ECLI:NL:RBAMS:2022:956
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boetes en lasten onder dwangsom wegens woningonttrekking en toeristische verhuur in Amsterdam
In deze bestuursrechtelijke zaak stonden vijf beroepen centraal tegen bestuurlijke boetes en lasten onder dwangsom opgelegd door de gemeente Amsterdam wegens het zonder vergunning onttrekken van een woning aan de woonruimtevoorraad. De woning werd gebruikt voor toeristische verhuur via Airbnb, wat volgens de Huisvestingswet verboden is zonder vergunning.
De rechtbank stelde vast dat de woning behoort tot de woningvoorraad, ondanks dat deze als afhankelijke woning in het kader van een bedrijfsvoering werd gebruikt. Uit onderzoek, waaronder Airbnb-recensies en verklaringen van omwonenden, bleek dat de woning meerdere malen aan toeristen was verhuurd. Eisers werden als functioneel overtreders aangemerkt, waarbij de eigenaar en de huurder zorgplicht hebben om het rechtmatig gebruik te waarborgen.
De rechtbank verwierp de bezwaren van eisers dat de boetes onterecht of te hoog waren. Er waren geen bijzondere omstandigheden die matiging rechtvaardigden. Ook het betoog dat de woning niet tot de woonruimtevoorraad behoorde of dat de Huisvestingsverordening onverbindend was, werd verworpen. De rechtbank verklaarde enkele beroepen niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang en verklaarde de overige beroepen ongegrond. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierechten en proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de opgelegde bestuurlijke boetes en lasten onder dwangsom wegens woningonttrekking door toeristische verhuur en verklaart de beroepen van eisers grotendeels niet-ontvankelijk of ongegrond.