Uitspraak
-met bericht van verhindering
-niet verschenen. Cvz heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J.M. Nijman.
OVERWEGINGEN
-met ingang van 1 januari 2006 in werking getreden
-Zorgverzekeringswet (Zvw) is appellant door Cvz als verdragsgerechtigde aangemerkt en heeft hij op grond van Verordening (EEG) nr. 1408/71 (Vo 1408/71) recht op zorg in het woonland (België), ten laste van Nederland. Voor dit recht op zorg is op grond van artikel 69 van Pro de Zvw een bijdrage verschuldigd (buitenlandbijdrage). Appellant heeft zich, evenals zijn gezinsleden, per 1 januari 2006 met een E 121-formulier ingeschreven bij de Christelijke Mutualiteit, het bevoegde orgaan van zijn woonplaats.
-kort gezegd
-alleen wettelijke pensioenen onder Vo 1408/71 vallen en bedrijfspensioenen niet. In dat verband heeft appellant ook in het algemeen gesteld dat Cvz niet het bevoegde orgaan is om ingevolge artikel 33 van Pro Vo 1408/71 een bijdrage te innen. Voorts heeft appellant
-samengevat
-aangevoerd dat de woonlandfactoren zijn gebaseerd op de ziektekosten in strikte zin in plaats van de door de Regeling Zorgkosten vereiste zorgkosten, waardoor Cvz handelt in strijd met de Regeling Zorgverzekering en het verbod van willekeur schendt. Voorts is er sprake van een overduidelijke onevenredige ongelijke behandeling van ongelijke gevallen en daarmee strijdigheid met het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) en de jurisprudentie van de Hoge Raad.