Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Grondslag en inhoud van het EAB
arrest van het Hof van beroep te Antwerpen, kamer C5 in correctionele zaken, dd 21/01/2026, met referentienummers 2025/CO/680, 2022/PGA/2448 en 2025/VJ11797. Uit deze (bij het EAB gevoegde) beslissing blijkt dat het gaat om een bevel tot aanhouding van de opgeëiste persoon teneinde hem, door tenuitvoerlegging van een door het Parket bij het Hof van beroep te Antwerpen uit te vaardigen EAB, aanwezig te laten zijn bij de behandeling van het hoger beroep in de Belgische strafzaak op 18 maart 2026. [2]
4.Strafbaarheid
5.Artikel 9 OLW Pro: Nederlandse strafvervolging
6.De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW
7.Artikel 11 OLW Pro: Belgische detentieomstandigheden
De gemiddelde minimum leefruimte van elke cel is 9 m2 inclusief vast meubilair.
De opgeëiste persoon zal een bed ter beschikking hebben en zal bijgevolg niet op grond hoeven te slapen.
Er worden verschillende dagactiviteiten buiten de cel voorzien. Deze activiteiten omvatten in ieder geval regelmatige wandelingen in een open koer en familiebezoeken alsook toegang tot gemeenschappelijke ruimtes. Aanvullende activiteiten zoals sport en arbeid zijn onderhevig aan aanzienlijke wachtlijsten.
3. Sanitaire en hygiëne omstandigheden
Als algemene regel, voorziet de Basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden in algemene rechten en plichten voor gedetineerden, o.a. het recht op dagelijkse persoonlijke hygiëne, het recht op toegang tot gezondheidszorg en -bescherming evenredig aan dewelke wordt voorzien buiten de gevangenismuren. In dit verband, is een penitentiaire gezondheidsraad opgericht bij wet die adviseert bij het verbeteren van de kwaliteit de gezondheidszorg binnen de gevangenismuren. De medische zorg binnen de gevangenismuren is van gelijke kwaliteit als de medische zorg die wordt verstrekt buiten de gevangenismuren.”
8.Slotsom
9.Toepasselijke wetsartikelen
10.Beslissing
[opgeëiste persoon]aan de advocaat-generaal bij het hof van Beroep Antwerpen, België, voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.