ECLI:NL:RBAMS:2012:BW8506
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering kinderbijslag aan derdelander zonder rechtmatig verblijf ondanks Nederlandse nationaliteit kind
Eiseres, een derdelander zonder rechtmatig verblijf in Nederland, verzocht kinderbijslag voor haar Nederlandse dochter. De Sociale Verzekeringsbank weigerde dit op grond van het koppelingsbeginsel in de Algemene Kinderbijslagwet, omdat eiseres geen geldige verblijfsvergunning had.
Eiseres beriep zich op het arrest Ruiz Zambrano, het EVRM, het IVRK en het Handvest van de Grondrechten van de EU, stellende dat weigering kinderbijslag het effectieve genot van rechten van haar kind zou beperken. De rechtbank overwoog dat uit de jurisprudentie geen rechtstreeks verblijfsrecht voor de ouder voortvloeit en dat de weigering niet leidt tot feitelijke verplichting van het kind om Nederland of de EU te verlaten.
Ook het beroep op de Gezinsherenigingsrichtlijn en het Handvest faalde, evenals het beroep op het IVRK. De rechtbank volgde de Centrale Raad van Beroep dat het onderscheid op basis van verblijfstatus verenigbaar is met het EVRM. Omdat eiseres niet voldeed aan de voorwaarden voor doorbreking van het koppelingsbeginsel, werd het beroep ongegrond verklaard.
De rechtbank wees het beroep af zonder proceskostenveroordeling en gaf aan dat bij een positieve IND-beslissing de SVB haar besluit kan heroverwegen.
Uitkomst: Het beroep op kinderbijslag wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van rechtmatig verblijf en toepassing van het koppelingsbeginsel.