Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
Innophos c.s. stellen dat die kosten als in redelijkheid gemaakte buitengerechtelijke kosten op grond van artikel 6:96, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) voor vergoeding in aanmerking komen. Vordering (i) ziet op de kosten die Innophos c.s. in 2018 en 2019 hebben gemaakt. De vorderingen onder (ii) tot en met (iv) zien op de kosten in 2020, 2021 en 2022 tot aan het uitbrengen van de dagvaarding in deze schadestaatprocedure. De rente over al die kosten wordt steeds gevorderd vanaf 1 januari van het volgende kalenderjaar. Vordering (v) ziet op de fiscale schade die BV2 heeft geleden doordat de rente als gevolg van de beroepsfout niet aftrekbaar was.
4.De beoordeling
€ 23.198,63.