Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de meervoudige kamer van 19 mei 2026 in de zaken tussen
[eiser], te [woonplaats], eiser
de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam, de heffingsambtenaar.
Procesverloop
De aanleiding voor deze procedure
Het oordeel van de rechtbank
Dit neemt niet weg dat het wenselijk is dat de gerechten in feitelijke instantie op dit punt uniformiteit nastreven (zie hiervoor in 4.1.3). Toepassing van de Richtlijn is daarvoor een aanvaardbaar en geëigend middel. De gerechten in feitelijke instantie zijn echter niet op grond van algemene beginselen van behoorlijke rechtspleging gehouden om in overeenstemming met de Richtlijn te beslissen, aangezien deze niet is vastgesteld door een instantie die de bevoegdheid heeft rechters in die zin te binden. Zij zijn daarom, indien zij de Richtlijn niet toepassen of wanneer zij daarvan afwijken, evenmin gehouden te motiveren waarom zij dat doen.” Naar aanleiding van dit arrest is de Richtlijn per 22 december 2025 ingetrokken, zonder vaststelling van een overgangsregeling. [3]