Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
the Regional Court in Poznań(Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Grondslag en inhoud van het EAB
judgment of the District Court in Poznań of 5th February 2007, reference number XXV K 47/07, sentencing [opgeëiste persoon] to 1 year imprisonment, conditionally suspended for a period of 5 years probation;
District Court Poznań-Stare Miasto in Poznańde tenuitvoerlegging van deze straf bevolen.
, which constituted the basis for the European Arrest Warrant issued in respect of the subject, became final (irrevocable) on 13th July 2007.
contra legemzou zijn (Rb. Amsterdam 22 augustus 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:5312). De keuze van de wetgever om af te wijken van de woordkeuze van het Kaderbesluit 2002/584/JBZ – “bereidverklaring” in plaats van “verbintenis” – is weliswaar onhandig, maar uit de Memorie van Toelichting blijkt niet van een bewuste keuze voor het “mindere”. Integendeel, niet voor niets is in artikel 6, vijfde lid, OLW het rechtsmacht-vereiste opgenomen. Het voorkomen van straffeloosheid lijkt juist de ratio van de wetgeving te zijn. Van een uitleg
contra legemhoeft dan ook geen sprake te zijn. Indien de rechtbank artikel 6, tweede en derde lid, OLW zo uitlegt dat “bereid verklaren” een vorm van “verbinden” is en dat de woordkeuze van de wetgever geen straffeloosheid tot gevolg mag hebben, dan is het stellen van prejudiciële vragen niet nodig.
Regional Court in Poznańheeft bij brieven van 2 april 2015 en 21 juli 2015 op de vragen gereageerd. De rechtbank gaat er dan ook van uit dat die autoriteit de naar Pools recht bevoegde autoriteit is.
voorwaardevormt voor de totstandkoming van die “verbintenis”/”bereidheid”.
contra legem(HvJ EU 5 september 2012, zaak
contra legemoplevert.
zijn uitvoerende rechterlijke autoriteit zonder meer verplicht is de executieoverlevering van een onderdaan of ingezetene van de uitvoerende lidstaat te weigeren,
deze weigering van rechtswege de bereidheid tot overname van de tenuitvoerlegging van de aan die onderdaan of ingezetene opgelegde vrijheidsstraf in het leven roept,
maar dat de beslissing over de overname van de tenuitvoerlegging pas na de weigering van de executieoverlevering wordt genomen en dat een positieve beslissing afhankelijk is van (1) een basis in een verdrag dat tussen de uitvaardigende lidstaat en uitvoerende lidstaat van kracht is, (2) de voorwaarden die dat verdrag stelt en (3) de medewerking van de uitvaardigende lidstaat zoals het doen van een daartoe strekkend verzoek,
a) kan de nationale rechter de bepalingen van een kaderbesluit rechtstreeks toepassen, ook al worden ingevolge artikel 9 van Pro Protocol (nr. 36) betreffende de overgangsbepalingen na de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon de rechtsgevolgen van kaderbesluiten gehandhaafd, zolang deze kaderbesluiten niet ingetrokken, nietig verklaard of gewijzigd zijn;
voorwaardedat zijn executieoverlevering alleen mag worden geweigerd, indien Nederland rechtsmacht over hem heeft voor de feiten waarvoor zijn overlevering wordt verzocht en dat een eventuele strafvervolging in Nederland feitelijk mogelijk moet zijn. Een en ander roept de vraag op of deze uitleg zich verdraagt met het in artikel 18 VWEU Pro neergelegde verbod van discriminatie op grond van nationaliteit.
5.Slotsom
6.Beslissing
zijn uitvoerende rechterlijke autoriteit zonder meer verplicht is de executieoverlevering van een onderdaan of ingezetene van de uitvoerende lidstaat te weigeren,
deze weigering van rechtswege de bereidheid tot overname van de tenuitvoerlegging van de aan die onderdaan of ingezetene opgelegde vrijheidsstraf in het leven roept,
maar dat de beslissing over de overname van de tenuitvoerlegging pas na de weigering van de executieoverlevering wordt genomen en dat een positieve beslissing afhankelijk is van (1) een basis in een verdrag dat tussen de uitvaardigende lidstaat en uitvoerende lidstaat van kracht is, (2) de voorwaarden die dat verdrag stelt en (3) de medewerking van de uitvaardigende lidstaat zoals het doen van een daartoe strekkend verzoek,
a) kan de nationale rechter de bepalingen van Kaderbesluit 2002/584/JBZ rechtstreeks toepassen, ook al worden ingevolge artikel 9 van Pro Protocol (nr. 36) betreffende de overgangsbepalingen na de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon de rechtsgevolgen van dit kaderbesluit gehandhaafd, zolang dit kaderbesluit niet ingetrokken, nietig verklaard of gewijzigd is