De invorderingsambtenaar van de gemeente Amsterdam legde op 11 september 2024 een naheffingsaanslag parkeerbelasting op aan eiser. Na uitblijven van betaling zond de invorderingsambtenaar op 30 oktober 2024 een aanmaning met aanmaningskosten. Eiser maakte bezwaar tegen deze aanmaning, stellende dat de naheffingsaanslag niet op juiste wijze kenbaar was gemaakt, omdat deze niet in de digitale berichtenbox van MijnOverheid zou zijn geplaatst en hij geen e-mailnotificatie had ontvangen.
De rechtbank overwoog dat een besluit niet in werking treedt voordat het bekend is gemaakt en dat elektronische verzending mogelijk is indien de geadresseerde daarvoor kenbaar heeft gemaakt bereikbaar te zijn. De invorderingsambtenaar toonde aan dat eiser via de verzendadministratie elektronisch bereikbaar was en dat de naheffingsaanslag in de berichtenbox was geplaatst. Eiser had geen feiten aangevoerd die het vermoeden van ontvangst ontzenuwden.
De rechtbank verwierp het verweer dat het ontbreken van een e-mailnotificatie tot niet-bekendmaking zou leiden, omdat eiser zelf had gekozen voor elektronische bereikbaarheid en zelf verantwoordelijk was voor het controleren van zijn berichtenbox of het aanzetten van e-mailnotificaties. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.