Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de meervoudige kamer van 26 augustus 2025 in de zaken tussen
Prothya Biosolutions Netherlands B.V., uit Amsterdam, eiseres (hierna: Prothya)
de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, verweerder (hierna: de IGJ)
Samenvatting
Procesverloop
9 september 2024, althans geen nieuw GMP-certificaat te verlenen. De reden hiervoor is dat Prothya artikel 27, eerste lid, van de Geneesmiddelenwet (de Gnw) niet heeft nageleefd. Dat betekent dat Prothya niet handelt volgens de GMP-criteria die zij zou moeten hanteren. Dit blijkt uit een inspectierapport van 23 augustus 2024. De IGJ moet hier melding van maken in de EudraGMDP-databank op grond van artikel 100a, derde lid, van de Gnw.
[naam 2] en [naam 3] (beiden coördinerend specialistisch inspecteur bij de IGJ).
Beoordeling door de rechtbank
23 augustus 2024 te betwisten. Zij mocht alleen aangeven of de feitelijke constateringen in het rapport juist waren en verder geen weerwoord bieden aan de inhoud van het inspectierapport voordat dat definitief werd opgesteld.
juli 2025 heeft plaatsgevonden. Tot slot is het bestreden besluit 2 ook in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel, omdat een bestuursorgaan regels consequent moet naleven en toepassen en dat heeft de minister volgens Prothya niet gedaan.
artikel 3:4, tweede lid, van de Awb. Verder heeft de Afdeling in die uitspraak overwogen dat bij de huidige stand van de rechtsontwikkeling een bepaling uit een wet in formele zin niet getoetst kan worden aan het evenredigheidsbeginsel als algemeen rechtsbeginsel van ongeschreven recht. Op grond van het toetsingsverbod van artikel 120 van Pro de Grondwet is uitgesloten dat de rechter een bepaling van een wet in formele zin toetst aan algemene rechtsbeginselen, zoals het evenredigheidsbeginsel.
juli 2025 volgt de rechtbank niet. Op grond van het ‘Besluit schriftelijke uitkomsten van controle en onderzoek’ [17] maakt de minister een inspectierapport openbaar en het uitgangspunt is dat de minister dit zo spoedig mogelijk doet. [18]
Conclusie en gevolgen
Beslissing
Informatie over hoger beroep
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving
1. Indien het bezwaar- of beroepschrift wordt ingediend bij een onbevoegd bestuursorgaan of bij een onbevoegde bestuursrechter, wordt het, onder vermelding van de datum van ontvangst, zo spoedig mogelijk doorgezonden aan het bevoegde orgaan, onder gelijktijdige mededeling hiervan aan de afzender.
1. Indien een verslag als bedoeld in artikel 100a, eerste lid, daartoe aanleiding geeft, ontvangt degene bij wie een inspectie is verricht naar de naleving van voorschriften als bedoeld in artikelen 27, eerste of tweede lid, 36, eerste lid, respectievelijk 38b, eerste lid, binnen 90 dagen na de inspectie een certificaat waarin de betreffende naleving is vastgelegd.