Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 februari 2017 in de zaak tussen
[de man] , te [woonplaats] (Duitsland) eiser,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.
Rechtbank Amsterdam
Eiser, een in Duitsland wonende pensioenontvanger en verdragsgerechtigde, betwistte de door het CAK vastgestelde definitieve jaarafrekening voor de Zorgverzekeringswet (Zvw) over 2012. De bijdrage was berekend op basis van zijn gehele inkomen en aangepast met een woonlandfactor die de verhouding tussen zorgkosten in Duitsland en Nederland weerspiegelt.
De rechtbank overwoog dat eiser als verdragsgerechtigde op grond van artikel 24 van Pro Verordening (EG) 883/2004 recht heeft op zorg in Duitsland ten laste van Nederland en dat de bijdrage op grond van artikel 30 van Pro die Verordening en artikel 69 van Pro de Zvw verschuldigd is. De woonlandfactor is correct toegepast volgens de Regeling Zorgverzekeringen en gebaseerd op goedgekeurde gegevens van de Europese Rekencommissie.
Eisers bezwaar dat de motivering onvoldoende zou zijn, werd verworpen omdat verweerder verwees naar eerdere besluiten die voor eiser duidelijk waren. Ook het argument dat de buitenlandbijdrage hoger zou zijn dan een Duitse verzekering, faalde omdat verschillen tussen lidstaten zijn toegestaan. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de definitieve jaarafrekening Zvw-bijdrage 2012 wordt ongegrond verklaard.