ECLI:NL:RBAMS:2012:BW4036
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Compensatievergoeding bij vluchtvertraging op grond van EU-verordening bevestigd
De passagier had een vlucht geboekt van Hong Kong naar Amsterdam met een vertraging van ongeveer 9 uur. Hij vorderde compensatie van €600 op grond van Verordening (EG) nr. 261/2004, welke regels bevat voor compensatie bij langdurige vluchtvertragingen. De vervoerder weigerde betaling en stelde dat bij vertraging geen compensatie verschuldigd is en dat prejudiciële vragen aan het HvJ EU gesteld moesten worden.
De rechtbank Amsterdam oordeelde dat het Sturgeon-arrest van het HvJ EU, waarin is bevestigd dat ook bij vertraging aanspraak op compensatie kan bestaan, als geldend recht moet worden beschouwd. Er waren geen bijzondere omstandigheden die een afwijking rechtvaardigden. Het verzoek van de vervoerder tot aanhouding van de procedure werd afgewezen wegens gebrek aan nieuwe relevante ontwikkelingen.
De rechtbank veroordeelde de vervoerder tot betaling van €600 plus wettelijke rente vanaf 19 april 2011, alsmede buitengerechtelijke incassokosten conform het geldende tarief. De proceskosten werden eveneens aan de zijde van de passagier toegewezen. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De vervoerder is veroordeeld tot betaling van €600 compensatie plus wettelijke rente en incassokosten wegens vluchtvertraging.