Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
vonnis van de kantonrechter
[eiser]
[gedaagde] B.V.
Het verloop van de procedure
- de dagvaarding van 4 januari 2022 met producties;
- de conclusie van antwoord van 11 februari 2022 met producties;
- het instructievonnis van 25 februari 2022, waarin een mondelinge behandeling is bepaald.
De feiten
- Brief van 20 februari 2020 van de gemachtigde van [eiser] aan de gemachtigde van [gedaagde] : “De belastingaangifte en de kosten daarvan over 2019 worden net als voorgaande jaren (2016/2017/2018) op uw kosten verricht door LIMES. Uiteraard hoort daarbij ook de voldoening van de eventueel hieruit voortkomende heffingen van de Franse fiscus (een en ander conform de arbeidsovereenkomst).”
- Brief van 17 maart 2020 van de gemachtigde van [eiser] aan de gemachtigde van [gedaagde] : “U heeft niet gereageerd op punt 6 van mijn bericht van 20 februari 2020 (belastingaangifte LIMES conform de arbeidsovereenkomst). Dit punt is belangrijk voor u cliënt. Vanwege het uitblijven van een reactie (en omdat dit zo is afgesproken in de arbeidsovereenkomst) acht ik dit punt voor akkoord.”
Het geschil
primair
subsidiair
primair en subsidiair
Het geschil
[eiser] expliciet gesteld dat hij het vanzelfsprekend acht dat [gedaagde] , net als in de voorgaande jaren, de heffingen van de fiscus voor haar rekening neemt, dat dit punt belangrijk is voor [eiser] en dat dit punt vanwege het uitblijven van een reactie voor akkoord wordt geacht (zie 1.4).
BESLISSING
16 december 2022 in tegenwoordigheid van de griffier.