schadevergoeding van €500 toe wegens overschrijding van de redelijke termijn.