Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Procureur de la République près le Tribunal Judiciaire de Lille, Frankrijk (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Grondslag en inhoud van het EAB
4.Strafbaarheid
5.Artikel 11 OLW Pro: detentieomstandigheden in Frankrijk
MLvan het HvJ EU uitsluitend de detentieomstandigheden dient te onderzoeken in de penitentiaire inrichting(en) waar de opgeëiste persoon, volgens de informatie waarover zij beschikt, naar alle waarschijnlijkheid zal worden gedetineerd, mede op tijdelijke of voorlopige basis. [6]
Lille-Annoeullin. Omdat uit de aanvullende informatie niet blijkt dat de opgeëiste persoon aldaar aanvankelijk tijdelijk of op voorlopige basis zal worden gedetineerd, hoeft de rechtbank alleen voor de detentie-instelling in
Lille-Annoeullinde detentieomstandigheden te onderzoeken.
Lille-Annoeullingeen cel kleiner is dan 10 tot 11 m² en dat de oppervlakte van de sanitaire voorzieningen varieert tussen 1,4 en 1,8 m². Deze informatie is naar het oordeel van de rechtbank echter te algemeen van aard en onvoldoende concreet, omdat niet bekend is hoeveel mensen op één cel geplaatst worden. Ondanks het feit dat hier tot twee keer toe om is gevraagd, zijn hierover geen individuele garanties ten behoeve van de opgeëiste persoon afgegeven. Op basis van de verstrekte informatie kan de rechtbank dan ook niet vaststellen hoeveel persoonlijke celruimte wordt gegarandeerd voor de opgeëiste persoon. Het is bovendien niet aan de rechtbank om zelf een berekening te maken op basis van de verstrekte informatie over de verschillende cellen in combinatie met de vermelde bezettingsgraad in de desbetreffende penitentiaire inrichting. De rechtbank weet namelijk niet wat de impact van de overbevolking op de verdeling van de cellen is en of en zo ja, met hoeveel mensen de opgeëiste persoon in één cel zal worden geplaatst. Een geschatte berekening van de rechtbank over de vermoedelijke persoonlijke ruimte van de opgeëiste persoon is daarom geen garantie dat de opgeëiste persoon die ruimte daadwerkelijk zal krijgen, omdat dat in de verstrekte informatie niet is toegezegd door de Franse autoriteiten. [7]
Lille-Annoeullinals de overlevering zou worden toegestaan. Dat betekent dat de rechtbank de beslissing moet aanhouden op grond van artikel 11, tweede lid, OLW, tenzij evident is dat het gevaar niet binnen een redelijke termijn zal worden weggenomen als gevolg van een wijziging van de omstandigheden. In dat laatste geval zou de rechtbank direct geen gevolg kunnen geven aan het EAB en de officier van justitie niet-ontvankelijk kunnen verklaren.
6.Beslissing
SCHORSThet onderzoek voor onbepaalde tijd en bepaalt dat de zaak op een zitting wordt ingepland in de periode van 26 juni 2026 tot en met 5 juli 2026.