Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Tussenuitspraken van 14 januari 2026, 18 maart 2026 en 13 mei 2026
4.Rechterlijke autoriteit en effectieve rechtsbescherming
1) Kunt u aangeven hoe de rechter die het nationaal aanhoudingsbevel heeft uitgevaardigd er op het moment van uitvaardiging daarvan van op de hoogte was dat de opgeëiste persoon op dat moment niet in Duitsland verbleef?2) Kunt u aangeven waaruit blijkt dat de rechter die het nationaal aanhoudingsbevel heeft uitgevaardigd wist of ervan uit moest gaan dat daaropvolgend het EAB zou worden uitgevaardigd? Kunt u in dit verband aangeven waaruit blijkt dat die rechter de daaropvolgende uitvaardiging van het EAB heeft meegewogen in de beslissing om het nationaal aanhoudingsbevel uit te vaardigen?3) Kunt u aangeven wanneer het rechtsmiddel (zowel in eerste aanleg als in hoger beroep) tegen de beslissing van de rechter om een nationaal aanhoudingsbevel uit te vaardigen is aangewend?4) Kunt u aangeven of door de verdediging van de opgeëiste persoon in de procedure (zowel in eerste aanleg als in hoger beroep) tegen de beslissing van de rechter om een nationaal aanhoudingsbevel uit te vaardigen, de evenredigheid van het uitvaardigen van het EAB aan de orde is gesteld, en of de eventuele gronden hieromtrent zijn meegenomen en beoordeeld in de beslissing van de rechtbank in eerste aanleg? Kunt u in dit verband de beslissing van de rechtbank in eerste aanleg en de gronden van het hoger beroep toesturen?”
AmtsgerichtMünchen van 18 februari 2026 en de beschikking van het
LandgerichtMünchen I van 13 april 2026.
BVerfG (Constitutional Court), 28.9.2020 – 2 BvR 1435/20, paragraphs 4-5: categorising EAW as equivalent to search/SIS alert, with reference to Article 9(3), second sentence of Framework Decision 2002/584/JHA;
OLG (Higher Regional Court) Hamm, 1.8.2019 – 2 Ws 96/19, paragraph 20, OLG (Higher Regional Court) Zweibrücken, 11.7.2019 – 1 Ws 203/19, paragraph 2; OLG Frankfurt a. M. 12.9.2019 – 2 Ws 60/19, NStZ-RR 2019, 356, OLG Schleswig 6.2.2020 – 2 Ws 13/20, paragraph 6-7: EAW is EU-wide search tool, coupled with request to surrender.
The judgments of OLG Schleswig 6.2.2020 – 2 Ws 13/20, paragraphs 8, 10, 13, OLG Frankfurt a. M. 12.9.2019 – 2 Ws 60/19, and OLG Hamm, 1.8.2019 – 2 Ws 96/19, paragraph 31, specifically deal with challenges of the concerned suspect as to the proportionality of the issuance of the EAW.
Incidentally, a request for a court ruling may be submitted by the defense at any time (without being bound by a deadline).” Hiermee wordt voldaan aan hetgeen gesteld in punt 57 van het arrest PI, te weten: “Indien pas na de overlevering van de gezochte persoon de mogelijkheid bestaat om de beslissing van een openbaar aanklager tot uitvaardiging van een Europees aanhoudingsbevel rechterlijk te laten toetsen, wordt dus niet voldaan aan de verplichting die op de uitvaardigende lidstaat rust om procedureregels toe te passen die een bevoegde rechterlijke instantie in staat stellen om voorafgaand aan die overlevering de rechtmatigheid te toetsen van het nationaal aanhoudingsbevel of van de gelijkwaardige rechterlijke beslissing, die eveneens door een openbaar aanklager wordt vastgesteld, dan wel van dat Europees aanhoudingsbevel.”
Guidelines on Criminal Procedure and Administrative Fines Procedure” staat dat de officier van justitie, en dus ook de gedelegeerde Europese aanklager “
will have a search notice entered in the relevant databases. According to paragraph 2 of that provision, it is the rule for extraditable offences that the prosecutor not only launches a national search notice, but simultaneously in all EU Member States, based on a EAW, unless it is unproportional.” De uitvaardigende justitiële autoriteit stelt dat het voor de rechter die het NAB uitvaardigde daarom duidelijk was dat een Europees aanhoudingsbevel zou volgen op het NAB.
Landgericht Münchenvan 13 april 2026 wordt nadrukkelijk ingegaan op het vluchtgevaar en dat minder ingrijpende middelen dan voorlopige hechtenis niet aan de orde zijn. Hierbij wijst het
Landgericht Münchenook nog nadrukkelijk op het EAB:
Landsgericht Münchenoordeelt dat het bestaan van het EAB ervoor heeft gezorgd dat vluchten werd bemoeilijkt voor de opgeëiste persoon en gebruikt het EAB daarmee als argument om vluchtgevaar te onderbouwen ten behoeve van het NAB.
5.Beslissing
zo snel mogelijkweer op zitting wordt gepland (en uiterlijk op 2 september 2026, zijnde 14 dagen voor het einde van de verlengde beslistermijn).