ECLI:NL:RBAMS:2021:5755
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Omzettingsboete wegens illegale verhuur van zes studentenkamers zonder vergunning
Eisers, eigenaren van een pand in Amsterdam, kregen elk een bestuurlijke boete van €18.000 opgelegd wegens het zonder vergunning omzetten van een zelfstandige woonruimte in zes onzelfstandige woonruimten. Verweerder stelde dat zes personen elk een afsluitbare kamer huurden, wat neerkomt op zes huishoudens, en dat dit in strijd was met artikel 21c van de Huisvestingswet.
Eisers voerden aan dat het om één huishouden ging en dat de boetes onredelijk en dubbel opgelegd waren. De rechtbank oordeelde dat de definitie van onzelfstandige woonruimten en huishoudens juist werd toegepast, dat eisers als feitelijke medeplegers konden worden aangemerkt en dat de boetes terecht waren opgelegd. De rechtbank verwierp de argumenten over geringe ernst en legalisering van vier kamers.
Wel stelde de rechtbank vast dat de redelijke termijn van twee jaar was overschreden, waardoor matiging van de boetes met 5% op zijn plaats was. De boetes werden daardoor vastgesteld op €17.100 per eiser. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten van eisers.
Uitkomst: De boetes van €18.000 per eiser worden gematigd tot €17.100 wegens overschrijding van de redelijke termijn.