Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de meervoudige kamer van 19 november 2019 in de zaak tussen
[eiser] , te Amsterdam, eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 november 2019.
Rechtbank Amsterdam
Verweerder legde eiser een bestuurlijke boete op van €12.000 vanwege het zonder vergunning omzetten van zelfstandige woonruimten naar onzelfstandige woonruimten. Eiser betwistte dat hij als eigenaar als overtreder kon worden aangemerkt en voerde meerdere bezwaren aan, waaronder het ontbreken van bevoegdheid van toezichthouders, schending van het legaliteitsbeginsel, en het ontbreken van toezicht.
De rechtbank oordeelde dat de toezichthouders bevoegd waren en dat de huurders niet op hun zwijgrecht hoefden te worden gewezen. De toezichthouders mochten de woningen betreden, ook zonder expliciete toestemming, op grond van de Huisvestingswet 2014. De boete was gegrond omdat sprake was van meerdere huishoudens die voorzieningen deelden, waardoor omzetting had plaatsgevonden zonder vergunning.
Eiser kon als functioneel dader worden aangemerkt omdat hij onvoldoende concreet toezicht hield en geen bewijs leverde van actief toezicht of pogingen daartoe. Het recht op huurgenot van huurders stond niet in de weg aan aangekondigde bezoeken door de eigenaar. Ook werden de bezwaren over schending van het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel, het ne-bis-in-idem-beginsel en het gelijkheidsbeginsel verworpen.
De rechtbank zag geen bijzondere omstandigheden die matiging van de boete rechtvaardigden. Het beroep werd ongegrond verklaard en de boete bleef gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de bestuurlijke boete van €12.000 wordt gehandhaafd.