ECLI:NL:RBAMS:2011:BT7055
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- S.J. Riem
- T.J.P. van Os van den Abeelen
- C.J. Polak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling inburgeringsplicht ondanks status langdurig ingezetene
Eiseres, met de Nieuw-Zeelandse nationaliteit en sinds voor 1998 in Nederland verblijvend, werd per 1 januari 2007 inburgeringsplichtig gesteld op grond van artikel 3 van Pro de Wet inburgering. Na het verkrijgen van de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd met de aantekening 'EG-langdurig ingezetene' op 8 juni 2007, stelde eiseres dat de inburgeringsplicht niet meer mocht gelden vanwege Richtlijn 2003/109/EG.
De rechtbank oordeelde dat de Richtlijn niet verbiedt dat lidstaten een inburgeringsplicht opleggen aan personen die nog niet de status van langdurig ingezetene hadden toen de plicht werd opgelegd. Artikel 5, tweede lid, van de Richtlijn geeft lidstaten bovendien ruimte om integratievoorwaarden te stellen voor het verkrijgen van de status van langdurig ingezetene, maar het stellen van een inburgeringsplicht ná het verkrijgen van die status is niet verplicht.
Verder concludeerde de rechtbank dat de Richtlijn geen expliciete bepaling bevat die bestaande inburgeringsplichten laat vervallen na het verkrijgen van de langdurig ingezetene status. Het beroep van eiseres werd daarom ongegrond verklaard. Ook het beroep op eerdere uitspraken die de Turkse Associatieovereenkomst betreffen, faalde omdat eiseres niet de Turkse nationaliteit bezit.
De rechtbank zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de inburgeringsplicht wordt ongegrond verklaard.