ECLI:NL:CRVB:2016:2131
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens vervallen inburgeringsplicht na EU-nationaliteit
Appellante, met de Kroatische en Nieuw-Zeelandse nationaliteit, was inburgeringsplichtig gesteld door het college van burgemeester en wethouders van Amstelveen. Dit besluit werd bevestigd door de rechtbank Amsterdam. De Centrale Raad van Beroep vroeg het Hof van Justitie EU om prejudiciële uitleg over de inburgeringsplicht voor langdurig ingezetenen.
Het Hof oordeelde dat de inburgeringsplicht niet in strijd is met Richtlijn 2003/109/EG, mits de uitvoering de doelstellingen van integratie niet ondermijnt. De Raad beoordeelde dat appellante terecht de inburgeringsplicht was opgelegd, ondanks haar persoonlijke omstandigheden en beroep op de Stabilisatie- en Associatieovereenkomst.
Aangezien appellante inmiddels EU-onderdaan is geworden (Kroatische nationaliteit) en daardoor niet langer inburgeringsplichtig is, is haar belang bij het hoger beroep komen te vervallen. Het hoger beroep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om vergoeding van proceskosten wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat appellante inmiddels EU-onderdaan is en niet langer inburgeringsplichtig is.