Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
30 april 2019 op grond van artikel 22 van Pro de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) de waarde (hierna: de WOZ-waarde) van de woningen aan de [A-straat] (voorzijde) en [A-straat] (achter) te [Z] (hierna: de woningen) voor de kalenderjaren 2017, 2018 en 2019 naar waardepeildata 1 januari 2016, 1 januari 2017 en 1 januari 2018 als volgt vastgesteld:|
2.Feiten
3.Geschil in hoger beroep
4. Overwegingen van de rechtbank
28 februari 2017 en 28 februari 2018 nu die beschikkingen bij uitspraken op bezwaar van
24 en 25 april 2018 zijn vernietigd. [5] Het gaat in deze procedure om de WOZ-beschikkingen van 30 april 2019 en de bezwaarschriften tegen die beschikkingen. Deze heeft eiser ingediend op 9 oktober 2019. Die datum is de peildatum voor de beoordeling van het verzoek van eiser. Nu de rechtbank vandaag uitspraak doet, dus binnen twee jaar na indiening van het bezwaarschrift, is de redelijke termijn niet is overschreden. Eiser heeft daarom geen recht op een immateriële schadevergoeding.
5.Beoordeling van het geschil
7.Beslissing
B.A. van Brummelen, leden van de belastingkamer, in tegenwoordigheid van
mr. I.A. Kranenburg als griffier. De beslissing is op 7 februari 2023 in het openbaar uitgesproken.
de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).
www.hogeraad.nl. Informatie over de inlogmiddelen vindt u op
www.hogeraad.nl.
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.