ECLI:NL:RBAMS:2026:4736
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens motiveringsgebrek bij terugvordering bijstandsuitkering na schending inlichtingenplicht
Eiser ontving een bijstandsuitkering die per 8 juli 2022 werd ingetrokken wegens schending van de inlichtingenplicht, omdat hij zijn verblijf in het buitenland niet of niet volledig had gemeld. Verweerder vorderde terugbetaling van € 38.489,13 over de periode 8 juli 2022 tot en met 28 februari 2025. Eiser voerde aan dat het terugvorderingsbesluit niet voldeed aan het motiveringsvereiste en dat verweerder onvoldoende rekening had gehouden met zijn persoonlijke omstandigheden.
De rechtbank stelde vast dat verweerder onvoldoende een belangenafweging had gemaakt, zoals vereist op grond van de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep. De bijzondere medische, psychische en sociale omstandigheden van eiser, alsmede zijn beperkte digitale vaardigheden en goede wil, waren onvoldoende meegewogen. Verweerder had ook niet adequaat gemotiveerd waarom niet (deels) van terugvordering was afgezien.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat verweerder binnen zes weken een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiser. De rechtbank zag geen aanleiding zelf in de zaak te voorzien, omdat de belangenafweging aan verweerder toekomt.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard wegens motiveringsgebrek en verweerder moet een nieuwe belangenafweging maken in een nieuw besluit.