ECLI:NL:RBAMS:2026:3701
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor IPL-behandeling droge ogen conform Participatiewet
Eiser heeft op grond van de Participatiewet bijzondere bijstand aangevraagd voor de kosten van een IPL-behandeling ter behandeling van droge ogen. De aanvraag werd door het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam afgewezen omdat de Zorgverzekeringswet (Zvw) als voorliggende voorziening geldt en de kosten van deze behandeling niet worden vergoed door de zorgverzekering.
Eiser voerde aan dat de behandeling medisch noodzakelijk is, niet cosmetisch, en dat hij zich niet aanvullend kan verzekeren. Tevens stelde hij dat er sprake is van zeer dringende redenen vanwege ernstige klachten en een acute medische noodzaak. De rechtbank oordeelt dat de afwijzing terecht is omdat de Zvw een bewuste keuze bevat over de vergoeding van deze kosten en dat de behandeling niet als noodzakelijke zorg binnen de Zvw wordt gezien.
De rechtbank verwijst naar vaste rechtspraak en een recente uitspraak van de Centrale Raad van Beroep waarin is bevestigd dat de Zvw in beginsel toereikend is als voorliggende voorziening. De verklaring van de huisarts en de verwijzing naar eerdere jurisprudentie leiden niet tot een ander oordeel. Ook is niet aannemelijk gemaakt dat er sprake is van een acute noodsituatie die zeer dringende bijstand rechtvaardigt.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard, het griffierecht wordt niet teruggegeven en er is geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter C.M. Delstra op 10 april 2026.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van bijzondere bijstand voor de IPL-behandeling wordt ongegrond verklaard.