Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Algemene inleiding
bijlage 1aan dit vonnis gehecht.
2.Tenlastelegging
bijlage 2die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
bijlage 3.
‘ [medeverdachte K.E.] en [medeverdachte K.W.] gaan met de Renault Kadjar naar Alphen aan den Rijn om wapens op te halen’is reeds vastgesteld dat [medeverdachte K.W.] één van de donoren is. Daarnaast komt het DNA-profiel van [medeverdachte D.G.]
‘ [medeverdachte K.E.] en [medeverdachte K.W.] gaan met de Renault Kadjar naar Alphen aan den Rijn om wapens op te halen’is reeds vastgesteld dat [medeverdachte K.W.] één van de donoren is. Daarnaast komt het DNA-profiel van [medeverdachte K.E.] overeen met deze DNA-mengprofielen. Het is respectievelijk circa 700 miljoen en circa 48 miljoen keer waarschijnlijker dat - kort gezegd - [medeverdachte K.E.] één van de donoren is dan wanneer dit niet zo is. De rechtbank concludeert op basis daarvan dat het DNA van [medeverdachte K.E.] op dit wapen zit.
- de verklaring van [betrokkene 6] dat hij in opdracht van [medeverdachte K.M.] een Renault Megane naar Amsterdam moest brengen;
- de onderzoeksbevindingen met betrekking tot het vertrek van [medeverdachte K.M.] na de moord(aanslag) op Peter R. de Vries naar Polen en het verblijf van [medeverdachte K.M.] in [adres] ;
- de verklaring van [betrokkene 11] dat hij [medeverdachte K.M.] op 6 juli 2021 op diens verzoek naar het huis van [medeverdachte D.G.] in [adres] heeft gebracht en dat hij de volgende dag de foto van [medeverdachte D.G.] in de media zag in verband met de moordaanslag op Peter R. de Vries;
- de chatberichten op 5 en 6 juli 2021 waarin de rol van [medeverdachte K.M.] bij de moord op Peter R. de Vries naar voren komt;
- een tapgesprek van 2 maart 2022 tussen [medeverdachte K.E.] en zijn vrouw waarin over bedreigingen jegens [medeverdachte K.E.] en zijn moeder wordt gesproken;
- het chatbericht dat [medeverdachte D.G.] op 6 juli 2021, net voordat hij wordt aangehouden, met de Google Pixel telefoon aan [medeverdachte K.M.] stuurt met het verzoek voor zijn familie te zorgen.
- voorverkenningen uit te voeren
- op 6 juli 2021 op de uitkijk te staan/zitten
- Peter R. de Vries te volgen als hij de studio van RTL Boulevard verlaat en in de richting van de parkeergarage loopt
- inlichtingen te verschaffen aan de medeplegers van de moord
- beelden van de neergeschoten Peter R. de Vries te maken en die beelden (op sociale media) te delen
Voor ‘deelneming’ in de zin van artikel 140 Sr Pro is voldoende dat de betrokkene in zijn algemeenheid weet (in de zin van onvoorwaardelijk opzet) dat de organisatie het plegen van misdrijven tot oogmerk heeft. De betrokkene hoeft geen wetenschap te hebben van één of meer concrete misdrijven die door de organisatie worden beoogd.
Voor de vaststelling van het oogmerk komt onder meer betekenis toe aan misdrijven die in het kader van de organisatie al zijn gepleegd, aan het meer duurzaam of gestructureerde karakter van de samenwerking – zoals dat kan blijken uit de onderlinge verdeling van werkzaamheden of onderlinge afstemming van activiteiten van deelnemers binnen de organisatie met het oog op het bereiken van het gemeenschappelijke doel van de organisatie – en, meer algemeen, aan de planmatigheid of stelselmatigheid van de met het oog op dit doel verrichte activiteiten van deelnemers binnen de organisatie. [13]
nietbeoogd deelname aan twee verschillende criminele organisaties ten laste te leggen.
ad hocis samengewerkt tussen (steeds) verschillende personen.
tenlastegelegdecriminele organisatie.
5.Bewezenverklaring
bijlagen 3 en 4bewezen dat:
subsidiair)
6.De strafbaarheid van het feit
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straf
9.De vordering van de benadeelde partij mevrouw [benadeelde partij]
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
[verdachte E.O.], daarvoor strafbaar.
10 (tien) jaar.