Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen
[eiser] , te Amsterdam, eiser
de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam,
Procesverloop
20 april 2020 (de bestreden uitspraken) heeft de heffingsambtenaar op de bezwaren van eiser beslist.
Overwegingen
28 februari 2017 en 28 februari 2018 nu die beschikkingen bij uitspraken op bezwaar van
24 en 25 april 2018 zijn vernietigd. [5] Het gaat in deze procedure om de WOZ-beschikkingen van 30 april 2019 en de bezwaarschriften tegen die beschikkingen. Deze heeft eiser ingediend op 9 oktober 2019. Die datum is de peildatum voor de beoordeling van het verzoek van eiser. Nu de rechtbank vandaag uitspraak doet, dus binnen twee jaar na indiening van het bezwaarschrift, is de redelijke termijn niet is overschreden. Eiser heeft daarom geen recht op een immateriële schadevergoeding.
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op