Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Waardering van het bewijs
waarbij de ernst kan variëren tussen geringe tijdelijke klachten tot zware blijvende invaliditeit en een fatale afloop(onderstreping rechtbank). Ook kunnen de hierbij optredende overstrekking- en/of rotatiekrachten in de hals andere ernstige complicaties kunnen optreden, zoals een breuk in de halswervelkolom, al dan niet met ruggenmergletsel (‘dwarslaesie’), verscheuring van de bloedvaten die door de halswervels verlopen (zgn. ‘dissectie’ van de wervelslagader (‘arteria vertebralis’) of bloeding of bloedstolselvorming (‘trombose’) onder het spinnenwebvlies. De op de camerabeelden waargenomen geweldsinwerkingen tegen het hoofd van het slachtoffer zijn alle te kwalificeren als (zeer) krachtig, waarbij alle bovengenoemde risico’s zonder meer van toepassing zijn.
Er kan derhalve worden geconcludeerd dat de kans op ernstige c.q. fatale letsels van het hoofd en/of de hals in de onderhavige casus aanzienlijk is geweest(onderstreping rechtbank).’
4.Bewezenverklaring
- die [benadeelde partij] eenmaal te stompen in zijn gezicht, en
- terwijl die [benadeelde partij] (buiten bewustzijn) op de grond lag tegen zijn hoofd te schoppen en in zijn gezicht te stampen;
5.Kwalificatie en strafbaarheid
Straffen
- meldplicht bij de reclassering;
- ambulante behandeling;
- contactverbod;
- verblijf in begeleid wonen of maatschappelijke opvang;
- dagbesteding;
- beheersing middelengebruik.
7.Vordering tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf
8.Voorlopige hechtenis
9.Vordering schadevergoeding [benadeelde partij]
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
- verklaart bewezen dat de verdachte het in zaak A onder 1 primair en 2 en in zaak B tenlastegelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld;
- verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
- verklaart het bewezene strafbaar;
- verklaart de verdachte
jeugddetentievoor de duur van
310 (driehonderdtien) dagen.
180 (honderdtachtig) dagen, van deze jeugddetentie niet ten uitvoer gelegd worden, tenzij later anders wordt bevolen;
- verbindt hieraan een
- stelt de volgende
- [benadeelde partij], geboren [geboortedag 2] 2007;
- [slachtoffer], geboren [geboortedag 3] 2007.
- meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt om zijn identiteit vast te stellen;
- meewerkt aan reclasseringstoezicht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt.
Dadelijk uitvoerbaar
werkstrafbestaande uit een werkstraf van
200 (tweehonderd) uur, met bevel, voor het geval dat de verdachte de werkstraf niet (naar behoren heeft) verricht, dat vervangende jeugddetentie van 100 (honderd) dagen wordt toegepast;
20 (twintig) uur, zoals opgelegd in het vonnis van de kinderrechter in Amsterdam van 22 oktober 2024;
- veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededaders, aan de benadeelde partij [benadeelde partij], te betalen een bedrag van
- verklaart de benadeelde partij ten aanzien van de schadeposten ‘eigen risico 2026’, ‘vloeibaar voedsel’ en ‘reiskosten’ niet-ontvankelijk in de vordering;
- bepaalt dat dit deel van de vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;
- wijst de vordering van de benadeelde partij voor het overige (‘vest’) af;
- veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op € 0 en in de nog te maken kosten om dit vonnis ten uitvoer te leggen;
- legt aan de verdachte voor zaak A feit 1 de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte hoofdelijk met zijn mededaders de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij] aan de staat € 7.711,00 te betalen, en de wettelijke rente tot de dag waarop het volledige bedrag is betaald;
- bepaalt dat als volledig verhaal niet mogelijk blijkt, de verdachte kan worden gegijzeld voor de duur van maximaal
- bepaalt dat als de verdachte en/of zijn mededaders (een deel van) de schade aan de benadeelde partij of aan de staat heeft/hebben betaald, de verdachte (dat deel) niet meer hoeft te betalen;
- bepaalt dat de wettelijke rente ingaat op
- materiële-schadevergoeding minus schade vest (in totaal € 1.661,00): 8 april 2026;
- immateriële-schadevergoeding en vergoeding materiële schade vest (in totaal € 6.050,00): 21 maart 2025;