ECLI:NL:CRVB:2013:2269
Centrale Raad van Beroep
- Prejudicieel verzoek
- Rechtspraak.nl
Prejudiciële vragen over inburgeringsplicht voor langdurig ingezetenen volgens EU-richtlijn
De Centrale Raad van Beroep behandelt twee hoger beroepszaken van personen met een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als langdurig ingezetene op grond van EU-richtlijn 2003/109/EG. De kernvraag is of deze personen, ondanks hun verblijfsstatus, verplicht kunnen worden tot inburgering volgens de Nederlandse Wet inburgering (Wi).
De Raad overweegt dat het opleggen van inburgeringsplicht mogelijk strijdig is met de richtlijn, met name artikel 5 lid 2 en Pro artikel 11 lid Pro 1, die integratievoorwaarden toestaan bij het verkrijgen van de status maar niet duidelijk maken of die ook na verkrijging mogen worden gesteld. De Raad benadrukt dat de status langdurig ingezetene rechten geeft die dicht bij die van EU-burgers liggen, die geen inburgeringsplicht kennen.
De Raad vraagt het Hof van Justitie om prejudiciële uitleg over de verenigbaarheid van de inburgeringsplicht met de richtlijn en of het tijdstip van oplegging (voor of na verkrijging van de status) van belang is. De behandeling van de zaken wordt aangehouden tot het Hof uitspraak doet.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep legt prejudiciële vragen voor aan het Hof van Justitie over de verenigbaarheid van de inburgeringsplicht met EU-richtlijn 2003/109/EG en houdt de zaak aan.