ECLI:NL:RBAMS:2005:AU8394
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beschikking over machtiging voortgezet verblijf psychiatrisch ziekenhuis na verwijzing Hoge Raad
De rechtbank Amsterdam behandelde een verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een machtiging tot voortgezet verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis voor betrokkene. De zaak was verwezen door de Hoge Raad na vernietiging van een eerdere beschikking. Betrokkene was niet verschenen, en haar raadsman verzocht afwijzing van het verzoek omdat de machtiging als paraplumachtiging werd ingezet, wat volgens de Hoge Raad niet meer is toegestaan.
De psychiater verklaarde dat een voorwaardelijke machtiging niet haalbaar is vanwege het ontbreken van instemming van betrokkene, die medicatie wil staken en geen ziekte-inzicht heeft. De rechtbank erkende het gevaar voor betrokkene en haar omgeving, maar constateerde dat de huidige wetgeving en jurisprudentie het verlenen van een machtiging in deze situatie bemoeilijken.
De rechtbank overwoog dat opname onder een lopende of aan te vragen machtiging mogelijk is, maar dat dit niet mag neerkomen op een paraplumachtiging. Gezien de onzekerheid over het wetsvoorstel omtrent voorwaardelijke machtigingen en de situatie van betrokkene, besloot de rechtbank de behandeling aan te houden voor twee maanden om de officier van justitie de gelegenheid te geven te onderzoeken welke machtiging het meest passend is.
Uitkomst: De behandeling van het verzoek tot machtiging voortgezet verblijf wordt aangehouden voor twee maanden om de passende machtiging te onderzoeken.