Eiser heeft een aanvraag voor een urgentieverklaring ingediend bij het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, welke is afgewezen op basis van algemene weigeringsgronden: onvoldoende binding met Amsterdam (i-grond) en inwoning bij familie (d-grond).
Eiser kampt met medische en sociale problematiek, waaronder hersenbloeding, verslaving en depressie, en verblijft tijdelijk in het ziekenhuis. Hij woont sinds 2022 ingeschreven bij zijn moeder en slaapt afwisselend bij familie, maar voldoet niet aan de vereiste vierjarige inschrijving in Amsterdam.
De rechtbank oordeelt dat het college terecht de bindingseis heeft toegepast zonder uitzonderingen, en dat het niet verplicht was nader medisch onderzoek te verrichten omdat geen sprake is van een acuut levensbedreigende situatie. De hardheidsclausule wordt niet toegepast omdat de omstandigheden van eiser niet zodanig schrijnend zijn.
Ook is geoordeeld dat het college alle medische en sociale omstandigheden heeft betrokken bij de beoordeling. De gevolgen van het besluit zijn niet onredelijk bezwarend gelet op de woningnood en het feit dat veel mensen met medische problematiek bij familie inwonen.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, het college mag de urgentieaanvraag afwijzen en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.