ECLI:NL:RBAMS:2009:BJ0834
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ketenaansprakelijkheid en matiging boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen
De rechtbank Amsterdam behandelde een zaak waarin zes bedrijven, betrokken in een keten van inleen en doorlening van 16 Poolse arbeidskrachten, boetes opgelegd kregen wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De vreemdelingen verrichtten ijzervlechtwerkzaamheden zonder de vereiste tewerkstellingsvergunning (twv). Eisers betwistten hun werkgeverschap en de toepassing van de Wav vanwege vermeende grensoverschrijdende dienstverlening.
De rechtbank oordeelde dat de bedrijven terecht als werkgevers in de zin van de Wav zijn aangemerkt, ook bij ketenaansprakelijkheid. De vreemdelingen waren feitelijk tot de Nederlandse arbeidsmarkt toegetreden, waardoor de twv-eis van toepassing bleef. De stelling dat sprake was van grensoverschrijdende dienstverlening werd verworpen op basis van jurisprudentie en feiten.
De rechtbank verwierp de bezwaren tegen de hoogte van de boetes, omdat geen bijzondere omstandigheden waren aangetoond die matiging rechtvaardigen. Wel matigde de rechtbank de boetes met 5% vanwege overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro. Daarnaast wees de rechtbank de verzoeken tot voorlopige voorzieningen af en veroordeelde verweerder in de proceskosten van eisers.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt het werkgeverschap en de boetes, matigt deze met 5% wegens overschrijding redelijke termijn en wijst de verzoeken tot voorlopige voorzieningen af.