Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Bespreking van de gevoerde verweren
5.Beoordeling van het ten laste gelegde
6.Gebruikte bewijsmiddelen
Een proces-verbaal aangifte ter zake mensenhandel/kinderhandel met nummer 2009017894-1 van 19 februari 2009, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant ] en [verbalisant 1], doorgenummerde pag. 335-345.
(de rechtbank begrijpt: [slachtoffer]), zakelijk weergegeven:
(de rechtbank begrijpt: te [plaats]). Het was toen ongeveer 10 uur ’s ochtends. Toen we daar aankwamen had [verdachte]
(de rechtbank begrijpt: [verdachte]), de broer van mijn oom, de kraam al klaar gemaakt. Ik ben daar toen de rest van de dag gebleven. Ik stond daar naast mijn oom [verdachte]. Ik heb toen 2 weken bij mijn oom [medeverdachte ] gewoond.
Een proces-verbaal van bevindingen met nummer 2009017894-1 van 20 januari 2009, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant ] en [verbalisant 2], doorgenummerde pag. 229-235.
(de rechtbank begrijpt: [slachtoffer]), zakelijk weergegeven:
Een geschrift, zijnde een niet ondertekend proces-verbaal aanvullend met nummer 2008236415-1 van 25 augustus 2008, opgemaakt door [verbalisant 3], doorgenummerde pag. 302-306.
(de rechtbank begrijpt: [slachtoffer]), zakelijk weergegeven:
(de rechtbank begrijpt: te [plaats]). Deze ooms zijn genaamd [verdachte] en [medeverdachte ]. Ik kan me herinneren dat ik in september 1999 op een zaterdag aankwam in Nederland en de maandag daarop moest ik onmiddellijk aan de slag in de textielwinkels en kraampjes van mijn ooms. Ik heb altijd hard moeten werken. Ik mocht niet naar school van mijn ooms. Ik heb mijn oom [medeverdachte ] herhaaldelijk aangegeven dat ik naar school wilde gaan.
Een geschrift, zijnde een niet in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen met nummer 2008236415-1 van 23 augustus 2009, opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren[verbalisant 4] en [verbalisant 3], doorgenummerde pag. 307-310.
(de rechtbank begrijpt: [slachtoffer]), zakelijk weergegeven:
Een proces-verbaal van verhoor aangever [slachtoffer] met nummer 2009017894 van 15 juni 2009, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 1] en [verbalisant ], doorgenummerde pag. 347-365.
(de rechtbank begrijpt: [slachtoffer]), zakelijk weergegeven:
(de rechtbank begrijpt: verdachte), [verdachte]
(de rechtbank begrijpt: [verdachte])en opa [naam 4]. Ik moest die naam van mijn familie gebruiken.
Een proces-verbaal van verhoor van getuige d.d. 7 november 2011 van de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank.
(de rechtbank begrijpt: [slachtoffer]), geboren op [geboortedatum slachtoffer], zakelijk weergegeven:
(de rechtbank begrijpt: te [plaats])gewerkt. Ik begon daar de maandag na het weekend van mijn aankomst. Ik ben toen met [verdachte] gegaan. Hij werkte toen nog in de winkel met [medeverdachte ]. Dat deed hij tot ongeveer een maand na mijn aankomst of zo. Daarna is hij gestart met een zelfstandige handel op de markt.
Een proces-verbaal van het Koninkrijk van Marokko, politie provincie Oujda, district Nador, opsporingspolitie, Internationaal rechtshulpverzoek nr. 09/19 van 15 januari 2010, opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 5] en vertaald door beëdigd vertaler Arabisch [naam 5], doorgenummerde pag. 626-629.
Een proces-verbaal van verhoor van getuige d.d. 8 oktober 2012 van de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank.
(de rechtbank begrijpt:[slachtoffer])naar Nederland is gekomen. Ik hoorde van [naam 1] en haar broers dat [slachtoffer] met het gezin van [medeverdachte ] naar Nederland is gekomen. Dat is zo’n 10 à 12 jaar geleden. Hij heeft vervolgens meestal bij zijn opa en bij [medeverdachte ] verbleven. Soms verbleef [slachtoffer] ook bij [verdachte].
(de rechtbank begrijpt: te [plaats]). Ik was bijna elke dag op de [adres 1] met mijn kraam. Ik heb [slachtoffer] daar zelf zien werken. Dat was bijna vanaf het eerste moment dat hij in Nederland aankwam.
Een proces-verbaal van verhoor getuige met nummer 2009017894-8 van 19 mei 2009, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 1] en [verbalisant 7], doorgenummerde pag. 204-208.
(de rechtbank begrijpt: [slachtoffer])bijna elke dag ’s ochtends begon met het opbouwen van de marktkraam. Hij moest dan rollen stof tillen, zowel lichte als zware rollen. Die zware rollen wil ik niet tillen omdat dit niet goed is voor mijn rug. Voor een kind is dit dus zeker niet goed.
Een relaas proces-verbaal 13THOLEN met nummer 2009017894 van 2 februari 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 1], doorgenummerde pag. 6-32.
- Dat zij één man kent van de[naam familie] dat hij altijd in zijn winkeltje zit;
- Dat zij bij het tonen van een foto van [medeverdachte ] deze herkent als de persoon die zij kent van de[naam familie];
- Dat zij na het tonen van de foto van [slachtoffer] hem herkent als de jongen die daar heeft gewerkt.
Een proces-verbaal van verhoor getuige met bijlagen met nummer 2009017894 van 1 november 2010, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 1] en [verbalisant 6], doorgenummerde pag. 211-219.
(de rechtbank begrijpt: te [plaats]), ik heb een marktkraam. Ik heb die al ongeveer 25 jaar. Ik ken een man van de[naam familie] die altijd in de winkel was. Ik weet niet eens hoe hij heet. Hij laat zijn personeel voor hem de stal in en uitpakken. Hij zit altijd in zijn winkeltje, aan de overkant naast de pizzeria. U toont mij foto 1. Die jongen heeft er gewerkt, dat weet ik zeker. Na hun vakantie was hij er ineens. Ze zeiden dat het een neefje was en dat hij bij hun werkte. Ik zag hem altijd op de markt, volgens mij elke dag. U vraagt mij wat voor werk hij dan deed. Uitpakken, inpakken van stoffen en helpen van klanten. Hij haalde rollen stoffen naar buiten. U vraagt mij wat zijn werktijden waren. Gewoon de hele dag. U toont mij foto 4. Dat is volgens mij de eigenaar.
De eigen waarneming van de rechtbank, gedaan ter terechtzitting van 1 november 2013, inhoudende dat de persoon op voornoemde foto 1, pag. 215,[slachtoffer] is en dat de persoon op foto 4, pag. 218, verdachte is.
Een proces-verbaal onderzoek in beslag genomen goederen [adres medeverdachte] te [plaats] met nummer 2009017894 van 7 december 2010, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 1], doorgenummerde pag. 648-650.
- Een verlopen Marokkaans paspoort op naam van [naam 8], geboren op [geboortedatum ];
- Een kopie van een Marokkaans paspoort voorzien van nummer [nummer] op naam gesteld van [slachtoffer].
(de rechtbank begrijpt: verdachte)en [naam 8].
Een proces-verbaal onderzoek in beslag genomen goederen [adres 2] te [plaats] met nummer 2009017894 van 7 december 2010, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 1], doorgenummerde pag. 678-680.
- 8 kopieën van een kopie van een Marokkaans paspoort op naam gesteld van [slachtoffer];
- Een foto met daarop afgebeeld [slachtoffer].
Een relaas proces-verbaal 13THOLEN met nummer 2009017894 van 2 februari 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 1], doorgenummerde pag. 6-32.
(de rechtbank begrijpt:[slachtoffer])heeft verklaard dat er een Marokkaans paspoort geregeld zou zijn door zijn oom [verdachte]. Uit eerder onderzoek was al gebleken dat een kopie van dit paspoort al twee keer door [verdachte] aan de politie was verstrekt. Uit deze kopie blijkt dat het paspoort op naam was gesteld van [slachtoffer], geboren op [geboortedatum slachtoffer] te [geboorteplaats slachtoffer]. Het paspoort is voorzien van het paspoortnummer [nummer] en als domicilieadres staat geregistreerd: [adres 2] te [plaats].
Een geschrift, zijnde een niet in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen Marokkaanse Consulaat met nummer 2009017894-1, ongedateerd, opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 1] en [verbalisant ], doorgenummerde pag. 472-474.
(de rechtbank begrijpt:[slachtoffer]). Naar aanleiding van het bovenstaande hebben wij op 7 april 2009 het Marokkaanse consulaat bezocht te [plaats]. Voorafgaande aan het bezoek had ik, [verbalisant 1], telefonisch contact opgenomen met [naam 13] van de afdeling Sociale zaken. In het telefoongesprek had ik aangegeven dat het bureau Vreemdelingenpolitie een kopie van een verlenging van een Marokkaans paspoort voorzien van het nummer [nummer] op naam van [slachtoffer], geboren [geboortedatum slachtoffer] te [geboorteplaats slachtoffer] ter beschikking had, maar dat op de kopie niet zichtbaar was wie op de pasfoto op het paspoort stond afgebeeld.
Een proces-verbaal van verhoor verdachte met nummer 2009017894 van 14 oktober 2010, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 1], doorgenummerde pag. 49-57.
(de rechtbank begrijpt: te [plaats]).
Een proces-verbaal van tweede verhoor verdachte met nummer 2009017894 van 12 november 2010, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 1], doorgenummerde pag. 58-70.
(de rechtbank begrijpt: te [plaats]). Ik woon daar al ongeveer 12 jaar.
Een proces-verbaal van derde verhoor verdachte met bijlagen met nummer 2009017894 van 23 december 2010, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 1], doorgenummerde pag. 75-95.
(de rechtbank begrijpt: verdachte):is mijn zoon [naam 7].
De eigen waarneming van de rechtbank, gedaan ter terechtzitting van 1 november 2013, inhoudende dat de persoon op voornoemde foto 1, pag. 89,[slachtoffer] is.
Een proces-verbaal van eerste verhoor verdachte met nummer 2009017894 van 5 november 2010, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 1], doorgenummerde pag. 114-129.
(de rechtbank begrijpt: te [plaats]). Ik werk als marktkoopman op de [adres 1]
(de rechtbank begrijpt: te [plaats]).
De ter terechtzitting van 1 november 2013 in deze rechtbank afgelegde verklaring van verdachte, opgenomen in het door de voorzitter en de griffier ondertekende proces-verbaal van de terechtzitting, niet doorgenummerd.
Een relaas proces-verbaal 13THOLEN met nummer 2009017894 van 2 februari 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 1], doorgenummerde pag. 6-32.
(de rechtbank begrijpt:[slachtoffer])dat hij gewerkt had voor zijn oom op de [adres 1] zijn de marktmeesters [getuige] en [getuige 1] van de [adres 1] als getuigen gehoord op 6 april 2009.
Een proces-verbaal van verhoor getuige met bijlagen met nummer 2009017894-3 van 6 april 2009, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 1] en [verbalisant ], doorgenummerde pag. 160-174.
(de rechtbank begrijpt: te [plaats])als marktmeester. Mijn werktijd is van 8.00 uur tot 17.30 uur. Ik ken de[naam familie]. We hebben een vaste plaatshouder genaamd [medeverdachte ]. [verdachte] is een jonger broertje van hem, hij heeft een losse plaats maar hij staat met hetzelfde artikel als zijn broer, namelijk met stoffen. Ik ken de zoon van [medeverdachte ], deze jongen ken ik nu een jaar of 9. In het begin dacht ik dat het personeel was, totdat we een voorval kregen. Dat was op 4 april 2005. Die jongen heeft een mes laten zien, waarop ik er toen bij ben gehaald als marktmeester. Toen ik ter plaatse kwam was de jongen al weg en heeft [medeverdachte ] tegen mij gezegd dat de jongen zijn zoon is en dat hij hem zelf zou straffen. Wij hebben de jongen geschorst van 1 april 2005 tot 30 april 2005 op de [adres 1]. De schriftelijke waarschuwing is persoonlijk overhandigd door mij aan [medeverdachte ] op 5 april 2005.
De eigen waarneming van de rechtbank, gedaan ter terechtzitting van 1 november 2013, inhoudende dat de persoon op voornoemde foto 1, pag. 173,[slachtoffer] is.
Een proces-verbaal van verhoor getuige met bijlagen met nummer 2009017894-4 van 6 april 2009, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 1] en [verbalisant ], doorgenummerde pag. 175-189.
(de rechtbank begrijpt: te [plaats]). Mijn werktijd is van 8.00 tot 17.30 uur. Ik ken de vaste plaatshouder [medeverdachte ]. Hij heeft ook een winkel op de markt en hij verkoopt stoffen. Ik ken ook [verdachte], hij is een losse plaatshouder. De winkel is gevestigd op de [adres 1] en de kraam is gevestigd voor de winkel. Ik zie in het marktdossier dat de naam van de winkel [naam bedrijf] is. Ik heb altijd gedacht dat de jongen die werkzaam was voor [medeverdachte ] zijn zoon was. Deze jongen bouwde de kraam op en brak deze kraam later ook weer af. Dat begon ’s ochtends vroeg. Ik heb altijd gedacht dat hij de zoon was van [medeverdachte ] omdat [medeverdachte ] dat tegen mijn collega heeft gezegd. Dat heeft plaatsgevonden na een incident op de markt.
De eigen waarneming van de rechtbank, gedaan ter terechtzitting van 1 november 2013, inhoudende dat de persoon op voornoemde foto 1, pag. 185,[slachtoffer] is.
Een proces-verbaal van verhoor van getuige d.d. 19 december 2011 van de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank.
Een geschrift, zijnde een waarschuwing verstoren van de orde op de markt van 5 april 2005, doorgenummerde pag. 444.
7.Bewezenverklaring
- die [slachtoffer] onderdak heeft verschaft en onderdak voor die [slachtoffer] heeft geregeld bij zijn, verdachtes, ouders en
- die [slachtoffer] tot 6 dagen per week zwaar werk heeft laten verrichten in de winkel in kledingstoffen en textiel en marktkraam van verdachte en zijn mededader en goederen heeft laten laden en lossen en
- die [slachtoffer] geen of een zeer laag salaris heeft betaald en
- tegen die [slachtoffer] gezegd heeft dat hij terug zal worden gestuurd naar Marokko en
- die [slachtoffer] heeft gezegd dat hij zal worden aangegeven bij de politie en
- het paspoort van die [slachtoffer] onder zich heeft gehouden;
8.De strafbaarheid van de feiten
10.Motivering van de straffen en maatregelen
11.Toepasselijke wettelijke voorschriften
12.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
een gevangenisstraf van 21 (eenentwintig) maanden.