Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
3.Het verzoek en het verweer
4.De beoordeling
5.De beslissing
57170
Rechtbank Amsterdam
De werknemer trad in februari 2022 in dienst bij Ketjen Netherlands B.V. en meldde zich in november 2023 ziek. Een Plan van Aanpak voor re-integratie werd opgesteld, maar de werknemer traineerde het proces door afspraken niet na te komen en niet mee te werken aan mediation, ondanks schriftelijke aanmaningen en een loonstop. De bedrijfsarts adviseerde mediation als voorwaarde voor werkhervatting.
Ketjen verzocht ontbinding van de arbeidsovereenkomst op de e-grond wegens verwijtbaar handelen, onderbouwd met een deskundigenoordeel van het UWV. De werknemer voerde verweer over het onrechtmatig gebruik van zijn werktelefoon, geblokkeerde toegang tot werk en communicatieproblemen, maar kon geen geldige reden geven voor het niet meewerken aan mediation.
De kantonrechter oordeelde dat de werknemer verwijtbaar heeft gehandeld door onvoldoende medewerking aan re-integratie, met name het niet meewerken aan mediation. Er was echter geen sprake van ernstig verwijtbaar handelen, mede omdat de werknemer het bestaan van een 40-urige werkweek voor zijn eigen onderneming betwistte en de loonstop geen belemmering voor re-integratie vormde.
De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden met ingang van 1 juli 2026, de datum waarop de arbeidsovereenkomst bij reguliere opzegging zou eindigen. De werknemer heeft recht op transitievergoeding. De proceskosten worden aan de werknemer opgelegd wegens overwegend ongelijk.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 juli 2026 wegens verwijtbaar handelen van de werknemer die zijn re-integratieverplichtingen niet nakwam.