Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 mei 2023 in de zaak tussen
[eiser] , uit Amsterdam, eiser
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 2 mei 2023.
Rechtbank Amsterdam
Eiser werd door het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam een bestuurlijke boete van €20.500 opgelegd wegens het onttrekken van een woning aan de woonruimtevoorraad ten behoeve van vakantieverhuur zonder de vereiste vergunning. De woning werd op 1 september 2017 onaangekondigd bezocht door toezichthouders, die toeristen aantroffen die via Airbnb hadden geboekt. Eiser stelde dat hij de woning legaal verhuurde aan een hoofdbewoner die ingeschreven stond en dat hij slechts als zaakwaarnemer optrad.
De rechtbank oordeelde dat eiser geen hoofdbewoner was en dat de persoon die ingeschreven stond op het adres tijdens de constatering niet aanwezig was en geen persoonlijke spullen in de woning had. Het vermoeden van hoofdverblijf op grond van inschrijving in de Basisregistratie Personen werd door concrete feiten weerlegd. De toezichthouders hadden de woning rechtmatig betreden, ook bij de tweede en derde bezoeken, op grond van een machtiging en de Huisvestingswet 2014.
De rechtbank verwierp het beroep van eiser als ongegrond, omdat het college terecht de boete had opgelegd en de uitzonderingen op de vergunningplicht niet van toepassing waren. Ook was er geen aanleiding de boete te matigen, noch was sprake van een onrechtmatige behandeling in vergelijking met een onderbuurvrouw. Het beroep werd afgewezen en eiser moet de boete betalen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de bestuurlijke boete van €20.500 wegens onttrekking woning aan woonruimtevoorraad zonder vergunning.